terug naar alfabetisch overzicht
Pierre-François de Smet, 1774-1860 en Jean de Smet, 1784-1869

In 1777 richtte François de Smet een katoendrukkerij op nabij zijn woning in de Burgstraat. Gelegen in het centrum van de stad waren de expansiemogelijkheden uiteraard beperkt en in 1799 kocht hij een deel van de meersen net buiten de stadswallen aan het Rabot. Lieven Bauwens, met wie de Smet een uitstekende relatie onderhield, leverde de technologie voor een gloednieuwe spinnerij, en het textielbedrijf aan het huidige Griendeplein werd op korte tijd een van de belangrijkste van de stad. In 1816 namen zijn kinderen de zaak over.

Zijn oudste zoon, Pierre-François, had intussen al een eigen handel in koloniale waren en een rederij opgericht en liet het dagelijkse beheer over aan zijn jongere broer Jean.

fabriek La Louisiane

Jean de Smet was gehuwd met de welstellende Regine de Naeyer die hem dertien kinderen schonk, en was de grootvader van onder anderen de katholieke eerste minister Paul de Smet de Naeyer en de machtige liberale zakenman Maurice de Smet de Naeyer.

Het familiefortuin nam onder het Hollands bewind gestaag toe en in 1830 kozen de gebroeders zonder aarzelen voor de orangisten. Ze ondertekenden de petitie waarin aan het Nationaal Congres werd gevraagd om de prins van Oranje tot Belgisch koning te kiezen en sloten zich aan bij de antirevolutionairen van Hippolyte Metdepenningen. In 1839 werd Jean gekozen tot provincieraadslid en hij behield zijn zetel tot 1854. Pierre-François was reeds op jongere leeftijd politiek actief. Onder het Hollands regime was hij van 1817 tot 1824 gemeenteraadslid en werd hij viermaal plaatsvervangend lid van de Provinciale Staten. Na de onafhankelijkheid van 1830 kreeg hij, samen met zijn schoonbroer Guillaume Bossaert, een zetel in het belangrijke Comité de Conservation dat tot 1836 de Bestendige Deputatie verving. Van 1843 tot 1854 zetelde hij voor de liberalen in de gemeenteraad. Pierre-François was daarnaast ook een actief vrijmetselaar en was in 1811 een van de stichters van Le Septentrion.

Onder Jean de Smet en zijn directe opvolgers bleef het familiebedrijf groeien en in 1875 werd het bedrijf omgevormd tot de nv La Louisiane. Van de zeshonderd aandelen werden er slechts drie buiten de familie verkocht, waardoor de nv een echt familiebedrijf bleef. De beurskrach van 1929 bracht La Louisiane echter zwaar in de problemen en in 1932 moest de familie de Smet het beheer overdragen aan de familie Voortman van de nv Texas. De twee nv's smolten in 1957 samen tot de nv Loutex die in 1967 op haar beurt werd overgenomen door de Union Cotonnière (UCO).

De gebouwen aan het Griendeplein kwamen kort daarna leeg te staan en werden verkocht aan het bisdom, die er de Katholieke Industriële Hogeschool in onderbracht. Bij de grote nieuwbouwwerken van 1986 verdween het grootste gedeelte van de fabriek onder de sloophamer. De straatnaam Gebroeders de Smetstraat dateert uit 1875 en verwijst uiteraard naar het familiebedrijf. Met de 'Gebroeders' werden de vier zonen van Jean de Smet bedoeld: Eugène, Charles, Fréderic en Alphonse.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat