terug naar alfabetisch overzicht
Lodewijk De Vriese, 1848-1932

Lodewijk De Vriese werd geboren in een liberaal burgergezin en ging op veertienjarige leeftijd aan de slag als notarisklerk. Hij volgde tussendoor avondlessen aan de Nijverheidsschool en maakte via zijn werkgever kennis met Frans Rens, die hem introduceerde in het Vlaamse cultuurleven. In 1866 werd hij gemeenteambtenaar in Evergem en engageerde zich in het lokale verenigingsleven. Onder invloed van Julius Vuylsteke en Willem Rogghé begon hij ook liberale meetings te organiseren op het platteland rond Gent, waarop het katholieke gemeentebestuur hem in 1868 op straat zette.

lodewijk de vriese

De Vriese verhuisde naar Sint-Amandsberg, ging voor het provinciebestuur werken en deed zijn eerste ervaringen op als journalist. Hij werd onder meer proeflezer bij drukker-uitgever Van Doosselaere, trad toe tot de redactie van Volksbelang, verzorgde de promotie van het liberaal cultureel blad Het Vlaamsche Volk en werd de officieuze uitgever en hoofdredacteur van het liberale Eeclo's Weekblad. Hij werd secretaris van de Liberale Vereniging van Sint-Amandsberg, sloot hij zich aan bij het Willemsfonds en de Zetternamkring en was voorzitter van De Vlaamsche Jongens, een vereniging ter bevordering van het Vlaamse lied.

Zijn antiklerikalisme bracht hem in conflict met de katholieke gouverneur van Oost-Vlaanderen Théodore de T'Serclaes die hem in 1872 dwong om afstand te nemen van zijn 'hobby' als liberaal publicist. Om den brode gaf hij toe en beperkte zich tot enkele neutrale publicaties die hij samen met zijn vriend Napoleon Destanberg op de markt bracht. Zijn inspanningen voor de Liberale Vereniging weigerde hij echter op te geven en in 1874 nam hij gedwongen ontslag.

Hij opende een boekhandel in de Pollepelstraat maar maakte vooral naam als uitgever en drukker. Gedurende de daaropvolgende jaren stond hij in voor de verspreiding van meer dan vijftig liberale strijdbladen, wat van De Vriese ongetwijfeld de meest productieve liberale uitgever van zijn tijd maakte. Onder de indruk van zijn werklust, vertrouwden de gebroeders Callier hem in 1876 zelfs de redactionele leiding over La Flandre Libérale toe.

Ondanks deze drukke beroepsbezigheden bleef hij ook heel actief in het verenigingsleven. In 1875 richtte hij samen met Gust De Mey de Ledebergse Willemsfondsafdeling op en twee jaar later was hij medestichter van het Werk der Liberale Drukpers, een organisatie "ter bevordering van de liberale denkwijze" waarvan hij nationaal secretaris werd.

De liberale verkiezingsnederlaag van 1884 betekende het einde van vele liberale projecten en ook in de perswereld werd gesnoeid. De Vriese hield de uitgave van zijn liberale krantjes en weekbladen nog vol tot 1886 maar gaf er dan ook de brui aan en concentreerde zich op het liberale verenigingsleven. In 1886 richtte hij samen met Gustaaf De Sutter de Liberale Kring van de Vrijdagmarkt op en werd er secretaris van. Parallel startte hij een campagne om meer wijkgebonden partijafdelingen voor het 'gewone volk' op te richten. Het cultiveren van de Vlaamse taal en tradities beschouwde hij als een cruciaal instrument om te kunnen werven en mobiliseren.

Dit bracht hem naadloos bij een nieuwe loopbaan, met name die van folklorist en heemkundige. Hij verspreidde zijn kennis via voordrachten en publicaties voor het grote publiek en was onlosmakelijk verbonden met de vele tentoonstellingen uit die periode, waaronder de Provinciale Tentoonstelling in 1899 en de Wereldtentoonstelling in 1913. Zijn ervaring als 'gazetier' gebruikte hij voor de uitgave van mooi geÔllustreerde tijdschriften als Gent XXe eeuw en Gent Voorwaarts, genoemd naar de gelijknamige vereniging waarvan De Vriese voorzitter was.

In 1918 werd De Vriese blind. Hij ging inwonen bij zijn dochter Marthe en bracht zijn laatste levensdagen door bij zijn dochter Bertha, die in 1900 als eerste vrouw aan de Gentse geneeskundefaculteit was afgestudeerd. Hij overleed in 1932. Lodewijk en Bertha delen op de Westerbegraafplaats een rotsvormig grafmonument dat intussen helemaal door struiken overwoekerd is. Zijn witmarmeren borstbeeld van de hand van Theo Soudeyns wordt, heel toepasselijk, bewaard in de lokalen van de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Volkskundigen en zijn tientallen publicaties over Gent en de Gentenaars zijn in tal van bibliotheken terug te vinden.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat