terug naar alfabetisch overzicht
Isidoor De Vos, 1850-1876

isidoor de vos

Deze jong gestorven componist groeide op te Sint-Amandsberg - toen nog onderdeel van Oostakker - als zoon van een schoenmaker en tabakshandelaar. Hij volgde er lagere school, begon een opleiding voor schoenlapper maar bleek te zwakke longen te hebben om ooit de familiezaak te kunnen overnemen.

Zijn muzikaal talent viel echter op en na een eerste muziekopleiding door zijn vader en bij het kerkkoor van Sint-Amandus, mocht Isidoor zich in 1862 inschrijven aan het conservatorium waar hij een pupil werd van Karel Miry. In 1868 behaalde hij een eerste prijs voor piano en in 1869 volgde een eerste prijs voor harmonie. Hij ging aan de slag als privéleraar piano voor kinderen uit de Gentse burgerij, werd later repetitor aan het conservatorium, en pianoleraar aan het college van de Jozefieten te Melle.

Desondanks restte hem voldoende tijd om zelf te componeren en om actief te zijn in verschillende muzikale genootschappen. Zijn eerste koorwerken schreef hij in 1868 voor de Laurentkringen Vrijheidsliefde en Vreugd in Deugd, waarna hij ook voor de Maatschappij De Melomanen en de Zetternamskring aan de slag ging. In 1873 werd hij directeur van de filantropische kring La Fraternité, een bij de liberalen aanleunende harmonie en mutualiteit annex pensioenkas voor Gentse musici die optredens verzorgde in onder meer het Casino, de feestzaal Sodaliteit en de opera. De opbrengsten gingen, behalve naar de eigen zorgkas, regelmatig naar klassieke liberale projecten zoals de Société l'Avenir, die het officieel onderwijs ondersteunde. Onder De Vos telde La Fraternité meer dan vijftig spelende leden en een tweehonderdtal ereleden.

Nog in 1873 nam Isidoor De Vos voor het eerst deel aan de Prijs van Rome, een prestigieuze internationale wedstrijd voor jonge kunstenaars, maar behaalde slechts een eervolle vermelding. Twee jaar later, in 1875, nam hij een tweede maal deel en schreef samen met de Bruggeling Julius Sabbe, met wie hij een grote verering voor de Vlaamse componist Peter Benoit deelde, de cantate De Meermin. Met deze compositie wonnen zij de eerste prijs, maar De Vos was toen reeds sterk verzwakt door een zware longziekte.

Het huldefeest dat het Oudburg, waar hij samen met zijn ouders woonde, voor de hele buurt ter gelegenheid van zijn eerste prijs organiseerde, volgde De Vos vanuit zijn ziekbed. In het met tabaksrook doordrongen huis verslechterde zijn toestand snel en hij werd overgebracht naar de grote ziekenzaal van de Bijloke, waar hij op 30 maart 1876 overleed, amper 25 jaar oud. Vier dagen later ging De Meermin in premiŤre in de Gentse opera.

Isidoor De Vos werd begraven op Campo Santo, en op initiatief van conservatoriumdirecteur Adolph Samuel en La Fraternité werd geld bij elkaar gebracht voor een grafmonument. Rafael De Smuel ontwierp een bronzen buste die in april 1877 werd voorgesteld in de inkomhal van het stadhuis en op 9 juli plechtig werd onthuld op de begraafplaats. Een zijstraat van de Antwerpsesteenweg in Sint-Amandsberg, op een steenworp van Campo Santo, werd in 1960 naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat