terug naar alfabetisch overzicht
Pol Anri, 1865-1953

Na studies aan de Gentse normaalschool werd Pol Anri onderwijzer in het stedelijk onderwijs. Hij gaf les aan onder anderen Karel Van de Woestijne en werd leraar aan de Toneelschool Gent, waar hij psychologie, dramatechniek en karakterontleding doceerde. Zijn inzet viel op en hij werd hoofdonderwijzer van het prestigieuze Laurentinstituut in de Onderstraat. Als een gedreven pedagoog was hij sterk begaan met de modernisering van het onderwijs, waarvoor hij in 1899 een toekomstplan publiceerde (Schema's en wenschen als bijdrage tot de practische kennis der nieuwere paedagogiek, merkwaardig genoeg uitgegeven door de katholieke schepen in spe Alfons Siffer). Zijn ongetwijfeld grootste verdienste was de oprichting van de eerste gemeentelijke school voor bijzonder lager onderwijs in Gent. Twee artikels uit 1898 in het Tijdschrift van het Willemsfonds gaven de aanzet en na overleg met onderwijsschepen Remi De Ridder opende de BLO-school op de Vlasmarkt in 1904 zijn deuren. Anri bleef ook daarna de ontwikkelingen op de voet volgen en hij nam in 1905, samen met de arts Alfred Dupureux, als afgevaardigde van de stad Gent deel aan het eerste internationaal congres voor de opvoeding en bescherming van het kind in Luik.

Op dat moment had Anri al afscheid genomen als directeur in het lager onderwijs. Door het overlijden van Charles Verstraete in 1901 was de plaats van directeur van het stedelijk jongensweeshuis vrijgekomen, en Anri werd als opvolger aangesteld. Het bestuur van een omvangrijke en gecompliceerde instelling als het weeshuis, ook bekend als de kulderschool, ging zijn talenten echter te boven en in 1921 kwam zijn loopbaan tot een abrupt einde.

Anri viel niet in een zwart gat. Hij was reeds van voor de eeuwwisseling actief in de Laurentkringen en in de redactie van Het Laatste Nieuws en van het Volksbelang. Hij schreef verhalen voor kinderen, toneelstukken, gedichten, educatieve teksten en occasioneel proza. In het tijdschrift Volkskunde publiceerde hij van bij de start in 1888 bijdragen over volkszang en kinderspelen, zijn resterende vrije tijd spendeerde hij als corrector van het Gentsch Woordenboek van zijn goede vriend Lodewijk Lievevrouw-Coopman. Vanaf 1886 was hij ook actief in het Willemsfonds waar hij gedurende bijna een halve eeuw bibliothecaris van het Algemeen Bestuur was. Hij was betrokken bij de redactie van het Tijdschrift van het Willemsfonds en zijn opvolger, De Vlaamse Gids.

De Vlaamse Gids werd van bij zijn stichting in 1905 het leidende liberale literaire maandblad in Vlaanderen en behield deze positie tot aan de volgende eeuwwisseling. Een eerste generatie redacteurs met Paul Fredericq, Pol De Mont, Max Rooses en Jozef Vercoullie bracht een mengeling van artikels over literatuur en geestesleven en bood een forum aan zowel beginnende als ervaren dichters en prozaschrijvers. Na de Eerste Wereldoorlog nam een tweede generatie over, met onder anderen Maurits Basse, Herman Teirlinck, Maurits Sabbe en Camille De Bruyne. Voor het redactiesecretariaat bleef men echter rekenen op het voluntariaat van Pol Anri, die van 1922 tot de Tweede Wereldoorlog niet enkel inhoudelijke bijdragen leverde maar ook de hele eindredactie voor zijn rekening nam. De Vlaamse Gids kreeg in het interbellum een bredere invulling maar bleef zijn liberale en vrijzinnige basisprincipes trouw. Ook de band met het Willemsfonds bleef al die jaren bewaard. In 1945 ontfermde Julius Hoste zich over het tijdschrift. Hij gaf de redactie, met onder anderen Jan Schepens en Jan Walravens, onderdak bij Het Laatste Nieuws en maakte vanaf 1947 de organisatie van de 'Dagen van de Vlaamse Gids' mogelijk. In 2000 - net geen eeuw oud - werd het tijdschrift opgedoekt.

Paul Anri overleed in 1953 op 88-jarige leeftijd en werd in alle intimiteit begraven.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat