terug naar alfabetisch overzicht
Jean-François De Meulemeester, 1774-1838

Naast textiel en metaalverwerking had in Gent ook de suikerindustrie een stevige voet aan de grond. Eind achttiende eeuw uitgegroeid tot het belangrijkste raffinagecentrum van rietsuiker in de Zuidelijke Nederlanden, bleef de stad nog gedurende een halve eeuw een hoofdrolspeler op die markt. De introductie van bietsuiker dreef echter velen tot bankroet en halfweg de negentiende eeuw waren de meeste suikerfabrieken verdwenen.

Tot de oudste bedrijven behoorde de suikerfabriek in de Waaistraat, in 1768 opgericht door Jan De Beer. Weduwe Vander Maeren nam het bedrijf in 1782 over en onder haar zoon Louis kon het bedrijf al gauw tien arbeiders tewerk stellen. Kort na de eeuwwisseling deed deze beroep op bijkomend kapitaal, waardoor de De Meulemeesters hun intrede deden.

Handelaar en bankier Jean-François De Meulemeester nam samen met zijn verwant Charles De Meulemeester de controle over de raffinaderij over en beiden investeerden fors. Met de hulp van zijn schoonfamilie - hij was gehuwd met Thérèse Van Aken, een dochter van de gefortuneerde koopman François Van Aken - werd de raffinaderij tegen 1830 de grootste suikerfabriek van Gent. Twee stoomketels trokken de productiecapaciteit nog verder op en tegen 1840 was sprake van een jaarproductie van 2.500 ton. Het industrieel succes van Jean-François ging gepaard met een verhoogde maatschappelijke inzet. Hij was van 1816 tot 1830 lid van de provinciale staten en in 1819 werd hij gemeenteraadslid. Na de onafhankelijkheid sloot hij zich aan bij Hippolyte Metdepenningen en was orangistisch gemeenteraadslid tot zijn dood in 1838. Zijn zoon Gustave - eveneens een orangist - ondernam in 1839 een tevergeefse poging om de zetel over te nemen. Jean-François De Meulemeester was van 1829 tot 1838 eveneens lid van de Gentse Kamer van Koophandel.

In 1833 liet hij zijn bedrijf over aan zoon Gustave die de suikerfabriek met evenveel succes verder uitbaatte. Een zware brand in de tweede helft van de jaren 1840 maakte een einde aan het verhaal. August De Cock, schoonbroer van Gustave en gehuwd met Eléonore de Meulemeester, maakte tijdelijk gebruik van de resterende gebouwen om er een rijstpellerij in onder te brengen. Na enige tijd werd alles echter afgebroken en verving een kleine katoenspinnerij (Staelens & co) de oude suikerfabriek. In 1889 werd het pand na enkele tusseneigenaars overgenomen door de bakkerij Volksbelang van Maurice de Smet de Naeyer.

De herinnering aan het tijdperk De Meulemeester wordt levendig gehouden door de straatnaamgeving, in casu de Raffinaderijstraat die de Waaistraat verbindt met de Leie.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat