BLAUWE LIBERALEN VERSUS 'KARMIJNRODE' KATHOLIEKEN

In een bundel strijdliederen, in 1914 uitgegeven door een Antwerpse oud-leerlingenbond ten voordele van de "Liberale Propaganda op den Buiten", staat een merkwaardig lied. De titel, Blauw of Rood, zet de argeloze lezer immers zonder twijfel op het verkeerde been. Een vlugge blik op de tekst maakt echter onmiddellijk duidelijk dat de liberale propagandist hier enkel en alleen zijn klerikale en niet zijn socialistische opponent viseert. Een verklaring dringt zich op.

De eerste Belgische kieswetten uit 1830-1831 waren - net zoals in vele andere Westerse landen in de negentiende eeuw - eerder ruwe schetsen van wat later een democratische en vooral efficiŽnte kieswetgeving zou worden. De wetgevers waren immers pioniers en dienden met gezwinde spoed een kiesstelsel te ontwerpen zonder over een basishandleiding met historische voorbeelden te beschikken. Afwegen, vergelijken en evalueren van verschillende kiesmodellen was voor hen onmogelijk. Het was bijna vanzelfsprekend dat zo'n embryonale kiesprocedure niet opgewassen bleek tegen het fenomeen kiesfraude. Van in de jaren 1830 begon dan ook een ellenlang proces van bijsturingen en wijzigingen aan de kieswet. Fundamentele veranderingen vonden de eerste veertig jaar echter niet plaats, wat niet in het minst te wijten was aan het feit dat beide politieke families - de katholieke en de liberale - zich regelmatig bezondigden aan het gebruik van de achterpoortjes in de procedure. Tegen 1870 namen de misbruiken echter een dusdanige omvang aan dat een meerderheid zich achter een grondige vernieuwing van de kieswet kon scharen. De wet-Malou van 9 juli 1877 pakte de fraude voor de eerste keer grondig aan en moderniseerde in een klap het hele kiessysteem.


Een van de belangrijkste elementen van deze nieuwe wet was de introductie van het voorgedrukte stembiljet. Dit verving het handgeschreven briefje dat sinds 1830 rechtsgeldig was geweest maar om evidente redenen uitermate fraudegevoelig was gebleken. Bijkomend werd besloten om aan het stembiljet een vaste 'lay-out' te geven. De kandidaten werden per strekking alfabetisch gegroepeerd in drie kolommen met links de liberalen, rechts de katholieken en in het midden de onafhankelijke of andere kandidaten. Om aan de ongeletterde kiezers een aanknopingspunt te geven, werd elke kolom bovendien in een officieel vastgelegde kleur gedrukt: de onafhankelijken kregen zwart toegewezen, de liberale kandidaten blauw en de katholieken karmijnrood. Een jaar later waren beide kleuren ingeburgerd en werd de kiesstrijd gestreden tussen de aanhangers van de blauwe korenbloem en die van de rode klaproos. Ook in de pers werd graag gebruik gemaakt van deze nieuwe vorm van identificeren. Zo schreef de Ieperse liberale krant De Toekomst in haar nummer van 16 november 1890 nog over een "[brouwer], een kalote van het roodste rood". De invoering van het algemeen meervoudig stemrecht voor mannen in 1894 maakte een einde aan het gebruik van de kleurrijke stembiljetten. In de daaropvolgende jaren bleef blauw de huiskleur van de liberalen. De internationale opkomst van de socialisten onder een rode banier zorgde er echter voor dat de Belgische katholieke politici de rode klaproos dienden op te geven.

Blauw of Rood dateert dan ook duidelijk uit de laatste twee decennia van het zuivere cijnskiesstelsel en kwam in deze editie uit 1914 niet langer helemaal tot zijn recht. Ook de folklore heeft echter haar rechten en voor menig liberale veertiger of vijftiger uit het Antwerpse bleef dit lied nog tot voorbij de Eerste Wereldoorlog onlosmakelijk verbonden met de beginjaren van hun politiek engagement.

top