terug naar alfabetisch overzicht
Lieven Bauwens, 1769-1822

Lieven Bauwens, Gents protagonist van het economisch liberalisme bij uitstek, werd geboren in de Waaistraat, op een steenworp van het huis waar bijna een eeuw later het socialistische boegbeeld Eduard Anseele opgroeide. Zijn vader, een rijke leerlooier, stuurde Lieven naar Engeland om zich te bekwamen in de leerbewerking. Daar werd echter vooral zijn interesse voor de katoennijverheid gewekt en in 1796 richtte hij in een voormalig klooster in Passy bij Parijs zijn eerste katoenfabriek op. Kort daarna kocht hij het Norbertijnenklooster in Drongen en in 1797 werd hij eigenaar van zijn eerste Gentse fabriekshal, de Chartreuse of het Kartuizerklooster aan het Fratersplein.

Zijn belangrijkste wapenfeit dateerde echter uit 1798: hij smokkelde toen een 'mule jenny', de eerste gemechaniseerde spinmolen, uit Engeland en installeerde deze in zijn fabrieken in Passy en Gent. Deze 'heldendaad' verzekerde hem van de aandacht en bescherming van Napoleon. Op enkele jaren tijd werd Bauwens een van de machtigste mannen in Gent en van 1800 tot 1801 was hij zelfs even burgemeester van de stad.

Intussen vulde hij zijn reeds aanzienlijk fortuin aan met inkomsten uit de verkoop van voormalige kerkelijke goederen, bouwde zijn woning aan het Fratersplein om tot een van de indrukwekkendste van de stad en ontving er bij twee gelegenheden zijn beschermheer Napoleon, waarbij hij de titel van ridder in het Légion d'honneur kreeg (een titel die toen nog zelden aan burgers werd toegekend). Een souvenir van deze bezoeken is de grote Napoleontrap die nog steeds in zijn voormalige woning bewonderd kan worden.

standbeeld van Bauwens

De nauwe band met de Franse heerser werd hem echter ook fataal. De zaken gingen sinds de invoering van de Continentale Blokkade in 1806 en een arbeidersoproer in 1810 gestaag slechter en toen Napoleon in 1814 werd verbannen, eiste de Franse staat de terugbetaling van de aan hem verstrekte staatslening. Bauwens ging bankroet, verkocht zijn bezittingen en trok zich terug in Frankrijk, waar hij zich na korte tijd zakelijk herpakte.

Lieven Bauwens overleed in 1822 en werd begraven op het beroemde kerkhof Père Lachaise te Parijs.

De erfenis die hij aan Gent achterliet, was gigantisch. Dankzij Bauwens behoorden de Gentse katoenbaronnen tot de technologische wereldtop. Aan sommige confraters zoals Franšois De Smet verkocht hij zijn productieproces, anderen verkregen het op meer slinkse wijze maar met eenzelfde eindresultaat. Bauwens' schoonbroer, Bernard De Pauw, en diens zoon, Alphonse Prayon de Pauw, namen zijn toeleveringsbedrijf over en Gentse firma's zoals Phoenix namen kort daarna zijn rol als machineconstructeur over.

Bauwens' fabriek aan het Fratersplein kwam in handen van Guillaume Bossaert. Hij werd een van de steunpilaren van het Gentse orangisme dat hij vertegenwoordigde in de gemeenteraad en het schepencollege (1830 tot 1839), en in de provincieraad. Samen met zijn collega-katoenbaron en schoonbroer Pierre-Franšois De Smet zetelde Bossaert van 1830 tot 1836 in het Comité de Conservation (het voorlopig bestuur van de provincie) en van 1840 tot 1843 was hij lid van de bestendige deputatie.

De Chartreuse, waar de Engelse delegatie verbleef die op kerstavond 1814 de Vrede van Gent (het vredesverdrag tussen Engeland en de Verenigde Staten) ondertekende, bleef een fabriek met directeurswoning tot het overlijden van Bossaert in 1844. De Broeders van Sint-Jan de Deo kochten het perceel en vestigden er hun klooster annex kliniek, die in 1946 werd omgebouwd tot de huidige psychiatrische inrichting.

Gent vergat Bauwens niet. Er is het Lieven Bauwensplein en de meer recente Lieven Bauwensbuilding aan de Martelaarslaan; de gedenkplaat aan zijn geboortehuis werd ge´ncorporeerd in de nieuwbouw van de Bond Moyson die er in de plaats kwam.

Zijn standbeeld kwam er met enige vertraging. In 1837 namen enkele textielbaronnen een eerste initiatief en zamelden de nodige fondsen in. Toen echter bleek dat Bauwens' weduwe, Mary Kenyon, in diepe armoede was verzeild, bliezen zij het project af en schonken het geld aan haar. In 1849 ontwierp een zekere Parmentier een eerste beeldje en in 1867 volgde een plaasteren beeld door Pieter de Vigne. Dit kwam op het Frankrijkplein te staan, op de plaats waar nu het standbeeld van Anseele staat. In 1884 nam een comité onder leiding van Charles de Hemptinne het initiatief voor de plaatsing van een bronzen beeld - naar het ontwerp van de Vigne - op het Lieven Bauwensplein, boven de net gedempte Reep. Op 13 juli 1885 werd het monument onthuld met een grote plechtigheid. Burgemeester Hippolyte Lippens hield de toespraak en stelde de door de stad uitgegeven herinneringsmedaille voor. Een koor onder leiding van Edward Nevejans voerde een cantate van Karel Miry uit. Het feest werd afgesloten in de opera waar het Van Crombrugghe's Genootschap de gelegenheidskomedie Lieven Bauwens van Karel Ondereet uitvoerde.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat