Terug naar Overzichtslijst van de fotocollecties

Met een kodak aan het IJzerfront. De oorlogsfoto's van Jean Pecher

Jean Pecher (1894 - 1973) was een telg van een vooraanstaande, liberale familie van welgestelde handelaars uit Antwerpen. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was hij korporaal bij de mitrailleurs van het 7e Linieregiment, bij de wapenstilstand was hij sergeant. Hij vocht gedurende de ganse oorlog aan het IJzerfront.

Vier jaar lang schreef hij zijn ouders geregeld brieven en kaarten om hen op de hoogte te houden van zijn wedervaren. Van die oorlogsbriefwisseling vonden we 600 stuks terug. Deze zijn nu integraal uitgegeven in Un mitrailleur à l'Yser. La correspondance de guerre de Jean Pecher - 1914-1918 van Daniël Vanacker, een publicatie van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, in samenwerking met het Liberaal Archief.

Jean Pecher was amateur-fotograaf. Met zijn "kodak" nam hij foto's van alle oorlogssituaties waarin hij terecht kwam. Hij fotografeerde het oorlogsleed en het dagelijkse frontleven.
Deze collectie van ruim 250 foto's, die samen met zijn volledige oorlogscorrespondentie door zijn dochter, Antoinette barones Pecher aan het Liberaal Archief werd geschonken, toont op die manier een uniek beeld van de "Groote Oorlog".

Een deel van deze opmerkelijke fotocollectie is te zien in de tentoonstelling Met een kodak aan het IJzerfront. De oorlogsfoto's van Jean Pecher, in de Blauwe Zaal van het Liberaal Archief, van 14 december 2012 t/m 14 april 2013.

De foto's uit de tentoonstelling kunnen ook hier online worden bekeken in een tiental reeksen.

 

Jean Pecher als soldaat
1. Als vrijwilliger naar het leger

Jean Pecher werd op 27 april 1894 in Antwerpen geboren. Zijn overgrootvader Charles Pecher was één van de stichters van de Liberale Partij in Antwerpen. Zijn vader Emile was een koffiehandelaar. In 1913 zette Jean zijn humaniorastudies stop en meldde hij zich als vrijwilliger bij het leger met de bedoeling om, na zijn legerdienst, in de verzekeringsfirma van zijn grootvader aan het werk te gaan. Hij werd ingedeeld bij het 7e Linieregiment, dat gelegerd was in één van de Antwerpse kazernes, en verwierf snel de strepen van korporaal. Zoals zijn vader toonde hij veel belangstelling voor fotografie.

Klik hier voor de foto's.

honden trekken een mitrailleur
2. De eerste week van de oorlog

Wegens de toenemende oorlogsdreiging werd het Belgische leger eind juli/begin augustus 1914 gemobiliseerd. De dag van de Duitse inval, 4 augustus, vertrok het 7e Linieregiment van Jean Pecher met de 2e Legerdivisie naar de omgeving van Leuven om daar een verdedigingslinie te helpen uitbouwen. Voor Jeans compagnie van mitrailleurs bleef het de eerste week van de oorlog relatief rustig. Jean had zijn fototoestel meegenomen, maakte veel foto's en probeerde de volle filmrolletjes steeds zo snel mogelijk aan zijn ouders in Antwerpen te bezorgen.

Klik hier voor de foto's.

een groep Belgische soldaten
3. Maar dan wordt het menens

Na die eerste rustige week bleef het niet kalm. Op 13 augustus was Jean Pecher met zijn eenheid in Diest. Daar trof hij op het stadhuis een groep Duitse krijgsgevangenen aan, van wie hij twee merkwaardige foto's maakte. Dezelfde dag nog was hij in Halen, waar Belgen en Duitsers de dag ervoor de "Slag der Zilveren Helmen" geleverd hadden. Hij zag er voor het eerst met eigen ogen hoe gruwelijk de moderne oorlog was. Jean maakte er foto's van de gedode paarden, maar de beelden van de gesneuvelde militairen vond hij te vreselijk.

Klik hier voor de foto's.

Belgische infanterie in actie
4. In de aanval

Tussen 15 en 25 augustus 1914 werd het 7e Linieregiment een beetje van her naar der gestuurd, meestal te voet, wat voor de soldaten behoorlijk vermoeiend was, en uiteindelijk binnen de Antwerpse vestinggordel teruggetrokken. Van daaruit ondernam het Belgische leger op 25 en 26 augustus een uitval om de opmars van het Duitse leger door ons land richting Frankrijk zoveel mogelijk te vertragen. Slechts één bataljon van het 7e nam deel aan deze gevechten. De verliezen waren aanzienlijk. Tijdens die bewogen week kregen de ouders van Jean Pecher geen post meer.
Na deze confrontatie werd de compagnie van de mitrailleurs naar Lier gestuurd, enkele dagen later stapten ze naar 's-Gravenwezel, waar ze een aangename week konden doorbrengen. In zijn eerstvolgende brief naar huis meldde Jean dat het moreel van de Belgische troepen naar een dieptepunt gezakt was. Zelf had hij er ook al genoeg van.

Klik hier voor de foto's.

vrouw met waterkan voor huis in ruine
5. De tweede uitval

Tijdens de slag aan de Marne ondernam het Belgische leger een tweede uitval uit Antwerpen. Op 9 september werd de 7e Gemengde Brigade, waartoe Jeans compagnie behoorde, belast met een aanval op Aarschot, wat vrij gemakkelijk lukte. De volgende dag nam de brigade deel aan de aanval op Leuven, maar kreeg al snel het bevel zich terug te trekken. Zo belandde Jean opnieuw in Aarschot. Op 12 september werd de terugtocht voortgezet, richting Antwerpen. Onderweg raakte Jean zijn compagnie kwijt. 's Avonds mocht hij van een vriendelijke boer in diens schuur slapen. Op dinsdag 15 september vond hij zijn kameraden terug in Vremde. Vandaar werd hij 's namiddags met een voedselvergiftiging overgebracht naar een ziekenhuis in Antwerpen. Het zag ernaar uit dat de oorlog voor hem voorbij was. In het ziekenhuis kreeg hij het bezoek van zijn ouders.

Klik hier voor de foto's.

Jean Pecher in een kapotgeschoten gebouw
6. Van een bureau naar de loopgraven

Begin oktober 1914 werd Jean Pecher met andere zieken en gewonden overgebracht naar Engeland. Een maand later stak hij het Kanaal over naar Calais, waar hij boekhouder werd bij de "Directie van de Belgische Zeetransporten". Van de Fransen mocht het Belgische leger de haven van Calais gebruiken als centrum voor zijn bevoorrading. Jean kreeg er geregeld bezoek van zijn oud-strijdmakkers, zodat hij op de hoogte bleef van wat er aan het IJzerfront gebeurde. Dat zette hem ertoe aan warme kledij en rookgerief te verzamelen om aan zijn kameraden te bezorgen. Na zes maanden had hij echter genoeg van dat saaie bureauwerk; hij wilde niet langer een "embusqué" zijn. Hij wou weer bij zijn kameraden zijn, ook al wist hij dat het leven aan de IJzer helemaal niet comfortabel was. Maar zo snel ging dat niet. Pas begin september 1915 stond hij waar hij wilde zijn.

Klik hier voor de foto's.

Belgische soldaten in een loopgraaf
7. Het leven aan het front

Het IJzerfront was verdeeld in diverse sectoren, die de verschillende legerafdelingen in een beurtrol bezetten. De wisseling van sector was telkens een enorme verhuisoperatie. Tussen twee sectoren in kregen de troepen meestal een langere rustperiode achter het front. Toen Jean Pecher zich in september 1915 bij zijn 7e regiment vervoegde, bezette de 2e Legerafdeling waarvan het regiment deel uitmaakte, de sector van Lo. Dat was een bijzonder rustige sector, omdat de Belgische en Duitse stellingen er gescheiden waren door een brede waterplas, een gevolg van het onder water zetten van de IJzerstreek. In februari 1916 verhuisde de 2e afdeling naar de gevaarlijke sector van Steenstrate. Een jaar later werd ze naar de sector van Diksmuide gestuurd, die nog gevaarlijker was. Ook aan en achter het front maakte Jean foto's. Jammer genoeg zijn deze meestal niet te lokaliseren of te dateren.

Klik hier voor de foto's.

Jean Pecher en zijn zuster
8. Op verlof in Londen

De terugkeer van Jean Pecher naar het veldleger had het voordeel dat hij af en toe verlof kon krijgen om zijn ouders in Londen te bezoeken. Deze gunst was begin 1915 ingevoerd voor de frontsoldaten. Aanvankelijk mocht een verlofganger 7 dagen op zijn plaats van bestemming doorbrengen, later werd dat 10 dagen. Een Belgische soldaat die naar Engeland wilde, moest wel eerst een attest voorleggen waaruit bleek wie hem daar zou opvangen. Tussen oktober 1915 en juli 1918 kon Jean zeven keer de oversteek doen. Hij keek er telkens naar uit om zijn ouders terug te zien en een week van enig comfort te genieten. Ook tussendoor kreeg hij af en toe een paar dagen congé. Daarvan maakte hij gebruik om bv. in Duinkerken een nachtje op hotel te gaan en eens lekker te eten en te slapen.

Klik hier voor de foto's.

spotprent tegen de luizenplaag bij soldaten
9. De oorlog op postkaart

Tijdens de Eerste Wereldoorlog beleefden de productie en verkoop van postkaarten een ongeziene bloei. Aanvankelijk reproduceerden de drukkers vooral foto's en tekeningen die eerder in de vele geïllustreerde tijdschriften verschenen waren. Vervolgens brachten ze een rijk aanbod van foto's van soldaten in actie en zichten van getroffen steden en dorpen. Wel moesten de uitgevers bij hun keuze steeds rekening houden met de opmerkingen van de censuur. Ook aan patriottische en romantische kaarten ontbrak het niet. Ten slotte werd de markt overspoeld met humoristische prenten. Ook Jean Pecher kocht specimens van de diverse soorten om ze met een korte boodschap naar zijn ouders te sturen. Soms bevatte de afbeelding zelf een boodschap. Door de foto van een bepaald dorp te sturen, kon hij bijvoorbeeld, tegen de censuurvoorschriften in, laten weten waar hij zat, of hij kon signaleren dat hij krap bij kas zat.

Klik hier voor de foto's.

ruines van Ieper
10. De oorlog is voorbij

Op 28 september 1918 nam het 7e Linieregiment deel aan het Bevrijdingsoffensief. Het Belgische leger stak de IJzer over en kon de Duitsers langzaam maar zeker terugdringen. Jean Pecher kreeg al de vierde dag een kogel in zijn linkerdij en werd naar een ziekenhuis in Calais gebracht. Hij herstelde snel en werd op 18 november, na de Wapenstilstand, teruggestuurd naar het veldleger. Door de oorlogsschade was het reizen door België verre van eenvoudig. Op 27 november stond hij weer in Antwerpen. Het ouderlijk huis bleek nagenoeg onbeschadigd te zijn. In april 1919 reisde Jean met de hondenbrigade naar de Verenigde Staten waar ze reclame maakten voor de Overwinningslening. In de loop van 1919 maakte hij samen met zijn moeder, in een auto met chauffeur, een rondrit in de frontstreek.
Hij werd pas op 30 september 1919 gedemobiliseerd. Zijn legerdienst had uiteindelijk zes jaar geduurd.

Klik hier voor de foto's.