terug naar alfabetisch overzicht
Joseph Guislain, 1797-1860

Joseph Guislain studeerde in 1819 af aan de Gentse universiteit als doctor in de geneeskunde. Van meet af aan ging zijn belangstelling uit naar de verzorging van de psychiatrische patiënten, die op dat moment in mensonwaardige omstandigheden leefden. In de instellingen waarin zij werden 'verzorgd', heersten middeleeuwse toestanden en was van enige wetenschappelijke aanpak zelden sprake. Guislains studies over de behandeling van geesteszieken trokken de aandacht in binnen- en buitenland en brachten hem in contact met kanunnik Petrus Triest die zijn passie deelde. Deze had de congregaties van de Broeders en de Zusters van Liefde opgericht om beter voor de zwakzinnigen te kunnen zorgen en stond open voor de ontwikkeling van een moderne behandeling. Met zijn steun werd Guislain in 1828 hoofdgeneesheer van de Gentse psychiatrische instellingen.

standbeeld Guislain

Guislain lobbyde tezelfdertijd voor de bouw van een instelling die aan zijn normen zou voldoen. Als zoon van een bouwmeester trok hij op studiereis doorheen Europa en ontwierp zelf de eerste plannen. Hoewel het stadsbestuur zeker niet afkerig stond tegenover dit project, bleef de realisatie echter uit.

Een engagement in de lokale politiek bood de oplossing. In 1830 had de Gentse advocaat Hippolyte Metdepenningen Guislain de steun van de orangisten aangeboden, maar hun radicalisme had hem afgeschrikt. De patriotten schoven hem vervolgens naar voren als kandidaat, maar hij werd niet verkozen. Enkele jaren na de ondertekening van het vredesverdrag met Nederland in 1839, namen de gematigde liberalen onder leiding van Hippolyte Rolin het politieke roer over. Bij die groep voelde Guislain, intussen ook hoogleraar en decaan van de faculteit Geneeskunde van de Gentse universiteit, zich blijkbaar beter thuis. Hij werd in 1848 lid van het eerste bestuur van de Liberale Associatie, was dat jaar ook kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen en werd verkozen. Herkozen in 1851, zetelde hij tot 1857 in de raad.

Zijn strategie wierp vruchten af. De visie die hij samen met Triest had ontwikkeld, vond haar weg naar de politici en in 1851 kwam het stadsbestuur van Constant de Kerchove over de brug. De bouw van een nieuw psychiatrisch centrum in het landelijk gebied net buiten de Brugse Poort werd goedgekeurd en stadsarchitect Adolphe Pauli boog zich over de ontwerpen die de arts vanaf 1824 constant had bijgewerkt en verbeterd. In 1857 opende het instituut zijn deuren met Guislain als hoofdgeneesheer. Hoewel het stadsbestuur meer voelde voor een lekenbestuur, bereikte Guislain met de opvolgers van Triest een overeenkomst over een unieke tweepolige bestuursformule. De algemene directie bleef in handen van de broeders maar voor de therapeutische aspecten was enkel de onafhankelijke hoofdgeneesheer verantwoordelijk.

Guislain overleed op 1 april 1860 en werd begraven op het Campo Santo.

In 1887 werd op initiatief van de medische wereld aan de Begijnhoflaan een standbeeld opgericht. Met een intekenlijst bracht men het nodige geld samen en Albert Hambresin kreeg opdracht een levensgroot bronzen beeld te maken. Als decor koos deze voor een geheel van verbroken boeien en verbrokkelde gevangenismuren die het begaven onder de rede en de kennis, gesymboliseerd door een stapel dikke boeken. De onthulling vond plaats op 10 juli, de eerste dag van de jaarlijkse gemeentefeesten, de huidige Gentse Feesten.

De gedenkplaat aan zijn woning in het Ingelandgat kwam er in 1960 naar aanleiding van het Wereldjaar voor GeesteshygiŽne en Geestelijke Gezondheidszorg. Zijn werk trotseerde moeiteloos de tijd. Het Guislaininstituut bleef een begrip en in 2006 kozen studenten en docenten van de Universiteit Gent Joseph Guislain tot de Grootste Prof van Gent.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat