terug naar alfabetisch overzicht
Karel Miry, 1823-1889

karel miry standbeeld

Opera- en theatermakers, koren, fanfares en harmonies, in Gent waren zij allen schatplichtig aan de componist Karel Miry. Hij stamde uit een muzikale familie die hem - hoewel zij het niet breed had - de kans bood om te studeren aan het conservatorium. Nog tijdens die studies sloot hij zich aan bij het Gentse operaorkest en schreef hij zijn eerste composities. In 1845 speelde het toneelgezelschap Broedermin en Taelyver zijn zangstuk Wit en Zwart, en in 1847 volgde zijn opera Brigitta of de Twee Vondelingen ter gelegenheid van de feestelijke opening van de Minardschouwburg. Voor beide Nederlandstalige stukken - een primeur in het nog jonge BelgiŽ - werkte hij samen met tekstschrijver Hippoliet Van Peene, de echtgenoot van zijn tante Virginie Miry. Nog in 1847 schreef hij samen met Van Peene De Vlaemsche Leeuw. Deze compositie paste bij de opkomende nationalistische beweging in de muziek en sloot mooi aan bij de groeiende Vlaamse bewustwording.

Hoewel Miry ook muziek schreef op Franstalige teksten, bleef de Nederlandstalige zang zijn voorkeur wegdragen. In totaal zette hij een duizendtal werken op partituur, een onwaarschijnlijk uitgebreid oeuvre dat getuigt van een rijke inspiratie en een zeldzame werkkracht. In zowat alle muziekgenres uit die periode, gaande van volksliederen over gelegenheidscantates tot ouvertures en symfonieŽn, zijn composities van Miry terug te vinden. Hij hechtte heel veel belang aan de muzikale opvoeding van kinderen en componeerde speciaal voor hen tientallen liederen.

Miry's talent werd door iedereen onderkend en hij maakte snel carrière. Hij werd koorleider van gereputeerde maatschappijen zoals de Maatschappij De Melomanen, en hij engageerde zich voor de vele muzikale gelegenheidsactiviteiten in de stad. In het Willemsfonds was hij actief als lid van het hoofdbestuur en als lid van het Comiteit ter Bevordering van de Nederlandse Zang. Hij was verbonden aan het orkest van de Gentse opera (ook daar werkte hij samen met Van Peene) en combineerde dit met de functie van dirigent van de Brusselse Waux-Hall. Daarnaast was hij muziekleraar in de Gentse stadsscholen en in het conservatorium. In 1875 werd hij stedelijk onderwijsinspecteur voor muziek, in 1881 werd die verantwoordelijkheid uitgebreid tot heel Vlaanderen.

Karel Miry overleed totaal onverwacht op 3 oktober 1889 en werd na een kerkdienst in Ekkergem begraven op de Westerbegraafplaats. Op initiatief van Adolphe Samuel en met de steun van zowel het Volksbelang als La Flandre Libťrale kon op 9 april 1893 aan het Casino een standbeeld voor Miry worden onthuld, geheel gefinancierd met privťbijdragen. Hippolyte Leroy beeldhouwde een sober maar elegant monument. Aan de voet van een hoge witstenen zuil, waaruit zingende kinderen in halfverheven beeldhouwwerk tevoorschijn komen, verdedigt een Vlaamse leeuw de vlag. Een marmeren borstbeeld van Miry, die glimlachend vanonder een zware snor en een golvend artiestenkapsel naar zijn publiek kijkt, bekroont de zuil.

Miry werd ook daarna nooit echt vergeten. Nog in 1889 werd een zijstraat van de Sleepstraat naar hem genoemd, en in de huizenrij van Jacob Semey op de Vlaamsekaai kregen Miry en Van Peene in 1894 een dubbelwoonst met portretmedaillon op hun naam. In 1951 onthulde de Vlaamse Toeristenbond een gedenkplaat aan de woning in Twaalfkameren waar Miry naar verluidt De Vlaemsche Leeuw geschreven zou hebben.

De grafzerk van Miry werd in 2000 op kosten van de stad gerestaureerd. Bijkomend werd op het grasveld schuin voor het grafmonument van zijn vriend Napoleon Destanberg een zitbank geplaatst waarop een portretmedaillon van Miry en een koperen plaat met de eerste regel van De Vlaemsche Leeuw werden bevestigd. Ten slotte werd ook een concertzaal van het conservatorium naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat