terug naar alfabetisch overzicht
Willem Rogghé, 1824-1896

willem rogghé

Als zoon van een drukkersgast kwam Willem Rogghé reeds op elfjarige leeftijd bij Désiré Vander Haeghen terecht en werd letterzetter voor de Gazette van Gent. Via zelfstudie werkte hij zich op tot opsteller en hoofdredacteur (1850), waarna hij met de steun van de Vander Haeghens in 1856 een eigen bedrijfje oprichtte. Hij nam de boekhandel van Pieter Geiregat op de Kalandeberg over, wat de start was van een financieel succesverhaal. Topauteurs als Hendrik Conscience, Jacob Cats, Emanuel Hiel, Domien Sleeckx en Julius De Geyter vertrouwden hem de uitgave van hun boeken toe en Jacob Heremans liet er zijn populaire woordenboeken uitgeven. Als een der eersten in Gent focuste Rogghé op de uitgave en verkoop van Nederlandstalige literatuur en dit legde hem geen windeieren. De zaken gingen uitstekend en in 1868 kocht hij de aanpalende huizen en organiseerde er op zondag literaire salons. Dit leeskabinet werd binnen de kortste tijd een verzamelpunt voor de flamingante liberalen, met Julius Vuylsteke, Napoleon Destanberg en de Antwerpenaar Max Rooses op kop. In 1875 verkocht Rogghé zijn winkel aan Vuylsteke waardoor hij kon rentenieren. Hierdoor kreeg hij meer tijd voor de letterkunde en voor zijn politiek engagement.

Hij werd lid van de rederijkerskamer De Fonteine, voor wie hij enkele romantische toneelstukken schreef, en hij publiceerde poëzie in tijdschriften als De Eendragt, Het Taelverbond en Nederlands Museum, waarvan hij in 1884 hoofdredacteur werd. Hij was voorzitter van het Vlaemsch Gezelschap en trouw lid van het Willemsfonds, waarvoor hij voor de jaarboeken onder meer zijn reisverhalen op papier zette.

Als politicus had Rogghé ooit gedroomd van een Vlaamsgezinde kiesvereniging zonder levensbeschouwelijke banden - vergelijkbaar met de ideeën van Ferdinand Snellaert - maar reeds halfweg de jaren 1850 zag hij in dat dit niet realistisch was. Hij sloot zich aan bij de liberale Vlaamsgezinden en ontplooide er dezelfde inzet als in zijn beroepsleven. In eerste instantie stelde hij vooral zijn ervaring als journalist en uitgever ter beschikking. Tijdens het bestuur van Judocus Delehaye gaf hij van 1857 tot 1859 samen met zijn logebroeder Hippolyte Metdepenningen het antiklerikale kiesblad Baes Kimpe uit. Enkele jaren later werd hij een medewerker van het Volksbelang en was hoofdredacteur van een van de eerste liberale tijdschriften die zich specifiek op het Gentse platteland richtten, de Goudmijn des Landmans. Van 1882 tot 1884 leidde hij op vraag van burgemeester Hippolyte Lippens de redactie van het Morgenblad, een nieuw Gents liberaal dagblad voor het grote publiek.

In tweede instantie zette Rogghé zich in voor een vervlaamsing van de Liberale Associatie 'van binnenuit', geen revolutie maar een reformatie. Hij werd daarom een trouw partijlid en bracht het zelfs tot penningmeester van het middencomiteit. Hij zetelde van 1879 tot 1884 in de gemeenteraad waar hij consequent het Nederlands hanteerde.

Op aandringen van Max Rooses begon Willem Rogghé eind jaren 1880 aan zijn memoires, maar werkte deze helaas nooit af. Bij zijn overlijden in 1896 beschikte Rooses dan ook maar over een reeks fragmenten, die in 1898 uitgegeven werden als de Gedenkbladen. Hoewel onvolledig, bevatten ze een schat aan informatie over het Gent uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Rogghé vond een laatste rustplaats op de Westerbegraafplaats, waar hij naast zijn boezemvriend Jacob Heremans onder een identieke sobere grafsteen kwam te liggen.


Fragment uit: Bart D'hondt, Van Andriesschool tot Zondernaamstraat, Gids door 150 jaar liberaal leven te Gent. Een uitgave van Snoeck en Liberaal Archief, 2014, 288 p. (€ 35)

boek Van Andriesschool tot Zondernaamstraat