terug naar alfabetisch overzicht
Napoleon Destanberg, 1829-1875

Hoewel zijn vader maar een kleine middenstander was, kreeg Napoleon Destanberg de kans om te studeren. Hij ging naar het Gentse atheneum, schreef zich daarna in aan de Gentse rechtsfaculteit maar zette zijn studies voortijdig stop. Hij ging aan de slag als journalist en kwam terecht bij De Broedermin, een Gentse krant die gelieerd was met de Société Huet. Deze krant verdedigde een sociaal liberalisme en een verbreding van de democratie, was strijdend antiklerikaal en Vlaamsgezind, en was dus een doorn in het oog van zowel de Kerk als de doctrinaire liberalen. Destanberg maakte er kennis met onder anderen Gustave Callier en vond zo een eigen stek in de progressieve vleugel van de Liberale Associatie. In 1859 verdween De Broedermin en Destanberg werd de spilfiguur van de opvolger, De Stad Gent. De wijze waarop hij de volksmens verdedigde en hem een rol toebedeelde in de groei van het liberalisme, maakte van 'Cies van Ghendt', zoals zijn pseudoniem luidde, een veelbesproken figuur. Daarnaast werkte hij mee aan de Volksalmanak van het Willemsfonds en verzorgde hij de uitgave van kiesbladen en andere liberale periodieken.

napoleon destanberg

Lag zijn engagement in de pers, dan lag zijn passie in de volkscultuur met een voorkeur voor toneel. In 1848 werd hij lid van De Fonteine, waar hij zijn eerste successen als acteur kende. In 1854 voerde De Fonteine zijn eerste grote toneelstuk, Laurens Coster, op in de Minardschouwburg. In 1853 sloot hij zich ook aan bij het Nationaal Tooneel van Antwerpen, dat in heel Vlaanderen acteurs en regisseurs ronselde. Hij deed er ervaring op als regisseur maar keerde na vijf jaar terug naar Gent, waar hij in 1865 samen met Edmond Hendrickx het Nationaal Tooneel van Oost-Vlaanderen oprichtte. Gedurende korte tijd traden zij onder de artistieke leiding van Destanberg op in het Hof van Plaisance aan de Dampoort, waarna het gezelschap naar de Minardschouwburg verhuisde. Daar begon een vruchtbare samenwerking met de twee aldaar residerende gezelschappen, De Fonteine en Broedermin en Taelyver.

Destanberg was ook een veelzijdig en productief auteur. Hij schreef kindergedichten en schoolzangen die door Karel Miry op muziek werden gezet. Daarnaast schreef hij meer dan honderd toneelstukken, een mengeling van eigen werk zoals Mast en Danneels en De Kiesrevolutie, naast geadapteerde stukken uit andere talen, waaronder MacBeth en Les Misérables. Hij leverde de tekst van de Arteveldecantate (op muziek van August Gevaert), die werd uitgevoerd bij de inhuldiging van het standbeeld van Jacob van Artevelde in 1863. Hij vertaalde werken van Shakespeare en Molière en publiceerde biografieŽn van onder anderen Prudens Van Duyse en Hippoliet Van Peene.

In 1866 publiceerde hij onder de titel Al de liberale liedjes en gedichten een staalkaart van twintig jaar geŽngageerd schrijven. In deze volkse bundel kwamen alle voor hem belangrijke thema's aan bod, zoals de uitbuiting van de arbeiders, de Vlaamse strijd, de macht van de Kerk, het lotelingensysteem, de uitbreiding van het onderwijs, het stemrecht, het pacifisme. Als rasechte Gentenaar ging hij ook in op de lokale politiek en schreef zowel huldeteksten voor verdienstelijke liberalen als schimpliederen over de Gentse clerus en electorale propagandaliederen. Als volkspoŽet ten slotte, vulde hij de bundel aan met feest- en carnavalsliederen.

Dit alles maakte hem geliefd in heel brede kring. Velen maakten gebruik van zijn diensten als gelegenheidsdichter, bewonderden hem om zijn scherpe pen als journalist of genoten van zijn milde volkshumor. Bij zowel de man in de straat als de leidende liberalen onder wie burgemeester Charles de Kerchove was hij kind aan huis.

Zijn laatste levensjaren waren minder fortuinlijk. Destanberg werd een verbitterd man, gleed af naar de armoede en zocht troost in de drank. In augustus 1875 werd hij zwaar ziek. Hij overleed een maand later en liet een behoeftige familie met negen kinderen achter.

Napoleon Destanberg werd begraven op de Westerbegraafplaats, waarbij het Volksbelang opmerkte dat dit ongetwijfeld de allereerste vrijdenkersbegrafenis was vanuit een sterfhuis in een Gents begijnhof. Een arduinen obelisk met een portretmedaillon, bekostigd via een publieke inschrijvingslijst en een gift van Charles Verbessem als voorzitter van de Zonder Naam niet zonder Hart, siert zijn graf. Jacob Semey noemde in 1897 een van zijn befaamde - maar intussen gesloopte - huizen op de Vlaamsekaai naar Destanberg en verwees met de inscripties naar de Arteveldecantate. Een smal straatje tussen Pekelharing en Sint-Agnetestraat werd in 1979 naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat