terug naar alfabetisch overzicht
Jean-Baptiste Groverman, 1794-1868

p class="p1">Na rechtenstudies in Brussel schreef Groverman zich in 1816 als een der eersten in aan de jonge Gentse balie. In 1825 maakte hij de overstap naar de magistratuur maar diende nauwelijks een jaar later zijn ontslag in om op voorspraak van zijn vriend en mentor Joseph Van Crombrugghe het ambt van griffier van de Provinciale Staten op te nemen. In 1830 behoorde hij tot de harde kern der orangisten. Hij weigerde de legitimiteit van het Voorlopig Bewind te erkennen, werd uit overheidsdienst ontslagen en nam zijn beroep als advocaat weer op. Op vraag van burgemeester Van Crombrugghe werd hij in 1832 stadsadvocaat en in 1842 werd hij stafhouder aan de Gentse balie. Zijn meer bekende collega Hippolyte Metdepenningen omschreef Groverman als 'le fleur du barreau' en prees Groverman voor zijn inzicht en wijsheid. Groverman werd secretaris van de Kamer van Koophandel en bestuurslid van de Liberale Associatie, van 1848 tot 1850 zetelde hij in de gemeenteraad. In 1858 werd hij erevoorzitter van het Van Crombrugghe's Genootschap.

Het provinciebestuur bleef hem echter het meest na aan het hart liggen. In 1836, bij de eerste provincieraadsverkiezingen van het jonge BelgiŽ, werd hij verkozen tot raadslid voor het kanton Gent en hij behield dit mandaat tot zijn overlijden. In 1848 werd hij de eerste liberale voorzitter van de raad en bleef dit tot 1864. Van 1850 tot 1866 cumuleerde hij deze functie met die van bestendig afgevaardigde. Voor beide functies was hij de laatste liberaal voor meer dan een eeuw. Als voorzitter van de raad kreeg hij pas in 1991 een opvolger met Marc De Buck en als gedeputeerde was het wachten op Roger Pernot in 1981. Jean Van Impe zetelde wel van 1944 tot 1946 voor de liberalen in de naoorlogse nooddeputatie.

Groverman was binnen de provincieraad op vele terreinen actief, gaande van de organisatie van het provinciebestuur an sich over begroting en openbare werken tot het belangrijke provinciale landbouwbeleid. En hoewel hij zich had geprofileerd als een verstokt verdediger van het officieel onderwijs, werd hij vooral beschouwd als een overtuigd provincialist en een uitstekend moderator en coŲrdinator. Getuige hiervan is het feit dat ook de katholieke meerderheid in de raad tot de verkiezingen van 1864 zijn kandidatuur als voorzitter ťn gedeputeerde bleef ondersteunen.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat