terug naar alfabetisch overzicht
Karel Lodewijk Ledeganck, 1805-1847

Ledeganck groeide op in Eeklo waar zijn vader als winkelier en privéonderwijzer aan de kost kwam. Met de hulp van Karel Vervier werd hij in 1820 hulpklerk op het stadhuis. Hij werkte zich op en werd in 1832 klerk bij het gemeentebestuur van Oudenaarde, en in 1833 griffier ad interim in Kaprijke, waar hij van 1834 tot 1836 plaatsvervangend vrederechter was. In 1835 haalde hij aan de Gentse universiteit zijn diploma van doctor in de rechten en van 1836 tot 1842 was hij vrederechter in Zomergem.

karel ledeganck

Zijn vorming tot literator en cultuurflamingant speelde zich grotendeels af in Eeklo. Hij was er vanaf de jaren 1820 actief in het lokale literaire leven, nam met succes deel aan enkele poŽziewedstrijden en leerde er onder anderen Jan Frans Willems, Frans Rens en Prudens Van Duyse kennen. Hij ontpopte zich tot een toonaangevend romantisch dichter en won de in 1834 door Charles Rogier uitgeschreven nationale poëziewedstrijd met zijn Zegeprael van 's lands onafhankelijkheid. Naast vertalingen van werken van buitenlandse romantici zoals Byron, publiceerde hij tussen 1839 en 1846 een reeks gedichten waaronder De Drie Zustersteden, een lofdicht op de Vlaamse steden Gent, Brugge en Antwerpen die van Ledeganck een icoon van de Vlaamse beweging maakte. Hij werkte eveneens mee aan tal van tijdschriften en jaarboekjes waaronder het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, Belgisch Museum, het Kunst- en Letterblad, Taelverbond en De Eendragt.

Zijn visie op de Vlaamse beweging evolueerde heel sterk. Hij was een gedreven verdediger van het Nederlands als Vlaamse cultuurtaal. Hij zetelde in de Spellingcommissie, sloot zich aan bij De Tael is Gansch het Volk en was actief in letterkundige verenigingen. In de Oost-Vlaamse provincieraad, waar hij van 1837 tot 1844 de liberalen vertegenwoordigde, hield hij in 1840 als eerste een toespraak in het Nederlands. Hij pleitte voor de erkenning van het Nederlands als taal van de administratie en bekwam de tweetaligheid voor alle provinciale publieke mededelingen. Eveneens op zijn voorstel werd besloten om bij de briefwisseling met de gemeentebesturen, de taal van die besturen te hanteren. Een jaar later ten slotte publiceerde hij het eerste Nederlandstalig burgerlijk wetboek.

Zijn Vlaamsgezindheid kreeg in die jaren echter ook een nadrukkelijk Belgicistisch karakter, wat hem de sympathie van vele tijdgenoten kostte. Aanvankelijk was hij een overtuigd orangist maar na de ondertekening van het Verdrag der XXIV artikelen tussen Nederland en de Europese grootmachten in 1839, schreef hij een poŽtische ode aan BelgiŽ onder de titel De Vrede. Dit gedicht leverde hem een goedkeurende brief van koning Leopold I op, een mooie premie in speciŽn en, waar hij al zolang naar streefde, erkenning door de burgerij. De laatste jaren van zijn leven bleef hij die sociale aansluiting met de verfranste bourgeoisie koesteren en enkel zijn literaire erfenis verzekerde hem van een plaats in het pantheon van de Vlaamse beweging.

In die laatste levensjaren maakte hij een tweede grote loopbaansprong. Hij nam in 1842 ontslag als vrederechter en werd de eerste provinciale inspecteur voor het lager onderwijs in Oost-Vlaanderen. Datzelfde jaar verhuisde hij ook naar Gent.

Tuberculose maakte een voortijdig einde aan zijn leven. Ledeganck stierf in 1847, amper 41 jaar oud. Hij werd begraven op het kerkhof aan de Dampoort maar werd een jaar later overgebracht naar het Campo Santo, waar in augustus 1849 een praalgraf met halfverheven beeldhouwwerk van de hand van Jan Van Arendonck werd onthuld. Door het gebruik van zandsteen was het monument echter niet bestand tegen de natuurelementen. Alles wat nu nog rest is een grote gedenksteen op naam van C.L. of Charles-Louis Ledeganck, bevestigd aan de zijmuur van de kapel op de Sint-Amandusheuvel.

In 1882 werd een straat aan de Gentse normaalschool naar hem genoemd en in 1895 trok Jacob Semey de - intussen afgebroken - Villa Ledeganck op aan de Vlaamsekaai, waar een citaat uit de Drie Zustersteden de gevel sierde. In de Sint-Kristoffelstraat herinnert een gevelinscriptie aan het feit dat Ledeganck er de Drie Zustersteden schreef en er een jaar later overleed. Het standbeeld van Ledeganck staat in zijn geboortestad Eeklo.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat