terug naar alfabetisch overzicht
Virginie Miry, 1807-1902

Virginie Miry groeide op in een muzikaal milieu. Haar vader was een verdienstelijk muzikant, broer Pieter was violist in de opera en orkestleider bij de rederijkerskamer De Fonteine, en haar jongere neef, Karel Miry, werd een vermaard componist. Zelf leerde ze samen met haar zus Sophie en nicht Pauline acteren en zingen en op 25 oktober 1833 stond ze voor het eerst op de planken. Bij een opvoering van de komedie Michel et Christine door de toneelvereniging De Ware Vrienden, verving ze Hippoliet Van Peene die tot dan de vrouwelijke rol voor zijn rekening had genomen. In de toenmalige toneelwereld was het immers de normale gang van zaken dat de vrouwenrollen meestal door mannen werden gespeeld. Ze maakte indruk op de jonge auteur, die in de daaropvolgende jaren een blijspel en een opéra comique aan haar opdroeg. Ze huwden in 1837.

Virginie Miry sloot zich op zijn aandringen aan bij het vast gezelschap van Broedermin en Taelyver en speelde de hoofdrol in het openingsstuk, Keizer Karel en de Berchemse boer. Met deze toneelmaatschappij groeide ze uit tot de eerste leading lady van het Vlaamse toneel in Gent. Bij de inhuldiging van de Minardschouwburg op 27 juni 1847 werd dit als het ware geformaliseerd: samen met steracteur Karel Ondereet speelde zij de hoofdrol in Brigitta of de twee vondelingen, een blijspel van Van Peene met muziek van Karel Miry. Gaandeweg vormden zij samen een hecht kwartet dat jarenlang het Gentse toneelleven domineerde. Virginie was daarbij, behalve actrice, ook de muze van het schrijversduo Van Peene en Miry die menig stuk volledig op haar rol afstemden.

Virginie was een grote fan van de gezelschappen uit Parijs die regelmatig de Gentse opera aandeden en ze vond een rolmodel in Virginie Déjazet, de Franse sopraan met wereldfaam. Tijdgenoten die haar talent en prestaties in de meest lyrische bewoordingen omschreven, noemden haar dan ook graag de 'Vlaamse Déjazet'. Zelfs de kritische Willem Rogghé, die in zijn Gedenkbladen ook enkele minpunten vermeldde, waaronder haar blijkbaar onmogelijk te verbergen Gents dialect en haar grote hang tot "minauderen" of behaagziek zijn (wat Rogghé dan ook nog vergoelijkte als "eene louter vrouwelijke hebbelijkheid"), sloot zich met de uitdrukking "elle brūlait les planches" bij haar grote schare van bewonderaars aan.

Na de plotse dood van haar man in 1864 trad ze grotendeels terug en enkel uit loyauteit tegenover Broedermin en Taelyver nam ze nog occasioneel een rol voor haar rekening. In 1871 verschoven door het nieuwe theaterbeleid de subsidies van de amateurgezelschappen naar een professionele ploeg, het Nederlandsch Tooneel. Na de ontbinding van Broedermin en Taelyver in 1875 poogde die nog om Virginie Miry te rekruteren maar ze verliet de scène voorgoed. Op aandringen van haar vrienden en bewonderaars kende de regering haar een - armzalig - staatspensioen van 600 frank toe, dat later, na tussenkomst van de Gentse liberale volksvertegenwoordiger Edmond Willequet, verhoogd werd tot 1000 frank.

Ze verscheen nog zelden in het publiek maar woonde wel, tot op heel hoge leeftijd, vanuit een loge trouw de opvoeringen in de Minard bij. In 1897 organiseerde de nieuwe directeur van het NTG, Honoré Wannijn, er een huldiging van Virginie Miry. In aanwezigheid van onder anderen provinciegouverneur Raymond de Kerchove d'Exaerde en burgemeester Emile Braun werd het drama Vondel opgevoerd, waarna de plechtigheid werd afgesloten met een geestdriftige uitvoering van De Vlaemsche Leeuw.

Virginie Miry overleed in 1902, net geen vijfennegentig jaar oud en bijna veertig jaar na haar echtgenoot. Na een indrukwekkende rouwplechtigheid in de foyer van de fonkelnieuwe Nederlandse schouwburg op het Sint-Baafsplein waar ze werd opgebaard - een primeur -, werd ze bijgezet in het praalgraf van haar man op de Zuiderbegraafplaats.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat