terug naar alfabetisch overzicht
Karel Vervier, 1788-1872

Van kindsbeen af werd Karel Vervier ondergedompeld in een 'flamingantisme avant la lettre'. Vader Jan Baptist Vervier, een voormalige hoofdarts in het Oostenrijkse leger, was in de jaren 1790 een spilfiguur in de Gentse vrijzinnige en Vlaamsgezinde milieus. Hij pleitte voor het gebruik van de moedertaal in bestuurszaken en voor de secularisering van het openbaar leven, waarmee hij belangrijke fundamenten legde voor het latere liberaal flamingantisme.

graftombe van Karel Vervier

Zoon Karel studeerde in Gent en Parijs, vestigde zich in 1809 als bankier in Gent maar verhuisde in 1814 naar Eeklo waar hij benoemd was tot arrondissementeel belastingontvanger. Hij raakte er bevriend met de jonge Karel Lodewijk Ledeganck aan wiens loopbaan hij een beslissende wending gaf door hem tot hulpklerk bij het gemeentebestuur van Eeklo te laten benoemen en die hij introduceerde in de Vlaamse beweging. Vervier pleitte zijn hele leven voor een geleidelijke en algemene vernederlandsing waarbij zowel degelijk lager onderwijs als cultuurbeleving een hoofdrol moesten spelen. In 1826 werd hij lid van de Provinciale Staten waaruit hij, als overtuigd orangist, na de Belgische onafhankelijkheid prompt ontslag nam. Bij de verkiezingen van 1836 werd hij toch weer lid van de provincieraad (de Belgische opvolger van de Provinciale Staten) en zetelde er - eerst als orangist, vervolgens als liberaal - tot 1870.

In 1833 nam hij ontslag als belastingontvanger en ging rentenieren. De vrijgekomen tijd investeerde hij in zijn druk verenigingsleven. Hij was sinds 1815 lid van de letterkundige afdeling van de rederijkerskamer De Fonteine (waar hij bevriend raakte met Jan Frans Willems), publiceerde in 1820 een Nederlandstalige dichtbundel - een zeldzaamheid in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden - en werd in 1824 ondervoorzitter van de Gentse afdeling van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Hij sloot zich aan bij De Tael is Gansch het Volk, het Willemsfonds en het Vlaamsch Verbond, en was voorzitter van de Vlaamsche Liberale Vereeniging en van de afdeling Letterkunde van de Maatschappij voor Schone Kunsten en Letteren. Hij was bestuurslid van de Gentse Koninklijke Academie voor Teken-, Schilder-, Beeldhouw- en Bouwkunst en van de commissie van kosteloze stadsscholen, curator van het atheneum en voorzitter van de commissie voor de bewaring van oude gedenkstukken.

In de Gentse vrijmetselaarswereld speelde hij een onopvallende maar cruciale rol. Als Achtbare Meester van Les Vrais Amis, die onder zijn invloed ook na 1830 bleef ressorteren onder het Grootoosten van Nederland, lanceerde hij in 1831 met succes Hippolyte Metdepenningen als nieuwe Achtbare Meester van Le Septentrion en maakte hij van de jonge advocaat een boegbeeld van het Gentse orangisme. In 1866 ten slotte stond hij mee aan de wieg van La Liberté, aan wie hij de oude tempel van Les Vrais Amis in de Achtersikkel ter beschikking stelde. Als eigenaar van dit eeuwenoude gebouw aan de Sint-Baafskathedraal had hij trouwens al meerdere liberale verenigingen van een lokaal voorzien, zoals De Tael is Gansch het Volk, de Société des Choeurs, 't Zal Wel Gaan, het Van Crombrugghe's Genootschap en de Vlaamsche Liberale Vereeniging.

Vervier overleed in 1872 in zijn kasteel in Waarschoot en werd burgerlijk begraven op het kerkhof aan de Dampoort. De lijkredes werden gehouden door Henri de Brouckère voor La Liberté, door Jacob Heremans in naam van de Vlaamsgezinden en door de dichter Karel Bogaerd. Het Volksbelang van 30 november 1872 meldde: "Vervier is tot het laatste getrouw gebleven aan de overtuiging van heel zijn leven: ondanks de pogingen der Waarschootse geestelijkheid, is hij buiten de Roomsche kerk wier strekkingen hij steeds had bestreden, gestorven". In 1879 werd Vervier herbegraven op de Westerbegraafplaats, waar zijn zoon een grafmonument liet optrekken, versierd met een witmarmeren portretmedaillon van de hand van Benoit Wante.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat