terug naar alfabetisch overzicht
Pieter De Vigne-Quyo, 1812-1877

De kunstenaarsfamilie De Vigne kreeg heel toepasselijk een straatnaam toegewezen in het Citadelpark, dichtbij het Museum voor Schone Kunsten. Onder de artiesten in de familie vinden we vader Ignace, een decorschilder en stichter van de boekenwinkel op de hoek van de Veldstraat en de Voldersstraat, Felix en Edouard (zonen van Ignace) en Emma (dochter van Pieter), de drie bekendste kunstschilders van de familie, Edmond (zoon van Felix), architect van de schouwburg op het Sint-Baafsplein en medeontwerper van het Zollikofer-De Vigneplan, en de beeldhouwers Pieter (zoon van Ignace) en diens zoon Paul. Daarenboven kruist de Jules Bretondreef niet toevallig de De Vignedreef want deze bekende Franse schilder was gehuwd met Elodie, dochter van Felix. Buitenbeentje was Julius De Vigne (zoon van Felix en gehuwd met zijn nicht Emma), een Vlaams-liberaal politicus naar wie het pleintje voor het Van Eyckzwembad werd genoemd.

graf van Pieter De Vigne

Pieter De Vigne, De Vigne-Quyo na zijn huwelijk in 1840 met Malvina Quyo, studeerde aan de Academie voor Teken-, Schilder- en Bouwkunst waar hij in 1832 een eerste prijs beeldhouwkunde behaalde met de Vereeniging van Lei en Schelde. Hij vervolmaakte zich in Brugge en Antwerpen, waar hij in 1836 een beurs won die hem in staat stelde zijn studies af te ronden in Italië. In de daaropvolgende jaren maakte hij naam met kleinere werken zoals de borstbeelden van Joseph Van Crombrugghe, Jan Frans Willems en Karel Lodewijk Ledeganck, om er slechts enkele te noemen. In 1850 kreeg hij een benoeming aan zowel de nijverheidsschool als de Academie, waar hij leraar beeldhouwen Philippe Parmentier opvolgde. Het aantal bestellingen nam toe en De Vigne pakte steeds meer monumentale werken aan. Hij maakte beelden voor de Augustijnenkerk en het Zuidstation en kreeg opdrachten van bisschop Delebecque en de congregatie van Sint-Vincentius a Paulo. In 'onderaanneming' van stadsarchitect Louis Roelandt beeldhouwde hij in 1852-1853 de grote friezen op de arena Van Vletingen in de Lange Violettestraat.

Het standbeeld van Jacob van Artevelde werd echter met voorsprong zijn belangrijkste project. In 1845 had hij in opdracht van Jacob Van Caneghem als eerste voorstudie een borstbeeld van Artevelde gemaakt dat na lange omzwervingen in het stadhuis eindigde. In 1849 en 1856 volgden levensgrote ontwerpen van een volledig standbeeld. In 1863 werd het definitieve bronzen standbeeld op de Vrijdagmarkt onthuld, dat met zijn vier meter zeventig hoogte op een sokkel van zes meter nog steeds veruit het grootste standbeeld van de stad is. De vier maagden op de hoeken van de sokkel zijn gebeeldhouwd door zijn zoon Paul en stellen respectievelijk Vlaanderen, Gent, Brugge en Ieper voor. Twee jaar later begon hij aan een standbeeld voor Lieven Bauwens te werken. Gekibbel rond opportuniteit en financiering zorgde ervoor dat het door hem ontworpen beeld pas acht jaar na zijn dood kon worden onthuld.

In 1876 werd hij samen met Adolphe Pauli en Theodoor Canneel gehuldigd door de Academie, waar een grote gedenkplaat met drievoudig portretmedaillon werd onthuld. Die was ontworpen en gemaakt door Bernard Wante, Jules Van Biesbroeck en Paul De Vigne. Pieter De Vigne was op dat moment echter al ziek en woonde de plechtigheid niet bij.

In 1877, nauwelijks een half jaar later, overleed Pieter De Vigne. Hij werd begraven op Campo Santo in een familiekelder, een eenvoudige arduinen tombe versierd met een bronzen portretmedaillon van de kunstenaar, naast het graf van zijn broer Felix. Getrouw zijn levensovertuiging werd het een burgerlijke dienst met Auguste Wagener en Edmond Willequet als sprekers. Dit was buiten de katholieke burgemeester Alfons Braeckman van Sint-Amandsberg gerekend die de toespraken verbood. Dit leidde tot massaal liberaal protest in zowel La Flandre Libérale van Hippolyte Callier als in het Volksbelang waarin Paul Fredericq ongewoon hard van leer trok. De Vlaamsche Liberale Vereeniging liet een officieel protest horen en Jules Bara interpelleerde de katholieke minister van Binnenlandse Zaken Charles Delcour in de Kamer, maar kreeg vooral weerwoord van niemand minder dan … voormalig Gents burgemeester Judocus Delehaye die tijdens dit debat de verdediging van Braeckman op zich nam.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat