150 JAAR LIGUE DE L'ENSEIGNEMENT

Met de oprichting in 1864 van de Ligue de l'Enseignement, association pour la propagation et le perfectionnement de l'éducation et de l'instruction en Belgique zoals de stichtingsnaam officieel luidde, werd een cruciale stap gezet in de strijd voor het officieel onderwijs. Geworteld in de 18e-eeuwse Verlichtingsfilosofie, kreeg BelgiŽ er een drukkingsgroep van formaat bij, die intussen al anderhalve eeuw zijn stempel drukt op het onderwijslandschap.

ligue de lenseignement

Reeds in de 18de eeuw stelden verlichte filosofen als John Locke en Jean-Jacques Rousseau het belang van algemeen onderwijs als wapen tegen armoede en als motor van vooruitgang voorop. In onze contreien werd de leerplicht een eerste keer op tafel gelegd onder het bestuur van koning Willem I (1814-1830). Veel meer dan een eerste aanzet was het niet, de geesten waren nog niet rijp en anderhalf decennium Nederlands bestuur was te kort om dit idee algemene ingang te laten vinden.

Na de boedelscheiding met Nederland in het verdrag der XXIV Artikelen uit 1839, werd in het jonge BelgiŽ werk gemaakt van een eerste onderwijswet. De vrijheid van onderwijs, vastgelegd in de grondwet van 1831, kreeg een eerste structurele vertaling in de organieke wet op het lager onderwijs uit 1842. In deze wet werd de levensbeschouwelijke opvoeding van de kinderen volledig in handen van de clerus gelegd, en dit zorgde voor onrust. In de daaropvolgende jaren werd dit katholieke monopolie wel in vraag gesteld maar niemand ging in eerste instantie voluit voor een confrontatie.

Er kwam echter steun uit de hoek van de vooruitgangsoptimisten. Figuren als Edouard Ducpétiaux, Zoé Gatti de Gammond, Gustave de Molinari, Emile de Laveleye, Jean-Michel Funck en Guillaume Tiberghien heropenden het debat en drongen aan op de invoering van de leerplicht. In januari 1859 werd In de Kamer van Volksvertegenwoordigers een petitie voor die invoering ter stemming voorgelegd maar de parlementsleden stemden in blok tegen, met uitzondering van vijf progressieve liberalen: twee Walen (Pierre David en Pierre Joseph Grosfils), twee Brusselaars (Louis Defré en Louis Goblet d'Alviella) en één in Gent verkozen West-Vlaming (Ernest Vandenpeereboom).

Karel Buls

Nog diezelfde maand richtte het Grootoosten van BelgiŽ aan alle aangesloten vrijmetselaarsloges de vraag om een voorstel te formuleren betreffende de invoering van de algemene leerplicht en, heel belangrijk, de modaliteiten en de inhoudelijke invulling van die leerplicht. In 1863 publiceerde het Grootoosten deze verzamelde voorstellen en werd het voorstel van de Brusselse loge Les Vrais Amis Philanthropes naar voren geschoven als een ontwerp van wetsvoorstel. Via de vereniging La Libre Pensée en via de ULB kreeg dit project een steeds grotere aanhang en op 26 december 1864 vonden de protagonisten elkaar in een Brussels hotel waar zij de Ligue de l'Enseignement oprichtten. Model voor de Ligue stond de Nederlandse "Maatschappij tot Nut van 't Algemeen".

De doelstellingen van de Ligue waren de bevordering en verbetering van het volksonderwijs voor jongens én meisjes, de instelling en verdediging van een officieel neutraal onderwijsnet, de verdediging van het sociaal aanzien van de onderwijzers, de oprichting van volksbibliotheken en het stimuleren van het volwassenenonderwijs. Een jaar later werd, op voorstel van medestichter Karel Buls en de liberale onderwijsactivist Paul Tempels, ook de strijd voor de invoering van de leerplicht als prioritaire doelstelling in het programma opgenomen.

Gericht op geheel België, zou de Ligue geen groot succes kennen in het overwegend katholieke Vlaanderen, waar de laÔciserende onderwijsideeŽn van de Ligue op slechts weinig sympathie konden rekenen. Bijkomend telde Vlaanderen al organisaties zoals het Willemsfonds die het ideeŽngoed van de Ligue verspreidden. In Brussel stichtte de Ligue een modelschool waar haar onderwijsprincipes werden toegepast. In samenwerking met de Brusselse afdeling van het Willemsfonds werd in de school ook een Nederlandstalige klas ondergebracht.

Na de kiesoverwinning van 1878 trad onder leiding van Hubert Frère-Orban de laatste homogeen liberale regering aan, met in haar rangen de eerste Belgische minister van Onderwijs, Pierre Van Humbeeck. Hij was bestuurslid van het eerste uur van de Ligue en werd het boegbeeld van de schoolwet van 1879, die het programma van de Ligue in een wettekst omzette en aanleiding was voor de eerste grote schoolstrijd van ons land.

De Ligue de l'Enseignement et de l'Education Permanente, zoals de vereniging zich vandaag noemt, ijvert nog steeds voor een "wereldlijk" onderwijs in ons land.

top