terug naar alfabetisch overzicht
Jan Frans Willems, 1793-1846

Jan Frans Willems buste

Jan Frans Willems groeide op in Boechout als oudste van een gezin met veertien kinderen. Zijn ouders behoorden tot de kleine burgerij, wat eind achttiende eeuw zelden perspectief bood op voortgezet onderwijs. De toekomstige "vader van de Vlaamse beweging" had echter het geluk na de lagere school in 1805 bij de erudiete Lierenaar Georg Bergmann terecht te komen van wie hij een gedegen thuisopleiding kreeg. Daarnaast bracht Bergmann hem ook de liefde voor het Nederlands en een humanistische levensvisie bij, wat aan de basis ging liggen van het rebelse en het liberaliserende in Willems' karakter.

In de jaren 1820 werd Willems een prominente figuur in het Vlaamse culturele leven in Antwerpen, waar hij intussen als belastingontvanger werkte. Tezelfdertijd ontpopte hij zich als een veelzijdig en productief publicist. Als overtuigd orangist had hij zich onvoorwaardelijk achter de Groot-Nederlandse idealen geschaard. Dat kostte hem in 1831 een overplaatsing naar Eeklo, waardoor zijn inkomen sterk daalde. Tijdens deze periode, die hij aanvoelde als een verbanning, publiceerde hij zijn hertaling van het klassieke dierenepos Van den Vos Reinaerde, tot vandaag zijn bij het brede publiek meest bekende werk. In 1834 verzoende Willems zich met de Belgische overheid en een jaar later werd hij overgeplaatst naar Gent, waar hij de spil van de eerste generatie flaminganten werd. Het stimuleren van de kennis van en liefde voor de eigen taal werd zijn hoofdbekommernis. Hij promootte het volkstoneel, de Vlaamse liederen en de volksliteratuur en hield menig pleidooi voor de uitbreiding en versterking van het volksonderwijs. Hij stond aan de wieg van de eerste Belgisch-Nederlandse spellingscommissie, publiceerde filologische studies en stond in voor de heruitgave van Middelnederlandse teksten. Postuum publiceerde Ferdinand Snellaert Willems' Oude Vlaemsche Liederen.

Onmiddellijk na zijn overlijden namen vrienden en bewonderaars enkele initiatieven die zijn inzet moesten vereeuwigen. Ze plaatsten een herdenkingssteen aan zijn sterfhuis op de Zandberg en in 1848 kreeg Willems een praalgraf op het Campo Santo in Sint-Amandsberg. In 1851 richtten enkele Vlaamsgezinden het Willemsfonds op dat in navolging van zijn naamgever zowel de verdediging en promotie van het Nederlands als de politieke en sociale emancipatie van de Vlamingen nastreefde.

Het standbeeld op het Sint-Baafsplein kwam er op gemeenschappelijk initiatief van liberalen en katholieken. Paul Fredericq, voorzitter van de Gentse Willemsfondsafdeling, en Julius Obrie, voorzitter van de Snellaertskring, namen de leiding op zich en bereikten na veel discussie een compromis over het concept van het monument. Het beeld werd ontworpen door de Brusselse beeldhouwer Isidoor De Rudder en is een allegorie: een gespierde jongeling, die de Vlaamse Beweging voorstelt, verwijdert voorzichtig de sluier van een Vlaamse maagd. Op de voorkant van de sokkel bevindt zich een portretmedaillon van Willems terwijl de zijkanten verwijzen naar het Vlaamse volkslied en naar Reinaert de Vos. Op 27 augustus 1899 werd het monument onder massale belangstelling ingehuldigd. Zo defileerden 313 verenigingen in een kilometerslange stoet voorbij de eretribune, waarop burgemeester Emile Braun en zijn Antwerpse collega Jan Van Rijswijck hadden plaatsgenomen. Een naar Jan Frans Willems genoemde villa met zijn beeltenis aan de Vlaamse Kaai, waar Jacob Semey een hele reeks naar Vlaamse personaliteiten genoemde huizen bouwde, werd helaas afgebroken.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat