terug naar alfabetisch overzicht
Jozef Vercoullie, 1857-1937

Jozef Vercoullie

Na studies Germaanse talen aan de normaalschool te Luik en een eerste lesopdracht aan het plaatselijke atheneum, kwam deze zoon van een West-Vlaamse kleermaker in 1883 in Gent terecht. Jozef Vercoullie werd er docent aan het atheneum en de normaalschool en kreeg in 1892 een benoeming tot hoogleraar aan de universiteit, waar hij tot 1927 neerlandistiek en vergelijkende grammatica onderwees.

Vercoullie was een overtuigd Vlaamsgezind liberaal en werd een compagnon de route van Paul Fredericq. Ze waren samen actief in het Willemsfonds en het Hoger Onderwijs voor het Volk. Vercoullie was ook voorzitter van onder meer het Van Crombrugghe's Genootschap en de Zetternamskring. Hij steunde de Dageraadskringen en de Société Callier, twee hoofdrolspelers in de verdediging van het officieel onderwijs in Gent. De persoonlijke politieke ambities van Vercoullie gingen een stuk verder dan die van Fredericq. Hij was actief in de Liberale Volksbond waar hij in 1912 Arthur Buysse opvolgde als voorzitter, hij was voorzitter van de Liberale Kring van Sassepoort en Meulestede en hij zetelde in het bestuur van de Liberale Associatie. In 1895 stelde hij zich voor het eerst kandidaat voor de gemeenteraad en in 1898 voor de provincieraad. Hij werd verkozen tot provincieraadslid in 1902 en zetelde er tot 1912. In 1911 werd hij ook gemeenteraadslid en deed een gooi naar een schepenambt, maar zijn tegenkandidaat Camille De Bruyne kreeg, op een na, alle liberale stemmen, inclusief die van Fredericq. Vercoullie trok zich teleurgesteld terug uit zowel het politieke als het culturele verenigingsleven, maar hij bleef wel lid van de gemeenteraad tot 1921.

Na de Eerste Wereldoorlog en het overlijden van Fredericq in 1920, kwam hij weer op het voorplan. Hij volgde in 1921 Gillis Désiré Minnaert op als nationaal voorzitter van het Willemsfonds en bleef dit tot aan zijn overlijden in 1937. Vercoullie was na de oorlog overgestapt naar de gematigde vleugel van het liberale flamingantisme en dit paste perfect bij de koers die het Willemsfonds die jaren voer. Hij kon een heropbloei realiseren, maar dan met de nadruk op het Willemsfonds als culturele vereniging. De invloed op de Vlaamse strijd daarentegen, deemsterde onder zijn bestuur grotendeels weg.

De huldiging die de VTB in 1952 organiseerde aan zijn imposante woning in de Drabstraat richtte zich dan ook vooral op zijn rol als grondlegger van de neerlandistiek in BelgiŽ en als promotor van het ABN of Algemeen Beschaafd Nederlands. In Gentbrugge op de grens met Melle werd in 1939 een straat naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat