terug naar alfabetisch overzicht
Hippolyte Rolin, 1804-1888

Hippolyte Rolin

Hippolyte Rolin werd geboren in Kortrijk als zoon van een welstellend handelaar in olie en wijn. Hij studeerde in Parijs aan het Collège Bonaparte, promoveerde in 1825 aan de Gentse universiteit tot doctor in de rechten en sloot zijn studies af in Berlijn waar hij de voordrachten bijwoonde van de filosoof Hegel. Hij werd een gereputeerd pleiter en was tweemaal stafhouder van de balie. In 1834 huwde hij met de Gentse Angeline Hellebaut met wie hij achttien kinderen grootbracht, onder wie de juristen Gustave Rolin-Jaequemyns en Albéric Rolin. Zijn woning in de Savaanstraat werd dan ook vlug te klein en de familie verhuisde in 1841 naar kasteel Everstein op Wondelgem. Deze burcht uit de 12-13e eeuw was in 1809 omgebouwd tot een landhuis in empirestijl en bevond zich aan de huidige Pantserschipstraat. In 1956 kwam het domein in handen van een petroleummaatschappij, die de gebouwen sloopte en enkel de oude ingangspoort tot het domein behield.

In 1831 kwam Rolin in contact met de politiek. Hij pleitte in de zaak Grégoire en verkreeg vrijspraak voor zijn orangistische cliënten die beschuldigd werden van samenzwering en poging tot staatsgreep. Een jaar later volgde de arrestatie van André-Benoit Stéven, de uitgever van de Messager de Gand, die op basis van de door generaal Niellon uitgeroepen noodtoestand werd opgesloten als een vijand van de staat. Rolin reageerde hierop met de publicatie van een vlugschrift waarin hij de wetteloosheid van dergelijk overheidsingrijpen veroordeelde en de persvrijheid verdedigde. Het toenemend radicalisme van Hippolyte Metdepenningen schrikte hem echter af en halfweg de jaren 1830 schaarde hij zich achter de Belgischgezinde liberalen rond Rogier en Frère-Orban.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1839 stelde Rolin zich, als boegbeeld van de gematigde liberalen, kandidaat. Hij werd verkozen met 705 naamstemmen, een duidelijk signaal voor de radicalen rond Metdepenningen, die slechts 682 stemmen kreeg. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1842 werd Rolin schepen in het college van burgemeester Constant de Kerchove in wie hij een gelijkgestemde vond. Desondanks sloot ook Rolin zich aan bij de Provinciale Kiesvereniging, het nieuwe kiesgenootschap van Metdepenningen. De interne tegenstellingen waren echter zo groot dat de vereniging na zes jaar uit elkaar viel. Rolin richtte samen met de gematigden de Société Libérale Constitutionnelle de Gand of Liberale Associatie op en werd de eerste voorzitter. Hij won de gemeenteraadsverkiezingen van 1848 en markeerde daarmee het definitieve einde van het Gentse orangisme. De top van de Belgische liberalen had deze evolutie op de voet gevolgd en was onder de indruk van Rolins inzet en gedrevenheid. Charles Rogier bood hem in 1847 als extra-parlementariŽr een ministerportefeuille aan maar Rolin weigerde. Een jaar later, op 18 juli 1848, nam hij toch ontslag als schepen en legde hij de eed af als minister van Openbare Werken in opvolging van Walthère Frère-Orban. Hij zetelde nog tot 1852 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers maar keerde daarna terug naar de balie.

De laatste dertig jaar van zijn leven hield hij zich ver weg van de politiek. Hij werd beheerder van verschillende vennootschappen en engageerde zich bij een aantal prestigieuze verenigingen. In 1853 stond hij mee aan de wieg van de Société pour l'encouragement des beaux-arts en werd er de eerste voorzitter van. Hij was ook bestuurslid van de Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde en volgde in 1882 Charles de Kerchove op als voorzitter. Rolin overleed op 8 maart 1888 en werd begraven op het kerkhof van Wondelgem, waar het familiegraf nog steeds een prominente plaats inneemt.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat