Print de nieuwsbrief Klik hier om te printen

 

Van de koord in de ketel
(Air van "Als Pierlala lag in de kist")


Nog nimmer heeft Sint-Pietersfoor
een harlekijn [zo] habiel
zien flikkerdansen op de koord
lijk maestro Emiel.
Hij walst met jufferlijke zwier
en tovert met zijn balansier.
C'est ça, zei Pierlala sa sa.
C'est ça, zei Pierlala.

Kijk, op de twee uiteinden van
zijn stok draagt onze artiest
het groot geheim van zijn "succes"
als clown-equilibrist:
't is evenwicht in zijn kluts
malgré kalot en rode muts.
C'est beau! zei Pierlala sa sa.
C'est beau! zei Pierlala.

Al trippeltrapp'lend op de koord,
lonkt hij naar Jan en Pier,
zeemachtig als een zoetekoek;
en zwenkt de balansier,
roô muts omhoog, omlaag dan weer,
kalot omhoog, kalot omneer!
C'est fort! zei Pierlala sa sa.
C'est fort! zei Pierlala.

En dat "systeem van zoetekoek"
heeft onze foorheld
eens ernstig in de Kamer als
een toonbeeld voorgesteld;
"Ons minderheid kan", sprak de vent,
"regeren gelijk ik te Gent!"
Zooôt! zei Pierlala sa sa.
Zooôt! zei Pierlala.

Hij houdt voor werk van een genie
zijn harlekijnenspel,
aanziet zijn eigen, voor het minst,
als een Macchiavel,
en [ver]wacht dat hij, lijk Arteveld',
ook eens op voetstuk wordt gesteld.
Misschien! zei Pierlala sa sa.
Misschien! zei Pierlala.

Eens dat hij, boven een pot soep,
weer de oude toeren deê
kreeg plots - men was die lolle beu -
zijn koord een dubb'le snee,
en harlekijn, met tegenzin,
ging van de koord de ketel in
't Scheel op! zei Pierlala sa sa.
't Scheel op! zei Pierlala.