terug naar alfabetisch overzicht
Pierre Lebrocquy, 1797-1864

Pierre 'Pierke' Lebrocquy speelde in de periode 1830-1840 een opvallende rol in de Gentse pers. Na rechtenstudies aan de Gentse universiteit, waar hij samen met Hippolyte Metdepenningen en Auguste Van Lokeren ook het studentikoze prozastukje Les Amours d'Hylas schreef, ontpopte hij zich tot een gedreven journalist en getalenteerd literator. Tussen 1820 en 1830 was hij verbonden aan de redactie van verschillende kranten in Gent en Brussel met als belangrijkste de Journal de Gand en diens opvolger, de Messager de Gand. In de woelige maanden na de Belgische revolutie nam hij voor korte tijd de functie van hoofdredacteur op, maar in 1831 trok hij, na de amateuristische poging tot staatsgreep door de orangistische kolonel Grégoire, naar Rijsel. In 1832 kwam hij terug naar BelgiŽ en nam de redactionele leiding van de Antwerpse orangistische krant de Journal de Commerce op zich.

Binnen de redactie van de Messager de Gand bleef het intussen echter gisten en in 1839 aanvaardde hij op vraag van zijn voormalige collega's voor een tweede keer de functie van hoofdredacteur. Hij trad toe tot de loge Le Septentrion en werd in de nadagen van het orangisme een belangrijke steunpilaar van de groep rond Metdepenningen, Charles Manilius en Edouard Brebart. De toenemende verbittering en de rigide politieke visie van deze laatsten leidden in 1841 tot een breuk met Lebrocquy die zich achter de meer gematigde liberalen schaarde.

Voor die groep wou hij een nieuwe krant opstarten en met de beloofde steun van vele gelijkgestemden bracht hij in april 1841 Le Réveil de Gand op de markt. Een van die vrienden was de toenmalige eigenaar van de Gazette van Gent, Desiré Vanderhaeghen. Deze steunde hem logistiek en bracht hem in contact met Willem Rogghé, die een vriend voor het leven werd. De Messager de Gand aarzelde niet en opende onmiddellijk een frontale aanval op de 'afvallige' nieuwe krant en zijn uitgever. Onder druk van Metdepenningen haakten ook de financiers af en nauwelijks zes maanden later moest Lebrocquy de boeken neerleggen. Zijn frustratie en woede schreef hij van zich af in een dagboek (Souvenirs d'un ex-journaliste, 1842) dat ook een interessante kijk bood op de interne keuken van de Gentse orangisten en op de Messager.

Lebrocquy raakte wat op de dool en aanvaardde om den brode onder meer een tijdlang de functie van hoofdredacteur van het Brugse klerikale blad La Patrie. In diezelfde periode gaf hij ook een volledig nieuwe wending aan zijn loopbaan. Hij stortte zich op de studie van de taalkunde, maakte naam als germanist en engageerde zich in de Vlaamse beweging. Met de steun van Willem Rogghé werd hij in 1846 door minister Sylvain Van de Weyer benoemd tot professor Germaanse talen aan de Gentse universiteit. Met zijn inaugurale les over de rol van het onderwijs in de taalstrijd doorbrak hij een jarenlang taboe, zowel door de keuze van zijn onderwerp als door het feit dat hij als eerste sinds de oprichting van de universiteit in 1817 de les integraal in het Nederlands bracht. Charles Rogier weigerde in 1847 echter om zijn benoeming te bekrachtigen en na drie jaar onbezoldigd docentschap gaf Lebrocquy er de brui aan. In 1851 werd hij benoemd tot docent aan het atheneum te Nijvel, waar hij een teruggetrokken leven leidde en alle banden met zowel de politiek als de Vlaamse beweging doorknipte.

Aan de Gentenaars liet hij echter meer na dan enkel een stukje bewogen persgeschiedenis. Van jongsaf was hij geboeid door volksmuziek. Hij schreef niet alleen gelegenheidsliederen maar ook politieke schimpliederen waaronder Het Hondekot te Gent uit 1831. Dit orangistische lied verwees naar het vergaderlokaal van de patriotten of conservatieven op de Kouter en zou nog decennialang een geliefkoosd antiklerikaal spotlied zijn. Nog meer van dit soort spotliederen bracht hij in 1839 samen in De Dulle Griete, Vlaemsche Liedekens op den tyd (Door eenen volksvriend) waardoor hij een van de inspiratiebronnen werd van generaties Gentse volkszangers, van Napoleon Destanberg tot Walter De Buck.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat