terug naar alfabetisch overzicht
François Séverin Verhaeghe-de Naeyer, 1780-1849

François Séverin Verhaeghe was afkomstig uit een geslacht van rijke brouwers uit Geraardsbergen. Na zijn huwelijk met de Gentse Isabelle de Naeyer, dochter van het Gentse gemeenteraadslid Jacques de Naeyer, verhuisde hij naar Gent en werd een succesvol zakenman. Hij was koopman in exotische grondstoffen en speculant, baatte gedurende enkele jaren een lijnwaadfabriek uit, was reder en vestigde zich uiteindelijk als bankier. In 1825 stichtte hij de Banque Verhaeghe-de Naeyer, die in 1843 deel ging uitmaken van de Bank van Vlaanderen. Hij was rechter bij de Gentse rechtbank van koophandel en was van 1844 tot 1849 voorzitter van de Kamer van Koophandel.

Bij de Belgische onafhankelijkheid sloot hij zich aan bij de orangisten, waar hij tot de gematigde vleugel behoorde. In 1830 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid en in de daaropvolgende jaren werd hij een van de populairste politici. Zowel orangisten als patriotten brachten een stem uit op de 'koopman van de Zandberg' waardoor hij in de strijd tussen de orangisten van Metdepenningen en de jonge Belgische staat een belangrijke brugfiguur was. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1836 bereikte die strijd een hoogtepunt met de weigering van Leopold I om Joseph Van Crombrugghe te herbenoemen als burgemeester. Op 19 augustus 1836 benoemde hij Verhaeghe, maar die weigerde het ambt op te nemen. Samen met zijn collega's trok Verhaeghe naar de koning, bij wie hij aandrong op de herbenoeming van Van Crombrugghe. Leopold I weigerde en benoemde vervolgens een andere schepen, Jean-Baptiste Minne-Barth, tot burgemeester. Verhaeghe weigerde in diens college te zetelen en voerde gedurende drie jaar oppositie tegen zijn 'overgelopen' partijgenoot. In 1840 werd Van Crombrugghe uiteindelijk herbenoemd. Deze laatste stelde een verjongd schepencollege samen, waarin voor de zestiger Verhaeghe niet direct een plaats was voorzien. Door het overlijden van schepen Karel De Clercq in de nacht na zijn benoeming werd Verhaeghe alsnog schepen, bevoegd voor financiën en directe belastingen. Hij behield zijn mandaat onder burgemeester Constant de Kerchove de Denterghem en dit tot zijn overlijden in 1849.

François Verhaeghe werd begraven in de familiekelder op het Campo Santo te Sint-Amandsberg. Zijn zonen, allebei liberaal, traden in zijn voetsporen: Constant zetelde in de Kamer en in de Senaat en August werd provincieraadslid. Zijn kleinzoon Leon Verhaeghe de Naeyer was gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen van 1879 tot 1884.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat