terug naar alfabetisch overzicht
Karel Ondereet, 1804-1868

karel ondereet graf

Boekbinder Karel Ondereet, die in de geschiedenisboeken volledig in de schaduw van Hippoliet Van Peene kwam te staan, engageerde zich reeds op jonge leeftijd in rederijkerskringen. Hij won verschillende prijzen voor zijn acteerprestaties en vanaf 1828 vertrouwde De Fonteine hem regelmatig de hoofdrol toe. Hij werd lid van het bestuur maar kwam eind jaren 1830 in aanvaring met de oudere garde en hun in zijn ogen totaal voorbijgestreefde visie op het toneelspel. In 1838 verliet hij De Fonteine en twee jaar later richtte hij samen met Van Peene Broedermin en Taelyver op. Hij werd naast ondervoorzitter, ook steracteur van het gezelschap.

In 1841 debuteerde hij met De Gallomanie of de verfranschte Belg als tweede tekstschrijver, naast Van Peene. Nog minder dan bij Van Peene hoeft hier naar hoogstaande lyriek te worden gezocht. Ondereet schreef zowel lichtvoetige kluchten en vaudevilles als historische drama's en burgerlijk moraliserende satires waarbij een paternalistische ondertoon nooit ver weg was. Als overtuigd flamingant richtte hij zijn pijlen meermaals op de verfranste burgerij en poogde hij de massa in contact te brengen met de Vlaamse cultuur. Zijn groot inlevingsvermogen zorgde ervoor dat hij perfect kon inspelen op de wensen van zijn talrijk en trouw publiek en Ondereet werd 'incontournable' in de Gentse toneelwereld.

Een met Van Peene gedeelde plaats als boegbeeld lag dan ook moeilijk en in 1848 verliet Ondereet Broedermin en Taelyver. Hij keerde terug naar De Fonteine die hem met open armen ontving. Hij werd er als acteur en als huisschrijver de onbetwiste nummer één en werd in 1851 voorzitter van de rederijkerskamer. In 1856 verliet hij De Fonteine voor een tweede keer en richtte een jaar later het Vondelgenootschap Kunst en Beschaving op, een toneelkring die volledig op hem was afgestemd. In 1865 ontbond hij het genootschap en ging een derde keer aankloppen bij De Fonteine, die hem prompt weer in het bestuur opnam.

Ondereet was ook betrokken bij de oprichting van de zangvereniging Maatschapij De Melomanen en de liefdadige kring Zonder Naam niet zonder Hart. Een poging om, naast zijn dagtaak als boekbinder, een onderwijsopdracht aan het Gentse conservatorium te bekomen, mislukte. De directie wees hem in 1860 immers de cursus 'Declamatie' - in toenmalige termen het vak 'Vlaemsche uitgalming' - toe maar door zijn zwaar Gents accent bleek hij ongeschikt als docent.

In 1868, nauwelijks vier jaar na Van Peene, overleed Karel Ondereet, net voor de huldiging ter gelegenheid van zijn vijftigjarige toneelloopbaan. Onder grote publieke belangstelling werd hij, na een dienst in de Sint-Jacobskerk, begraven op het kerkhof aan de Dampoort. De rouwstoet werd begeleid door de vaandels van een twintigtal liberale verenigingen. Op initiatief van toneelschrijver Bruno Block werd Ondereet in 1877 overgebracht naar de Westerbegraafplaats, waar een sober grafmonument met marmeren portretmedaillon van de hand van Isidore Dubrucq werd onthuld.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat