terug naar alfabetisch overzicht
Victor François Carpentier, 1839-1914

Op de hoek van de Laurent Delvauxstraat en de Charles de Kerchovelaan verrijst een imposante, schitterend gerestaureerde, neoclassicistische villa. De woning werd in 1885 gebouwd door de selfmade industrieel Victor François Carpentier en zijn vrouw Carolina Minne. Van zijn vader had hij de stiel van bontwerker geleerd en samen met zijn broer August was Victor François erin geslaagd om op de Sint-Lievenslaan een eigen bedrijf te beginnen voor de verwerking van konijnenvellen tot bont. Beide broers werkten zich op tot vooraanstaande zakenlui en de zoon van broer August, Victor Carpentier, werd een van de leidende Gentse liberalen uit het interbellum.

villa van Carpentier

Victor François Carpentier engageerde zich naast zijn beroepsactiviteiten in tal van andere organisaties. Hij werd onder meer kolonel van het eerste legioen van de Burgerwacht (van 1893 tot 1898), was actief in de maatschappij voor kruisboogschutters Willem Tell en de SA Horticole gantoise, was een trouw lid van het Willemsfonds en was aandeelhouder van onder meer Eigendom door Spaarzaamheid en van de SA de la Presse libérale gantoise die La Flandre Libérale uitgaf. Van 1891 tot 1895 was hij gemeenteraadslid.

Hij werd echter ziek, trok zich terug uit de politiek en het verenigingsleven en stierf in 1914 aan een slepende kwaal. De Gentse beau monde, met onder anderen burgemeester Emile Braun, was massaal aanwezig op de burgerlijke begrafenis en bijzetting in de familiekelder op de Westerbegraafplaats. Een arduinen sarcofaag en een monumentale met klimop overgroeide obelisk markeren er zijn laatste rustplaats.

De villa van Victor François Carpentier moest zowel binnen als buiten rijkdom en succes uitstralen. Naast het groot smeedijzeren hek op de Charles de Kerchovelaan, was ook de brede toegangsdeur aan de Laurent Delvauxstraat, samen met de achterliggende hal voorzien op de passage van koetsen, zodat bezoekers in geval van regen niet nat hoefden te worden. Op de binnenplaats, afgeboord door een grote tuin die schuin de helling richting het Van Duysseplein oploopt, werd in 1886 een koetshuis met paardenstallen bijgebouwd, waardoor deze woning aan de oude Kortrijkse Poort probleemloos de vergelijking kon doorstaan met de grote stadspaleizen in het centrum.

In 1921 kwam het pand terecht in handen van de staat, die er in 1933 een dienst van de Directe Belastingen in onderbracht. Zestig jaar later verhuisden deze diensten naar de Savaanstraat en in 1996 startte een uitgebreide binnen- en buitenrestauratie. De Sociale Inspectie nam er tijdelijk zijn intrek maar verliet het gebouw in 2011, en sindsdien staat dit prestigieuze pand te koop. Samen met de aanleunende huizen in de Delvauxstraat en rond het Prudens Van Duyseplein is de villa sinds 1978 een beschermd stadsgezicht.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat