terug naar alfabetisch overzicht
Prosper Claeys, 1834-1910

Prosper Claeys

Prosper Claeys was de zoon van een rijke brouwer en deed zijn middelbare studies aan het Gentse atheneum. Hij studeerde er samen met Julius Vuylsteke, Tony Bergmann, Gustave Rolin-Jaequemyns en Napoleon De Pauw jr., en kreeg er les van onder anderen Jacob Heremans. Claeys werd lid van 't Zal Wel gaan en groeide op tot een overtuigd - hoewel Franstalig - verdediger van de Vlaamse zaak. Zijn huwelijk met Mathilde Fredericq werkte dit ongetwijfeld verder in de hand. Zij was een dochter van Louis Fredericq, een achterneef van de Nevelse Fredericqs en Lovelings en studievriend van onder meer de Lierse liberaal Georges Bergmann. Hoewel Claeys na het atheneum rechten studeerde aan de Gentse universiteit en zich inschreef aan de balie, werd vlug duidelijk dat het leven van een advocaat niets voor hem was. Hij was voldoende gefortuneerd om als rentenier door het leven te gaan en 'beperkte' zijn activiteiten tot wat hem echt interesseerde.

Hij stapte in de politiek, was van 1865 tot 1870 provincieraadslid en werd bestuurslid van de Liberale Associatie waar hij tot de vernieuwingsgezinde vleugel behoorde. Consequent hiermee koos hij dan ook voor een lidmaatschap van de loge La Liberté en niet voor de meer conservatieve Septentrion. Daarnaast ontpopte hij zich tot een gedreven heemkundige. Hij schreef talloze boeken en losse teksten over de Gentse geschiedenis die hun weg vonden naar het grote publiek via onder meer La Flandre Libérale. Zijn inzet als publicist werd in een necrologie door Pol Anri in het Volksbelang van 14 mei 1910 terecht geprezen als "eene soort van oudheidkundig, liberaal en Vlaamschgezind apostolaat".

Zijn grootste engagement ging evenwel naar de armenzorg. In 1862 begon hij voor het Bureel van Weldadigheid als armenmeester, in 1882 werd hij bestuurslid en in 1900 voorzitter van het Bureel. Onder zijn bestuur werd onder meer werk gemaakt van de renovatie van arbeiderswoningen en van de uitbreiding van de geneeskundige bijstand, maar vooral zijn geloof in de zelfredzaamheid van de bejaarden is nog steeds actueel. Bejaarde koppels kregen de kans om met steun van het Bureel zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Van een eerste project, gerealiseerd tussen 1900 en 1902 met eenentwintig huisjes aan de Patijntjestraat, rest niets meer. Een tweede project in de Prosper Claeysstraat met aansluitende eenheidsbebouwing tussen de Koning Albertlaan en de Patijntjestraat, - in Gent ook wel het 'Slaphangersstraatje' genoemd - werd de meest zichtbare getuige van deze visie en terecht naar de intussen overleden Claeys genoemd. Gebouwd tussen 1910 en 1912, bood het project woongelegenheid aan een veertigtal seniorenkoppels, en moest het eveneens een symbool van sociale vooruitgang zijn op de Wereldtentoonstelling van 1913. Voor de financiering werd een beroep gedaan op de stad en de provincie, en op private liefdadigheid. De belangrijkste sponsors kregen in ruil een herdenkingssteen in de straat, wat er een behoorlijk blauw getinte straat van maakte: onder de financiers bevonden zich immers Adolphe Dubois, Jean-Jacques Dierman, Marc Baertsoen, weduwe Jacob Heremans en Prosper Claeys zelf. Ook de liberale verenigingen lieten zich niet onbetuigd: onder hen de Zonder Naam niet zonder Hart, oud-leden van de Société l'Union, de Romeinen, het Van Crombrugghe's Genootschap en Le Septentrion. In 1999 werd beslist om de straat, die intussen was overgedragen aan de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting, volledig te renoveren.

In 1907 stierf Claeys' enige zoon en zwaar aangeslagen trok Prosper Claeys zich terug uit het openbaar leven. Hij overleed drie jaar later en werd begraven op de Westerbegraafplaats. Zijn rijke penningencollectie schonk hij bij testament aan het Bijlokemuseum.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat