terug naar alfabetisch overzicht
Robert Brasseur, 1878-1967

De Gentse familie Brasseur had in de negentiende eeuw een bescheiden maar succesvol textielbedrijf uitgebouwd. Vader Octave Brasseur, gehuwd met een dochter van schepen Charles Andries, liquideerde echter het oude familiebedrijf en stapte in de raad van bestuur van de katoenspinnerij Nouvelle Orléans aan de Nieuwevaart waarvan hij in 1896 de eerste directeur werd. Amper drie jaar later volgde zijn zoon, Robert Brasseur, hem op. In 1903 werd hij afgevaardigd bestuurder en in 1928 voorzitter van de raad van bestuur. In 1957 leidde hij de overgang naar de productie van synthetische vezels waardoor de Filature Nouvelle Orléans (FNO) erin slaagde om nog vijftien jaar als onafhankelijk bedrijf rendabel te blijven. In 1972 sloot het bedrijf zich aan bij de Union CotonniŤre (UCO), de grote Gentse katoenkoepel. Vreemd genoeg was Robert Brasseur sinds 1919 heel nauw betrokken bij het bestuur van de UCO. Hij was medestichter van de nv en zat van 1934 tot 1959 de raad van bestuur voor. Hij bekleedde trouwens nog meer belangrijke bestuursmandaten, zowel in de textielsector als in de financiŽle wereld. Zijn verwantschap met Jean-Jacques Dierman, wiens dochter hij huwde, en met de families Boddaert, Story en Delori en met de latere katholieke regeringsleider Georges Theunis die zijn schoonzoon werd, verstevigde nog zijn positie binnen de Gentse textielwereld.

leegstaand fabrieksgebouw

Tijdens het interbellum wierp Brasseur al zijn gewicht in de schaal om de textielsector door de economische crisis te loodsen. Hij richtte coŲperatieve verkooppunten voor textiel op en zette zich in voor de vorming van een eengemaakt werkgeversfront. Hij werd voorzitter van de Association Cotonnière de Belgique en ondervoorzitter van de Associatie van Belgische Katoenspinners, van de tijdens de Tweede Wereldoorlog opgerichte Belgische Federatie voor de Textielindustrie en van de Internationale Katoenfederatie. Met de oprichting van Febeltex in 1946 rondde hij de Belgische eenmaking binnen die sector af en tot 1951 zat hij dit werkgeversorgaan voor. Zoon Harry Brasseur, die menigmaal op een liberale kieslijst figureerde, nam later de bedrijfsmandaten van zijn vader over, zowel binnen UCO en FNO als binnen Febeltex. FNO zou nog tot 1990 operationeel blijven.

Robert Brasseur was een centraal figuur in het liberale leven van de stad: La Flandre Libérale omschreef hem in zijn necrologie als de "nestor de la ville de Gand" [2 juni 1967, p.1]. Belangrijk was zijn inzet voor het onderwijs, in casu de Société Callier maar vooral het Instituut van Gent, dat hem voor zijn financiering en huisvesting na de Tweede Wereldoorlog heel sterk schatplichtig is geweest. Via de Gentse Maatschappij der Werkerswoningen was hij ook betrokken bij projecten voor de bouw van sociale woningen in de stad. Hij had in 1913 reeds een stuk grond van de FNO geschonken aan de bouwmaatschappij op voorwaarde dat de arbeiders van zijn fabriek voorrang zouden krijgen bij de toewijzing van de woningen in de Roggestraat en in 1928 volgde hij Camille De Bast op in de raad van bestuur. Het eerste socialehuisvestingsproject van de latere Huisvestingsmaatschappij van Vlaanderen in de Stoppelstraat, dat zich specifiek richtte op werknemers van de UCO, werd in 1958 ingehuldigd als de Residentie Brasseur.

Brasseur deed ook graag aan sport en was een verwoed schermer. In 1952 volgde hij zijn schoonbroer Jean Delori op als euverdeken van de aloude Gentse Sint-Michielsgilde.

Robert Brasseur overleed op 89-jarige leeftijd na een rijk gevuld leven en werd bijgezet in de familiekelder op de Westerbegraafplaats.

In 1990 kwamen de prachtige fabrieksgebouwen aan de Nieuwevaart leeg te staan. Onvermijdelijk verval zette in maar in 1993 werd een procedure voor de bescherming als monument ingezet. Deze volgde in 1995 maar over de nieuwe bestemming van het complex en de gronden bleef lange tijd onzekerheid bestaan. Eerst werd overwogen om er het Stadsarchief Gent samen met het Rijksarchief Gent in onder te brengen, maar uiteindelijk werd een deel van de site ingenomen door de nieuwe brandweerkazerne en zullen de fabriekshallen worden omgebouwd tot kantoorruimte voor de stadsdiensten.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat