terug naar alfabetisch overzicht
Louis Van Houtte, 1810-1876

Indien de negentiende-eeuwse Gentse floristen een icoon hadden, dan was het ongetwijfeld Louis Van Houtte. Afkomstig uit Ieper, volgde hij een handelsopleiding in Parijs. Hij liet zich voor het eerst opmerken aan de zijde van Charles Rogier bij de onafhankelijkheidsstrijd van 1830. Rogier beloonde hem met een functie op het ministerie van FinanciŽn maar in 1833 ruilde hij zijn ambtenarenbestaan voor dat van botanicus en bloemist.

Hij opende een winkel in Brussel, ging op botanische expeditie naar de Braziliaanse jungle, was korte tijd directeur van de Brusselse Kruidtuin en vestigde zich uiteindelijk in Gentbrugge, waar hij samen met Adolf Papeleu (naar wie later een park in Ledeberg werd genoemd) een hofbouwbedrijf oprichtte. In 1845 ging hij alleen verder en specialiseerde zich in de sierplantenteelt. Begonnen op 1 ha, nam zijn bedrijf in 1870 meer dan 14 ha in beslag waarvan 8000 m≤ onder glas in vijftig serres. Een daarvan was de beroemde Victoria Regiaserre voor de kweek van de Zuid-Amerikaanse reuzenwaterlelie, een Europese primeur. Menig gekroond hoofd bracht dan ook een bezoek aan zijn bedrijf.

Tussendoor voerde hij ook opdrachten uit als tuinbouwarchitect, getuige hiervan de Engelse tuin van de Westerbegraafplaats die hij samen met Ambrosius Verschaffelt en Adolphe Pauli aanlegde. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisde de firma naar De Pinte en de Gentbrugse bedrijfsgebouwen werden in de jaren 1920 afgebroken of geÔntegreerd in de gebouwen van de Puntfabriek van wijlen Léon Tertzweil, het latere Arbed.

Louis Van Houtte was ook politiek actief. In 1851 werd hij gemeenteraadslid in Gentbrugge en van 1854 tot zijn overlijden was hij er burgemeester. Zijn bestuur, dat nooit gekenmerkt werd door een met Gent vergelijkbare partijpolitieke polarisatie maar veeleer met een zachte vorm van 'cohabitation' met liberalen en katholieken, zette Gentbrugge op de kaart. De industrialisering kreeg vaste voet aan de grond en openbare werken, positief beïnvloed door de goede contacten die hij nog steeds in Brussel had, versnelden de economische ontwikkeling van de gemeente. De aansluiting op het spoorwegnet in 1872 (met een tweede station in 1882) was de kroon op het werk. Als liberaal besteedde hij ook veel aandacht aan de inrichting van het gemeentelijk onderwijs en liet twee scholen bouwen.

hulde aan standbeeld van van houtte

Op zijn vijfenzestigste werd Van Houtte echter ziek en nauwelijks enkele maanden later, in 1876, overleed hij. Bij een sober grafmonument op het kerkhof van Gentbrugge hielden onder meer Gents burgemeester Charles de Kerchove en de tuinbouwkundigen Edouard Pynaert en August Van Geert de huldetoespraken.

Een eerste erfenis die Louis Van Houtte naliet, waren de prachtig verluchte tijdschriften die hij tussen 1833 en zijn dood heeft uitgegeven, zoals L'Horticulture Belge uit zijn Brusselse periode. Hij kreeg vooral internationale faam door de 23 volumes van Flore des serres et des jardins de l'Europe die verschenen tussen 1845 en 1883. De beroemde kleurplaten worden nu verkocht op kunstveilingen en brengen makkelijk tot € 150 per pagina op.

Een tweede erfenis is de Tuinbouwschool die hij in 1849 met de steun van Charles Rogier oprichtte als de 'Staets Hovingbouwschool', een eliteschool die hofbouwkundigen uit de hele wereld vormde. Eerst gevestigd op zijn bedrijfsterreinen in Gentbrugge (wat hem ook verzekerde van een permanente werfreserve van geschoolde hofbouwers), verhuisde de school in 1871 naar de stedelijke Kruidtuin in het Baudelopark. In 1889 werd ze overgenomen door de staat waarna een verhuis volgde naar de gebouwen van de Normaalschool aan de Ledeganckstraat. In 1937 vond de school een vaste stek in Melle, waar ze nu nog steeds gevestigd is. De Tuinbouwschool herbergt niet enkel het borstbeeld van haar stichter maar ook een glasraam met zijn portret, in 1949 aan de school geschonken door personeel en leerlingen en als 'liberaal glasraam' zo goed als uniek in zijn genre.

Van Houtte verdween nooit helemaal uit beeld. Het meest opvallend is uiteraard zijn bronzen standbeeld in de Louis Van Houttestraat, gemaakt door Paul De Vigne. De godin Flora houdt een lauwerkrans boven een borstbeeld op sokkel van Van Houtte, een bijna Romeins aandoend keizerlijk tafereel. Het monument werd onthuld op 17 augustus 1879 in aanwezigheid van de 'fine fleur' van de Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde, waarvan hij een vooraanstaand lid was.

In 1910 werd zijn honderdste geboortedag gevierd en werd een huldeplaket, ontworpen door Geo Verbanck en Valentin Vaerwijck, aan de sokkel bevestigd. Een grote stoet, waarin Van Houttes leven en werk werd uitgebeeld, trok door de gemeente en op het afsluitend banket in het Gentse Casino werd een herdenkingsmedaille uitgedeeld.

Daarnaast hadden zijn vrienden in 1887 de Hofbouwmaatschappij Van Houtte's Kring opgericht die jaarlijkse bloemententoonstellingen organiseerde en onder meer tijdens de Gentse wereldtentoonstelling van 1913 instond voor de zomerfloraliën.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat