terug naar alfabetisch overzicht
Suzanne Lilar, 1901-1992

Suzanne Verbist groeide op in de Gentse kuip als dochter van een stationschef van het goederenstation aan het Rabot en een onderwijzeres. Ze volgde onderwijs bij haar moeder in de stadsschool in de Wispelbergstraat en behaalde in 1925 aan de Gentse universiteit het diploma van doctor in de rechten. Vier jaar later huwde ze de liberale politicus Albert Lilar en vestigde ze zich definitief in Antwerpen, waar ze als eerste vrouwelijke advocaat aan de balie werd ingeschreven.

Van haar vader, een gelegenheidsdichter, amateurtoneelspeler en zanger bij onder meer de Maatschappij De Melomanen, kreeg ze ongetwijfeld het schrijversvirus mee. Van haar moeder, die diepgelovig én liberaal was, erfde ze zowel haar affiniteit met het mystieke als een diepgeworteld antiklerikalisme. Samen brachten ze hun dochter een vurige passie voor Gent en zijn geschiedenis bij.

suzanne lilar

De literaire activiteiten van Suzanne Lilar vingen aan kort na de Tweede Wereldoorlog, gelijktijdig met de politieke loopbaan van haar man Albert Lilar, die in 1946 senator werd en tussen 1946 en 1961 in vier regeringen minister van Justitie was. In 1946 kwam haar eerste toneelstuk, Le Burlador, in Parijs op de planken, gevolgd door Tous les chemins mènent au ciel in 1947 en Le roi lépreux in 1951. Met Le Journal de l'Analogiste uit 1954 schreef ze haar eerste grote essay, waarna haar opgemerkte - want erotische - eerste roman, La Confession, in 1960 werd gepubliceerd. De eerste druk van deze roman verscheen anoniem aangezien zij de echtgenote van een minister was, en in 1983 verfilmde de Belgische cineast André Delvaux een adaptatie van de roman onder de titel Benvenuta. In 1963 volgde haar meest gelezen boek Le Couple waarvoor ze de Prix Yves Delacroix kreeg.

Hoewel Suzanne Lilar in Antwerpen woonde, bleef Gent heel die periode belangrijk voor haar en haar literaire oeuvre. Zo speelde La Confession zich al af in Gent maar vooral haar twee autobiografische werken, Une enfance gantoise uit 1976 en het minder bekende A la recherche d'une enfance uit 1979, getuigden van de liefde voor haar geboortestad. In deze twee werken beschreef ze - soms heel intimistisch, andere keren bijna koel observerend en analyserend - het leven van de Franstalige kleine burgerij in de Gentse belle époque. De dikwijls rigide normen en waarden van de standenmaatschappij waarin ze opgroeide evenals de rebellen waarmee ze kennismaakte, bracht ze in haar boeken weer tot leven.

Net zoals Virginie Loveling profileerde ook Suzanne Lilar zich als een gematigde en pragmatische feministe. Met haar kritische werken over Sartre (À propos de Sartre et de l'amour uit 1967) en Simone de Beauvoir (Le malentendu du deuxième sexe uit 1969) mengde ze zich in het debat rond liefde, seksualiteit en vrouwenemancipatie dat zo typerend was voor de mei 68'ers. Minstens even belangrijk was het ritueel dat zij jarenlang leidde in Brussel, waar ze in de gebouwen van de Universitaire Stichting maandelijks een informele bijeenkomst van hooggeplaatste vrouwelijke politici, academici, ambtenaren, ondernemers en kunstenaars presideerde. De strijd voor vrouwenemancipatie werd er op de voet gevolgd en waar mogelijk bevorderd of bijgestuurd. In 1976 verhief de koning Suzanne en Albert Lilar in de adelstand waarna ze de erfelijke titel van barones mocht voeren. Suzanne Lilar-Verbist overleed in 1992 en werd bijgezet in het familiegraf op het Antwerpse Schoonselhof. Haar dochter, Françoise Mallet-Joris, volgde in haar voetsporen. In 1951 debuteerde zij met een eerste roman en in 1993 nam zij de plaats van haar moeder in de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique over.

Gent vergat Suzanne Lilar niet. In 1999 werd voorgesteld om een nieuwe straat aan de Antwerpsesteenweg naar haar te noemen. De bevoegde schepen verving Lilar echter door beeldhouwer Luc Van Parys, wat tot ongenoegen in de gemeenteraad leidde. Lilar kwam voor een tweede keer op de shortlist te staan en kreeg eind 2000 dan toch een straat in de nieuwe verkaveling aan de Fabiolalaan.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat