terug naar alfabetisch overzicht
Leopold Cruyl, 1857-1917

Tegen de typische 'armoede-epidemieën' die in de negentiende eeuw in de scholen woekerden, stond de inrichtende macht meestal machteloos. Aan de lamentabele levensomstandigheden waaronder vele leerlingen gebukt gingen, konden zij niets verhelpen. De medische kennis was bovendien nog te beperkt om echte oplossingen te kunnen aandragen. Eind negentiende eeuw begon echter een langzame kentering. Een van de eerste initiatieven in Gent was de oprichting van de 'School der Zeerhoofdigen' voor leerlingen met het zogenaamde hoofdschurft, een besmettelijke huidziekte bij kinderen. Initiatiefnemer was Leopold Cruyl, een geneesheer en gezondheidsinspecteur van de stadsscholen. Met de steun van schepen Remi De Ridder richtte hij in 1892 een school op waar de zieke kinderen uit de stadsscholen werden opgevangen door een verpleegkundige. Zij kregen er voor de duur van hun herstel les en keerden pas na volledige genezing terug naar hun oude school. Begonnen in een lokaal in de Kerkstraat (de huidige Victor Frisstraat), verhuisde de school in 1902 naar de Oude Vlasmarkt en vervolgens naar het Klein Raamhof, het gebouw waarin zich momenteel het stedelijk onderwijsmuseum De School van Toen bevindt. Door de snelle daling van het aantal leerlingen na de Tweede Wereldoorlog (van een zestigtal bij de start naar gemiddeld een vijftal), werd de relevantie van de school steeds meer in vraag gesteld. In 1964 werd ze opgedoekt.

Leopold Cruyl was afkomstig uit Waasmunster waar zijn vader burgemeester was en als brouwer annex azijnproducent fortuin had gemaakt. Cruyl studeerde geneeskunde aan de Gentse universiteit, huwde met de dochter van zijn mentor Etienne Poirier en specialiseerde zich in de behandeling van huidaandoeningen en venerische ziekten. Hij doceerde aan de universiteit en was chirurg in het stedelijk ziekenhuis de Bijloke waar hij samen met enkele confraters de laboratoria voor scheikunde en bacteriologisch onderzoek oprichtte.

Onder invloed van zijn schoonvader, een notoire vrijdenker, sloot hij zich aan bij de Gentse liberalen. Hij was medeoprichter van de Liberale Maatschappij der Studenten Geneeskunde en engageerde zich na zijn afstuderen in 1883 in de Mutualité du Commerce et de l'Industrie en in het Nachtasiel van Charles Verstraete. Zijn inzet tijdens de epidemieŽn die Gent nog regelmatig troffen en zijn daaruit voortvloeiende naambekendheid bij het grote publiek brachten hem ook in de gemeenteraad.

Tussen 1908 en zijn overlijden in 1917 profileerde hij zich in het stadhuis als de liberale spreekbuis bij uitstek met betrekking tot volksgezondheid. Hij promootte de strijd tegen tuberculose en pleitte voor betere arbeidershuisvesting en andere structurele maatregelen ter verbetering van de publieke hygiëne. In dat kader durfde hij ook op te komen voor een wettiging van crematie en de bouw van een crematorium in Gent, een project dat pas in 1989 werd afgerond met de opening van Crematorium Westlede in Lochristi.

Een ander stokpaardje van Cruyl was de laïcisering van de verpleegopleiding. Via de vrijdenkersvereniging La Libre Pensée Gantoise was hij van in de jaren 1880 betrokken bij de organisatie van de Bond der Wereldlijke Ziekendienders en -diensters maar de kleinschaligheid van deze operatie bleef hem een doorn in het oog. De oprichting van een neutrale onderwijsinstelling voor verpleegkundigen zoals hij in 1908 voorstelde, maakte hij niet meer mee. Pas in 1920 besliste de bestendige deputatie - op aandringen van de liberale gouverneur Maurice Lippens - tot de oprichting van een Provinciale Verpleegsterschool.

Leopold Cruyl overleed op 26 maart 1917 na een ongelukkige val in de Brabantdam. Zijn begrafenis bracht, ondanks de Duitse bezetting, een massa volk op de been die op de Westerbegraafplaats afscheid nam van deze sociaal geŽngageerde arts.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat