terug naar alfabetisch overzicht
Charles de Hemptinne, 1816-1905 en Jules de Hemptinne, 1825-1922

Vader Felix de Hemptinne (1783-1848) richtte in 1816 een katoenbedrijf op aan de Molenaarsstraat, palend aan het bedrijf van zijn schoonvader, Hubert Lousbergs. Na diens overlijden en dat van zijn zonen Henri (1827) en Ferdinand Lousbergs (1859), kwam het gigantische Lousbergskapitaal in handen van Felix de Hemptinne en later van diens kinderen, onder wie Joseph, Charles en Jules.

Joseph de Hemptinne (1822-1909), de onbetwiste leider van de Gentse ultramontaanse klerikalen, erfde de bezittingen in het stadscentrum, waaronder de fabriek aan de Reep en de stadspaleizen in de Keizer Karelstraat, en het Maaltepark. Schoonzoon en katholiek senator Jean Casier stopte zijn erfdeel in de vlasfabriek Saint-Sauveur aan de Sassepoort en Henri de Hemptinne jr. vergenoegde zich naar alle waarschijnlijkheid met een leven als rentenier.

Charles de Hemptinne, de oudste zoon van Felix, verkreeg de controle over de spinnerij en weverij aan de Molenaarsstraat. Deze werd in 1873 omgevormd tot de nv Florida, die floreerde tot de beurskrach van 1929. Het bedrijf werd in de jaren 1930 grotendeels ontmanteld en in de gebouwen aan de kant van de OpgeŽistenlaan werd de afdeling Diensten van de Union CottoniŤre (UCO) ondergebracht. In 1995 werd het complex overgenomen door enkele private investeerders die het gebouw renoveerden en er lofts en kantoorruimtes in onderbrachten. De gronden aan de andere kant van de Molenaarsstraat werden verkocht aan de Zusters van Liefde die er in 1937 een bejaardentehuis optrokken.

Jules de Hemptinne, de jongste zoon van Felix, die in 1850 een katoendrukkerij had overgenomen, gebruikte zijn erfdeel om deze in de daaropvolgende halve eeuw tot een grote katoenspinnerij en -weverij om te bouwen. Het complex, dat aansloot op de Florida van zijn broer, strekte zich uit tussen de Kolveniersgang, de Lieve en de OpgeŽistenlaan. In 1919 was het bedrijf een van de stichtende partners van de UCO en in 1946 vond een laatste grote modernisering van de weverij plaats. Ook deze site kwam leeg te staan maar gezien de industrieel-archeologische waarde werd zij gedeeltelijk gespaard. In 1996 werd de spinnerij met de oude schoorsteen als monument geklasseerd en na de recente restauratie biedt het gebouw onderdak aan het Centrum voor Basiseducatie Leerpunt, een instelling voor volwassenenonderwijs. Ook een deel van de weverij bleef bestaan en werd omgebouwd tot woonruimte. Van de voormalige directeurswoning, gebouwd in 1860, is een handelspand gemaakt met behoud van het rijke neoclassicistische interieur.

Beide broers waren ook actief als bestuurslid van de Liberale Associatie maar Charles bleef in de eerste plaats een industrieel. Hij was bestuurder van verschillende bedrijven waaronder Eigendom door Spaarzaamheid en was van 1868 tot 1905 voorzitter van de raad van bestuur van de grote vlasspinnerij La Lys. Hij maakte deel uit van de Gentse havencommissie en was lid van de Kamer van Koophandel. In 1884 was hij voorzitter van het comité dat het standbeeld voor Lieven Bauwens liet oprichten. Tien jaar later verleende de koning hem de erfelijke titel van graaf.

De politieke en sociale betrokkenheid van Jules de Hemptinne was een stuk groter. Hij was gemeenteraadslid van 1857 - de beruchte kiesnederlaag van Judocus Delehaye - tot 1872 en zetelde in de Kamer van Volksvertegenwoordigers van 1878 tot 1886. Hij was ondervoorzitter van de Cercle Commercial et Industriel en van de Mutualité du Commerce et de l'Industrie, erevoorzitter van de Maatschappij tot bevordering van Nijverheid en Wetenschappen en financier van liberale onderwijsinitiatieven zoals de Société Callier en de Liberale Schoolpenning.

Daarnaast bleef hij een zwaargewicht in Gentse industriŽle middens. Zo was hij als voorzitter van de Bond der Vaart van Terneuzen en erevoorzitter van de Havencommissie heel nauw betrokken bij de modernisering van het kanaal Gent-Terneuzen en speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van de eerste Gentse werkgeversorganisaties.

De twee broers vonden een gezamenlijke laatste rustplaats in de familiekelder op Campo Santo.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat