terug naar alfabetisch overzicht
Rodolphe De Saegher, 1871-1941

rodolphe de saegher

De belangrijkste Gentse schepen voor Schone Kunsten uit het interbellum was ongetwijfeld Rodolphe De Saegher. Afkomstig uit een liberale familie uit Oosterzele kwam hij als student in Gent terecht. De Saegher studeerde aan het atheneum en aan de universiteit waar hij gedurende twee jaar voorzitter was van de Société générale des Etudiants libéraux. Hij promoveerde tot doctor in de rechten en schreef zich in aan de balie. Daarnaast werd hij actief in de Liberale Associatie. Zijn eerste politieke stappen zette hij in de landelijke gebieden rond Gent die hij ongetwijfeld beter kende dan de meeste Gentse politici en hij bekwaamde zich tot een volleerd propagandist. Hij werd bestuurslid van de Associatie, voorzitter van de Liberale Kring Heilig Kerst en Meulestede en in 1904 provincieraadslid. Zijn benoeming tot substituut van de procureur-generaal van het Gentse hof van beroep maakte in 1909 tijdelijk een einde aan zijn politieke loopbaan. In 1917 nam hij de draad weer op en kwam als plaatsvervanger in de gemeenteraad terecht. Hij volgde in 1921 zijn partijgenoot Maurice De Weert op als schepen voor Schone Kunsten, werd in juli 1927 op zijn beurt opgevolgd door Victor Carpentier en kende van december 1932 tot 1938 een tweede ambtstermijn als schepen voor Schone Kunsten. Van 1925 tot 1929 zetelde De Saegher ook in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waar hij de zetel van de in 1924 overleden Albert Mechelynck overnam.

Als advocaat en als politicus genoot hij een stevige reputatie en was samen met de veel te jong overleden Paul Lippens een belangrijke brugfiguur tussen de oude generatie met Oswald de Kerchove en Emile Braun en de jonge turken met Alfred Vanderstegen en Henri Story die het interbellum domineerden. De Saegher was ook sterk begaan met het officieel onderwijs en hij was een belangrijke financier van de Liberale Schoolpenning en de Société Callier.

Minstens even belangrijk was de artistieke begaafdheid van De Saegher. Hij had een gevierd kunstenaar kunnen worden indien zijn politiek engagement en juridisch werk er niet waren geweest. Hij was een bewonderaar en goede vriend van de impressionistische schilder Emile Claus die hij volgde in zijn evolutie naar het luminisme. Samen met Claus, Adriaan Heymans en George Morren richtte De Saegher in 1904 de kunstenaarskring Vie et Lumière op die in de daaropvolgende jaren furore zou maken in de kunstenaarssalons. Daarnaast was hij een goede vriend van de graficus Armand Heins en onderhield hij uitstekende contacten met de Latemse expressionisten. Zelf schilderde hij vooral Vlaamse landschappen en hanteerde daarbij een opvallende pasteltechniek. Kunstcritici beschouwden hem als een voorloper van de gesynthetiseerde en gestileerde schilderkunst. Het Gentse Museum voor Schone Kunsten bezit verschillende pastelwerken en aquarellen van zijn hand. De Saegher was ook actief in tal van culturele organisaties en comités. Zo was hij bestuurder van onder meer de belangrijke Cercle Artistique et Littéraire en zetelde hij in het comité dat de grote tentoonstelling Honderd jaar Belgische Kunst in Brussel organiseerde.

Eind 1938 stapte hij uit de politiek en ging op rust. Rodolphe De Saegher overleed in 1941.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat