terug naar alfabetisch overzicht
Marc Baertsoen, 1860-1934

Na zijn studies aan de Gentse universiteit schreef Marc Baertsoen zich in 1882 in aan de Gentse balie en liep stage bij Adolphe Dubois, een liberale topadvocaat en een nauwe medewerker van burgemeester Hippolyte Lippens. Baertsoen werd actief binnen de Liberale Associatie, schreef politieke bijdragen voor La Flandre Libérale en werd in 1891 verkozen voor de gemeenteraad. Nog geen drie jaar later volgde zijn benoeming tot schepen. Aanvankelijk verantwoordelijk voor Openbare Liefdadigheid en Rechtszaken, nam hij in 1907 het departement Financiën over van de zieke Julius De Vigne. Een van Baertsoens belangrijkste initiatieven als beginnend schepen was de publicatie van een eerste tweetalige codex van de gemeentewet, waardoor een van de inbreuken op de bestuurstaalwet uit 1878 uiteindelijk werd rechtgezet. In 1990 stapte hij net als de andere liberale schepenen uit het college en in 1911 verliet hij eveneens de gemeenteraad. Hij zette zijn advocatenpraktijk voort, was intussen ook actief als bestuurder van de Banque de Flandre en maakte naam als filantroop. Zo stond hij onder meer in voor de financiering van niet minder dan vijf bejaardenwoningen in de Prosper Claeysstraat.

Marc Baertsoen

De Eerste Wereldoorlog brak uit en Baertsoen sloot zich aan bij de hulpverleners. Hij kwam in 1915 aan het hoofd te staan van het Gentse Centraal Bureau voor Identificatie en Controle, een orgaan dat een register bijhield van alle steuntrekkenden om zo misbruik te voorkomen of te bestrijden. Over deze periode hield hij een gedetailleerd en historisch heel informatief dagboek bij dat in 1929 werd gepubliceerd onder de titel Notes d'un Gantois sur la Guerre de 1914-1918. In 1916 volgde hij zijn schoonbroer Albert Ceuterick op als voorzitter van het Bureel van Weldadigheid, een oorlogsbenoeming die de rest van zijn leven bepaalde. In 1918 werd dit mandaat bevestigd en in 1925 werd Baertsoen de eerste voorzitter van de Gentse Commissie voor Openbare Onderstand, een nieuwe instelling die de diensten van het Bureel van Weldadigheid en van de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen in zich verenigde. Hij behield deze functie tot zijn overlijden in 1934.

Zijn voorzitterschap van de Gentse Maatschappij der Werkerswoningen, later de Maatschappij van Goedkoope Woningen, sloot hier nauw bij aan. De oprichting van deze maatschappij voor sociale woningbouw was een initiatief van de socialisten en progressisten met Pieter De Bruyne als leidende figuur en werd in 1901 goedgekeurd in de gemeenteraad. In 1904 werd een nv opgericht die voor de uitvoering zou instaan en waarin de stad, het Bureel van Weldadigheid, de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen en een reeks particulieren participeerden. In de raad van bestuur waren de drie politieke partijen vertegenwoordigd en Julius De Vigne werd de eerste voorzitter. Stadsarchitect en medebestuurder Charles Van Rysselberghe stond in voor de eerste ontwerpen en in 1905 werden in de Wilgestraat twintig nieuwe arbeiderswoningen in gebruik genomen. In de daaropvolgende jaren verliepen de activiteiten een stuk stroever en werden geen nieuwe projecten afgewerkt. De belangrijkste reden hiervoor was de tweestrijd waarin de liberale kopstukken zoals De Vigne maar ook Camille De Bast zich bevonden: de activiteiten van de Maatschappij pasten volgens hen veeleer in de private sector en ondergroeven het vrijemarktprincipe.

Desondanks maakte de Maatschappij in 1906 een begin met het prestigieuze project in de Zebrastraat, waar rond een binnenplein een complex met meergezinswoningen verrees. De intussen zwaar zieke De Vigne nam nog voor de afwerking ontslag en in 1908 nam Baertsoen het voorzitterschap van de Maatschappij over. Zijn naam prijkt dan ook bovenaan de herdenkingssteen die zich nog steeds aan de ingang van het complex bevindt. De Cirk, zoals het gebouw in de volksmond ging heten, werd ingehuldigd op 20 september 1908. Ondanks een aantal renovatiewerken, verkrotte het complex in de loop der jaren. In 2002 kwam de Cirk in handen van de Stichting Liedts-Meesen, die de hele site renoveerde en er een vernieuwend samenlevingsproject voor ontwierp.

Onder Baertsoen, die de Maatschappij leidde tot 1933, werden nog vóór de Eerste Wereldoorlog vijf vergelijkbare woonprojecten afgewerkt. Na de oorlog kwamen er in Gent verschillende sociale huisvestingsmaatschappijen bij maar de Maatschappij van Goedkoope Woningen bleef een van de belangrijkste spelers op de markt. Tussen 1919 en 1933 stond zij in voor de bouw van onder meer de tuinwijk in de Sint-Bernadettestraat, de werkmanskolonie rond het Koning Nobelplein aan de Brugsesteenweg en de hoogbouw in het Scheldeoord.

Marc Baertsoen overleed in 1934 en ligt begraven op de Westerbegraafplaats, waar hij werd bijgezet in de monumentale familiekelder.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat