terug naar alfabetisch overzicht
Philip Blommaert, 1808-1871

Jonkheer Philip Blommaert promoveerde in 1829 aan de Gentse universiteit tot doctor in de rechten. De balie noch de magistratuur konden hem echter boeien en geruggensteund door het familiefortuin wijdde hij zijn hele leven aan de Vlaamse beweging. Met Aenmerkingen over de verwaerloozing der Nederduitsche tael publiceerde hij in 1832 het allereerste Vlaamsgezinde politiek pamflet van het onafhankelijke BelgiŽ. Hierin klaagde hij de verfransing van Vlaanderen aan en eiste een radicale vervlaamsing van justitie, administratie en vooral onderwijs. Met dit pleidooi voor emancipatie en welvaart via taalgelijkheid maakte Blommaert grote indruk en hij werd een prominente flamingant in de kring rond Jan Frans Willems, Karel Vervier en Ferdinand Snellaert. Samen met deze laatste was hij in 1840 de initiatiefnemer en waarschijnlijk de belangrijkste auteur van het Vlaams petitionnement, het eerste concrete eisenpakket waarin het parlement werd gevraagd het Nederlands te erkennen als landstaal in onderwijs, bestuurszaken en rechtspraak. Als overtuigd orangist die meermaals de afscheuring van Nederland betreurde, sloot hij zich aan bij de liberalen van Hippolyte Metdepenningen en Hippolyte Rolin. Van 1861 tot 1866 zetelde hij in de gemeenteraad.

Hoewel hij tot zijn dood zou blijven publiceren over de nood aan Vlaamse ontvoogding op sociaal en politiek vlak, werd hij daarnaast vooral bekend als een eminent filoloog en gepassioneerd historicus. Hij schreef monografieŽn en bijdragen in historische en culturele tijdschriften over het roemrijke verleden van Vlaanderen met een duidelijke voorkeur voor de rol die het middeleeuwse Gent daarin had gespeeld. Daarnaast zorgde hij voor de becommentarieerde heruitgave en hertaling van tientallen Oudnederlandse kronieken, gedichten en prozateksten, aangevuld met adaptaties van klassieke Germaanse teksten zoals het Nibelungenlied. Voor zijn inzet op wetenschappelijk vlak werd hij in 1860 verkozen tot lid van de Koninklijke Academie van BelgiŽ.

Ook in het culturele verenigingsleven was hij heel actief. Hij stond mee aan de wieg van onder meer De Tael is Gansch het Volk (1836), de Maetschappij der Vlaemsche Bibliophilen (1839), het Vlaemsch Gezelschap (1846) en het Willemsfonds (1851) en was betrokken bij de organisatie van het eerste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres in Gent in 1849. Daarnaast was hij lid van de Olijftak uit Antwerpen, Met Tijd en Vlijt uit Leuven, de Maetschappij ter Bevordering der Nederlandsche Tael en Letterkunde uit Brussel en vergelijkbare verenigingen in Nederland en Frans-Vlaanderen.

Philip Blommaert overleed in 1871, maar voor deze liberaal was geen plaats in de familiekelder in het katholieke Zwijnaarde. Hij werd begraven op het kerkhof in de De Smetstraat en zijn eenvoudige zerk verdween bij de afbraak van de begraafplaats in 1891.

Erkentelijke tijdgenoten graveerden zijn naam op de gevel van de toenmalige universiteitsbibliotheek in de Baudelokapel aan de Ottogracht, waar in 1897 de belangrijkste weldoeners van de bibliotheek werden herdacht. Ook bij de inhuldiging van het standbeeld van Jan Frans Willems in 1899 kreeg Blommaert een eervolle vermelding. Zijn naam staat immers op de sokkel als een van de negen toonaangevende Vlaamse figuren uit de negentiende eeuw. In Sint-Amandsberg ten slotte werd een zijstraat van het Ferdinand Snellaertplein naar hem genoemd.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat