VROUWE COURTMANS-BERCHMANS EN DE SCHOOLSTRIJD

Portret Johanna Courtmans-BerchmansHalfweg de negentiende eeuw kwamen de vrouwenrechten in BelgiŽ nog maar net ter tafel. Van inspraak en gelijke rechten was nog geen sprake en ook het concreet gebruik van de vrijheid van meningsuiting bleef in hoofdzaak een mannenkwestie. Het aantal vrouwelijke auteurs was dan ook zeer beperkt. Eťn van die heel zeldzame witte raven die zich aan maatschappelijk geŽngageerde literatuur waagde, was Johanna Courtmans-Berchmans (1811-1890).

Als dochter van de burgemeester van Mespelare, die tevens onderwijzer ťn herbergier was, volgde Johanna Berchmans Franstalig onderwijs. Haar echtgenoot, Jan Baptist Courtmans, bracht haar echter in contact met de Vlaamse en Nederlandse literatuur waarna ze zelf begon te schrijven. Vanaf 1855 groeide ze zelfs uit tot een van de productiefste Vlaamse schrijvers van die tijd. Ze schreef in hoofdzaak proza, afgewisseld met een occasioneel dichtwerk. In 1865 ontving ze de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Nederlandse Letterkunde voor haar roman Het geschenk van den jager.

Naast haar literair werk had Courtmans-Berchmans ook een goed gevuld beroepsleven. Na de vroege dood van haar echtgenoot in 1856 vestigde ze zich in Maldegem waar ze een vrije kostschool opende die later de gemeenteschool werd. Steunend op die ervaring schreef ze in 1862 - meer dan twintig jaar vůůr Sophie van Virginie Loveling - met De gemeente-onderwijzer een eerste Portret Johanna Courtmans-Berchmansroman over het volksonderwijs in Vlaanderen. Vanuit haar progressief-liberale overtuiging pleitte ze in dit werk voor de invoering van verplicht gratis lager onderwijs in de volkstaal, een essentiŽle stap naar de ontvoogding van de grote massa. Met De gemeente-onderwijzer zette ze zichzelf op de kaart van de maatschappijkritische auteurs en brak ze zelfs door in Nederland en Franstalig BelgiŽ. Hoewel ze in latere jaren ook andere maatschappelijke thema's aankaartte en het liberale vooruitgangsoptimisme in zijn vele facetten propageerde, keerde ze regelmatig terug naar het onderwijsthema. Zo schreef ze met De hut van tante Clara (1865) een scherpe aanklacht tegen de - meestal door de clerus geleide - kantwerkscholen voor arme meisjes en met Rozeken Pot (1879) een idealistisch pleidooi voor het officieel gemeenteonderwijs.

Dit alles leverde haar de bewondering van velen op, maar haar herhaalde, al dan niet bedekte, aanvallen op de lokale clerus kwamen haar op het einde van haar leven duur te staan. Na de liberale kiesnederlaag van 1884 en de invoering van de nieuwe katholieke schoolwet, werd ze zwaar getroffen in wat haar het dierbaarst was: haar familie ťn haar school.

Portret Johanna Courtmans-Berchmans"Hare drie dochters, eene schoondochter en een schoonzoon werden, tengevolge der gezindheidsverandering in het landsbestuur, na de schoolwet van 1884 in beschikbaren dienst gesteld. Het komt ons voor dat men, uit eerbied en erkentelijkheid voor zulke Moeder, de kinderen in hun bestaan niet had mogen treffen. De vermindering van de jaarwedde was, zo niet de armoede, dan toch den moeilijken en bekrompen levenstoestand voor de familie. De ruime gemeenteschool is nu verhuurd aan eenen koopman der gemeente en dient tot magazijn ... Haar nederig huisje ligt er juist nevens. Wat moet het hart der schrijfster van De Hut van Tante Clara dikwijls gebloed hebben, als hare blikken op die school vielen, waar vroeger hare dochters het onderwijs aan de kinderen van Maldegem mochten geven!" (Uit Het Volksbelang van 27 september 1890)

De oude schoolgebouwen verdwenen in de twintigste eeuw. Als een late blijk van erkentelijkheid werd het scholencomplex met kleuterafdeling, basisschool en atheneum dat op diezelfde gronden werd opgetrokken, naar haar genoemd en in 1961 kreeg ze in Maldegem op initiatief van de VTB een standbeeld. In Gent noemde de architect Jacob Semey reeds in 1892 een van zijn huizen op de Vlaamse Kaai naar haar. Haar borstbeeld siert er nog steeds een grote gevelnis.

Recente literatuur over Courtmans-Berchmans: - Ada Deprez (red.), Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de 19e eeuw. Deel 1. Gent, KANTL, 1999. - Liselotte Vandenbussche, Het veld der verbeelding. Vrijzinnige vrouwen in Vlaams-literaire en algemeen-culturele tijdschriften (1870-1914). Gent, KANTL, 2008.