terug naar alfabetisch overzicht
Julius Vuylsteke, 1836-1903

Julius Vuylsteke

Julius Vuylsteke werd geboren als zoon van Barbara De Visscher. Zijn vader, Jourdan Vuylsteke, raadsheer aan het Hof van Beroep, erkende Julius pas toen hij vijftien was waardoor deze tot 1851 als Julius De Visscher door het leven ging. Jourdan Vuylsteke, met wie Julius steeds een moeilijke relatie zou hebben, was een zwaargewicht binnen de Liberale Associatie. Hij zetelde in de gemeenteraad van 1858 tot 1865 en was een vertrouweling van Charles de Kerchove. In 1867 werd hij opgenomen in een krankzinnigengesticht, waar hij de laatste veertien jaar van zijn leven doorbracht.

Julius mocht studeren en maakte op het atheneum kennis met het Vlaamse liberalisme van Jacob Heremans met wiens steun hij het studentengenootschap 't Zal Wel Gaan stichtte. Hij volgde hogere studies aan de Gentse rechtsfaculteit, waar hij hét boegbeeld werd van het vrijzinnig en sociaal flamingantisme. Na zijn studies schreef hij zich in aan de balie, maakte naam als Nederlandstalige pleiter en lag mee aan de basis van de Vlaamse Conferentie van de Balie. Zijn hart lag echter niet bij de advocatuur en in 1875 zei hij de balie vaarwel. Hij nam de boekhandel van Willem Rogghé over en werd uitgever, onder meer van de Willemsfondsuitgaven. Als auteur van tal van publicaties en drijvende kracht achter het Volksbelang, sloot deze activiteit veel beter aan bij zijn persoonlijke interesse. Veruit het belangrijkste was zijn dominante rol in de ontwikkeling van het Vlaams en vrijzinnig liberalisme in de tweede helft van de negentiende eeuw. Onder de lijfspreuk "Klauwaerd en Geus" zorgde hij via de Vlaamsche Liberale Vereeniging en het Willemsfonds voor een radicalisering en verzuiling van de Vlaamse strijd. Via de Vlaamsche Liberale Vereeniging schakelde hij de liberalen die nog hoopten op een Vlaams front over de levensbeschouwelijke strekkingen heen, politiek uit, met als belangrijkste slachtoffer Ferdinand Snellaert. Vuylsteke werd gemeenteraadslid in 1869 en behield zijn zetel zes jaar. Zijn belangrijkste wapenfeit als raadslid was ongetwijfeld zijn aanzet tot de oprichting van een door de stad gefinancierd Vlaams theatergezelschap met eigen schouwburg. Dat zou resulteren in de oprichting van het NTG of Nederlands Toneel Gent in 1871 en de feestelijke inhuldiging van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg op het Sint-Baafsplein in 1899. Pogingen om in de provincieraad (1869) of het parlement (1874) te komen, mislukten.

Als secretaris (1862 tot 1882) en voorzitter (1883 tot 1895) van het Willemsfonds oefende Vuylsteke onmiskenbaar zijn grootste invloed uit. Hij forceerde er een liberale koers met een hoog antiklerikaal gehalte en stond in voor een sterke verankering en uitbreiding van het Willemsfonds door onder meer de oprichting van lokale afdelingen. Het ledenaantal steeg van een tweehonderdtal in 1863 tot vierduizend vijfhonderd in 1883. Dat maakte Vuylstekes positie bijna onaantastbaar. De zware liberale nederlaag bij de parlementsverkiezingen van 1884 maakte echter een einde aan deze bloeiperiode. Het Willemsfonds kwam onder grote druk te staan en vele leden haakten - dikwijls noodgedwongen "om den brode" - af. Vuylsteke zag met lede ogen aan hoe zijn Willemsfonds in de verdediging werd gedrongen en op amper tien jaar tijd tweeduizend leden verloor. In 1895 nam hij ontslag als voorzitter. Hij trok zich volledig terug en wijdde zich aan historisch onderzoek over het middeleeuwse Gent. Zo was hij onder meer heel nauw betrokken bij het restauratieproject van het Gravensteen, een initiatief van zijn flamingante partijgenoot Auguste de Maere.

Julius Vuylsteke

Julius Vuylsteke overleed in 1903 en had uitdrukkelijk de wens te kennen gegeven geen grootse begrafenisplechtigheid of grafmonument te krijgen. Desondanks volgde een indrukwekkende stoet van prominenten de lijkwagen van de Koestraat tot de Westerbegraafplaats, waar hij een laatste rustplaats vond. In de loop van de twintigste eeuw verdween de naam Vuylsteke grotendeels uit het straatbeeld. Zo maakte zowel zijn boekhandel in de Koestraat als Villa Vuylsteke, een van de huizen op de Vlaamse Kaai die door Jacob Semey in 1896 werden gebouwd en vernoemd naar Vlaamse kunstenaars, plaats voor nieuwbouw. De grote roodmarmeren gedenkplaat in de hal van het NTGent ter ere van Vuylstekes inzet voor het Nederlands toneel, verdween achter een valse wand. In het poortgebouw van het Gravensteen daarentegen, hangt nog steeds de gedenkplaat waarop zijn naam als een van de redders van de burcht wordt vermeld. Een van de straten van een nieuwe verkaveling in Sint-Amandsberg kreeg de naam Julius Vuylstekestraat, en in 2002 onthulde 't Zal Wel Gaan aan de gevel van het atheneum aan de Ottogracht, naar aanleiding van zijn honderdvijftigjarig bestaan, een huldeplaket met vermelding van zijn stichter.

Het meest remarquabel is ongetwijfeld het docudrama Julius Vuylsteke, vrijzinnig flamingant, geproduceerd door de dienst Wetenschappen van de toenmalige BRT en uitgezonden op 30 maart 1982 in de reeks Kijk Mensen. In een scenario van Edward De Maesschalck gaven Jo De Meyere en Oswald Versyp gestalte aan respectievelijk Julius Vuylsteke en Adolphe Dubois, de twee antagonisten in de verkiezingsstrijd van 1874. Franstalige en flamingante liberalen kwamen toen lijnrecht tegenover elkaar te staan, de Vlaamsgezinden van Vuylsteke dolven het onderspit. Deze televisiefilm is helaas niet bewaard gebleven.

Ten slotte is er het Julius Vuylstekefonds. Als eerbetoon aan Julius Vuylsteke werd dit onmiddellijk na zijn begrafenis opgericht, met als doel het liberalisme en de vrijzinnigheid in Vlaanderen te promoten. De voornaamste activiteit bestond uit de publicatie van boeken en brochures. Van bij de start werd heel nauw samengewerkt met het Willemsfonds, wiens boegbeelden een vaste stek hadden in het bestuur van het Vuylstekefonds. De lijst van stichters en financiers van het eerste uur bevat niet enkel het kruim van de liberale flaminganten maar eveneens een keur aan Franstalige liberalen en een reeks vrijmetselaarsloges. De meest opvallende naam in dit overzicht was ongetwijfeld oud-Willemsfondser Leo Baekeland, die vanuit New York vijfhonderd frank (het op vier na hoogste bedrag) schonk.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat