terug naar alfabetisch overzicht
Edouard Neyt, 1799-1849 en Adolphe Neyt sr, 1804-1865

Een eerste beperkte vlucht uit het stadscentrum bracht de suikerindustrie naar de terreinen rond de Coupure, zoals het bedrijf van de familie Neyt. Vader Joachim Neyt had rond 1790 een suikerraffinaderij opgericht in de Rekelingestraat rechtover het Gravensteen. Nog geen 10 jaar later week hij uit richting Lindenlei waar hij een fabriek bouwde aan de intussen verdwenen Voltairebrug of (Laatste) Oordeelbrug die toen de Recolettenlei met de Lindenlei verbond. Hij kwam uiteindelijk op de Coupure terecht, waar hij een succesvolle suikerfabriek kon nalaten aan zijn zonen Edouard en Adolphe. Zij bouwden het bedrijf verder uit onder de naam Frères Neyt en kochten in 1841 de definitieve vestiging op de Coupure Rechts, ideaal gelegen tegenover het toenmalige stedelijk stapelhuis.

Beide broers klommen snel op de sociale ladder. Ze investeerden in La Lys waar ze een zetel in de raad van bestuur kregen, Adolphe kocht zich ook in bij concurrent La Linière en beiden waren vele jaren lid van de Kamer van Koophandel. Bij de oprichting in 1834 van de nv die het Casino aan de Coupure zou bouwen, werden ze aandeelhouder en sloten ze zich aan bij de gereputeerde Koninklijke Maatschappij voor Landbouw en Plantkunde.

Edouard Neyt stapte als eerste in de politiek en was van 1843 tot 1849 liberaal gemeenteraadslid. Adolphe volgde in zijn voetsporen. Als tweede oudste ondervond hij minder vlug de druk om een functie in het familiebedrijf op te nemen, waardoor hij onder meer de kans kreeg om te studeren aan de pas opgerichte Gentse universiteit. Tijdens het Hollands bewind werd hij luitenant in de schutterij en hij zette dit na de revolutie van 1830 om in een engagement binnen de Gentse burgerwacht, waar hij in 1848 majoor werd. Hij sloot zich - net als zijn broer - aan bij de Liberale Associatie en werd verkozen tot lid van het middencomiteit. Na het overlijden van Edouard maakte Adolphe Neyt zich op om hem niet enkel te vervangen in de fabriek maar ook in de politiek. Hij werd gemeenteraadslid in 1852 en bleef dit tot zijn overlijden. Van 1854 tot 1857 was hij ook lid van de provincieraad, waarna hij de katholiek Pierre van Tieghem de Ten Berghe opvolgde in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. In 1861 haalde hij het echter niet tegen de klerikale tegenkandidaat Eugène Coppens-Bové en Adolphe verdween uit de nationale politiek.

Zijn zoon, Adolphe Neyt jr., volgde hem op aan het hoofd van de suikerfabriek alsook in het bestuur van de Liberale Associatie, maar maakte vooral op indrukwekkende wijze naam als kunstverzamelaar en fotograaf.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat