terug naar alfabetisch overzicht
Julius Mac Leod, 1857-1919

julius macleod

Samen met zijn neven Paul Fredericq en Arthur Buysse groeide Julius Mac Leod op in een welstellende Vlaamsgezinde liberale familie. Terwijl zijn neven respectievelijk geschiedenis en rechten gingen studeren aan de Gentse universiteit, koos Julius Mac Leod na zijn atheneumjaren voor de natuurwetenschappen. In 1878 behaalde hij met grootste onderscheiding zijn doctorstitel en ging aan de slag als assistent aan de Faculteit Wetenschappen. Hij ondernam tal van studiereizen en bouwde een internationale reputatie op als plantkundige en specialist in de erfelijkheidsleer. In 1887 werd hij in opvolging van Jean-Jacques Kickx benoemd tot gewoon hoogleraar in de plantkunde en directeur van de in 1797 door Charles Van Hulthem gestichte universitaire plantentuin.

Naast zijn indrukwekkende academische loopbaan engageerde hij zich met evenveel verve in de Vlaamse sociale strijd. Hij was actief in het Willemsfonds en schreef tal van polemiserende artikels over de vernederlandsing van het onderwijs als een noodzakelijke stap op weg naar emancipatie en vooruitgang. Hij schreef voor zijn studenten Nederlandstalige handboeken en richtte in 1883 het Natuurwetenschappelijk Genootschap op. Met het tijdschrift van deze vereniging, Natura, wou hij aantonen dat ook in het Nederlands aan wetenschap op hoog niveau kon worden gedaan. In 1887 volgde het Kruidkundig Genootschap Dodonea en in 1896 organiseerde hij het eerste Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres. Via zijn inzet voor de University Extensions of Volkshogescholen poogde hij tezelfdertijd de wetenschap dichter bij een breder publiek te brengen.

De vernederlandsing van de leergangen aan de Gentse universiteit bleef echter zijn absolute prioriteit en in de nasleep van het 23e Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres van 1896, publiceerde hij de grote lijnen van het zogenaamde Stelsel Mac Leod. Hij bepleitte een geleidelijke maar algemene vernederlandsing van de Gentse universiteit - met uitzondering van de technische scholen - waarbij de toenmalige hoogleraren de vrijheid kregen om al dan niet in het Nederlands te doceren. Nieuw te benoemen hoogleraren zouden echter verplicht worden om in het Nederlands les te geven waardoor het gebruik van het Frans op relatief korte termijn zou uitdoven. Het oorspronkelijk enthousiasme van vele flaminganten ebde na enige tijd echter weg en vooral de meer gematigde liberalen, onder wie zijn neven Paul Fredericq en Arthur Buysse, opteerden uiteindelijk voor een heel geleidelijke omvorming en uitgebreide 'faciliteiten' voor de Franstaligen. Arthur zou later samen met Albert Mechelynck zelfs voorstellen om in Gent het Franstalige regime te behouden en elders in Vlaanderen een Nederlandstalige universiteit op te richten. In 1906 verscheen het rapport van Lodewijk De Raet (De vervlaamsching der Hoogeschool van Gent), dat duidelijk koos voor het standpunt der gematigden. Mac Leod haakte verbitterd af. Volgens Leo Picard speelde hij kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog nog met het idee om een eigen Vlaamse partij op te richten, maar de Duitse inval maakte een definitief einde aan zijn plannen. Hij vluchtte naar Engeland waar hij zijn academische loopbaan bekroonde met zijn magnum opus, The Quantitative Method in Biology, en medeoprichter was van het eerste grote populair-wetenschappelijke magazine, Discovery.

Begin 1919 keerde hij terug naar BelgiŽ, en werd het slachtoffer van de Spaanse griep. Hij werd bijgezet in het graf van zijn ouders op de Westerbegraafplaats. De gebouwen van de plantentuin in de Ledeganckstraat werden in 1956 naar hem genoemd. In het peristilium van de universiteitsaula in de Voldersstraat kreeg zijn borstbeeld, van de hand van Theo Soudeyns, een definitieve stek. Daarvoor bevond het zich in het intussen ter ziele gegane Studentenhuis Mac Leod in de Sint-Pietersnieuwstraat, waaraan de familie Mac Leod het in 1935 had geschonken. In Gentbrugge werd de voormalige Beukennootdreef aan de Achterdries naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat