terug naar alfabetisch overzicht
Jacob Gustave Semey, 1864 - 1935

Met de liberale architect en aannemer Jacob Semey kreeg de Gentse sociale woningbouw vorm op het terrein. Na studies aan de Academie voor Schone Kunsten ging hij in 1887 aan de slag als architect. Een jaar later werd zijn eerste project, de bouw van twee modelbeluiken in de Kastanjestraat, goedgekeurd en in 1894, het jaar waarin hij ook betrokken was bij de oprichting van Eigendom door Spaarzaamheid, verwierf hij een aantal gronden in de Heirniswijk. In het daaropvolgende decennium bouwde hij er meer dan tweehonderd huizen, zowel burger- als arbeiderswoningen. Voor de burgerij ontwierp hij de statige huizenrij op de Vlaamsekaai (toen nog Scheldelaan), voor de arbeiders volgden meer dan honderd rijhuizen in de achterliggende straten.

Om dit omvangrijke project in goede banen te leiden, richtte hij in 1897 de Naamlooze Gentsche Bouwmaatschappij op waarvan hij de belangrijkste aandeelhouder werd. Deze maatschappij richtte zich tot de bovenlaag van de Gentse arbeiders die via de wet van 1889 op de werkmanswoningen de kans grepen om een eigendom te verwerven. Ook kleine zelfstandigen en bedienden of ambtenaren konden via de Bouwmaatschappij op voordelige wijze een grotere of mooiere woning kopen. Met koopwoningen vanaf vierduizend frank en huurwoningen vanaf twintig frank per maand - de huurprijzen stegen naarmate het inkomen toenam, net zoals bij de huidige sociale woningen - zat Semey perfect in deze niche.

In 1908 bouwde hij zijn laatste huis in de wijk, maar intussen was hij reeds betrokken bij een tweede groot project, met name de renovatie rond de Vrijdagmarkt, waar hij in de Baudelostraat, de Wolfstraat en de Belfortstraat (vroeger de Borluutstraat) een heel eigen stadsgezicht creŽerde. Semey toonde zich daarbij immers een belangrijk protagonist van het eclecticisme met een voorkeur voor de Vlaamse neorenaissancestijl als basis. Zelfs zijn arbeiderswoningen hadden dikwijls een versierde of geornamenteerde gevel. Ze droegen veelal, overeenkomstig Semeys geloof in de maakbaarheid van de mens, stichtende spreuken die zowel het arbeidsethos en de emancipatiegedachte als de burgerlijke moraal onderstreepten. Eveneens heel belangrijk voor Semey was de Vlaamse strijd, die ook gereflecteerd werd in zijn werk. Het mooiste voorbeeld hiervan zijn de burgerhuizen op de Vlaamsekaai die allen genoemd werden naar prominente Vlamingen en dienovereenkomstig werden versierd met medaillons, borstbeelden en opschriften.

Semey was een actief lid van de Zetternamskring en van het Willemsfonds, waar hij rond de eeuwwisseling als bestuurslid (van 1894 tot 1905) voordrachten hield over zowel architecturale als zuiver maatschappelijke onderwerpen. Zijn bezigheden brachten hem ook met de politiek in contact en Semey was in 1895 kandidaat-gemeenteraadslid op de bijgevoegde lijst voor de werkgevers als liberaal vertegenwoordiger van de Vrije Burgersbond. Deze organisatie van vooral kleine en middelgrote zelfstandigen was politiek pluralistisch en steunde zowel liberale als katholieke kandidaten. Semey werd niet verkozen maar legde in 1902 toch de eed af als opvolger van de in december 1901 overleden FranÁois Lammens. Kort na zijn eedaflegging werd hij beschuldigd van misdadige grondspeculatie in het project rond de Vrijdagmarkt en het omzeilen van de stedelijke reglementen. Er ving een debat aan in de gemeenteraad en in 1903 nam Semey na amper anderhalf jaar afscheid van de politiek. Het schandaal bleef de stad beroeren tot 1908 en werd hem als architect bijna fataal.

De daaropvolgende goedkeuring van zijn plannen voor de wijk rond de Vrijdagmarkt maakte uiteraard veel goed maar Semey verdween zo goed als volledig uit het Gentse liberale verenigingsleven. Hij ging - al dan niet als compensatie - steeds meer focussen op de Vlaamse strijd en het Groot-Nederlandse gedachtegoed, waardoor hij tussen 1914 en 1918 bijna automatisch het activisme binnenrolde. Na de oorlog werd zijn woning geplunderd en zijn rijke Vlaamse kunstcollectie ging grotendeels in vlammen op. Hij vluchtte met zijn gezin naar Nederland, waar hij verkoper van bouwmaterialen werd. Hij keerde in 1929 terug naar BelgiŽ maar zijn loopbaan was definitief voorbij.

Bij zijn overlijden in 1935 was hij zo goed als vergeten. De meeste van zijn Gentse bouwprojecten zijn meer dan een eeuw later nog steeds te bewonderen, wat een hommage is aan zijn kwaliteiten als architect.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat