DE KWESTIE VAN DE GENTSE SCHOOLSOEP
OF HOE EEN BORD SOEP SOCIALISTEN EN KATHOLIEKEN AAN DE SCHEPENTAFEL BRACHT


Eind 1908 verwierp de Gentse gemeenteraad de begroting van het liberale schepencollege. Daarop namen de burgemeester en schepenen ontslag. Aanleiding was een aanslepende discussie over de bedeling van soep aan de schoolkinderen. Tot verbazing van de liberalen namen socialisten en katholieken het bestuur van de stad over. Omdat de koning het ontslag van burgemeester Braun weigerde, werd de katholieke drukker Alfons Siffer een paar jaar waarnemend burgemeester.

De invoering van het algemeen meervoudig stemrecht maakte een einde aan de absolute meerderheid die de Gentse liberalen decennialang in de Gentse gemeenteraad genoten. Na de verkiezingen van 17 november 1895 telde de raad nog dertien liberalen tegenover twaalf katholieken en veertien socialisten. Gezien haar succes eiste de socialistische fractie de vorming van een evenredig samengesteld schepencollege, maar ze had buiten de waard gerekend. De katholieken verklaarden zich immers akkoord om "vanuit de oppositie" een liberaal minderheidscollege te steunen. Emile Braun mocht Hippolyte Lippens opvolgen als burgemeester. Dit precaire evenwicht hield, met zijn ups en downs, twaalf jaar stand.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 20 oktober 1907 bleken de liberalen opnieuw de grootste fractie te vormen. Met hun veertien zetels waren ze net iets sterker dan de socialisten van Edward Anseele en de katholieken van Alfons Siffer. Braun sloot opnieuw een overeenkomst met de katholieken. Anseele slaagde er echter in die regeling aan het wankelen te brengen door de oude kwestie van de schoolsoep weer op de agenda van de gemeenteraad te plaatsen.

Dit socialistische voorstel om in de volkswijken gratis warme soep of een warme maaltijd aan te bieden aan de kinderen van het stedelijk onderwijs, dateerde al uit 1898 maar had nog maar weinig respons gekregen. De liberale schepenen wisten heel goed hoe gevoelig de materie lag. Bij goedkeuring van dit voorstel dreigden de katholieken hun steun aan het liberale college op te zeggen, tenzij ook de vrije scholen van deze maatregel zouden kunnen genieten. Voor de liberale onderwijsschepen Remi De Ridder was dergelijke steun aan het katholiek onderwijs evenwel onbespreekbaar, waardoor de discussie muurvast kwam te zitten.

Onderhandelingen doorheen 1908 brachten weinig zoden aan de dijk. Anseele suggereerde toen dat de kinderen van beide netten misschien samen zouden kunnen eten in enkele grote refters. De katholieken vreesden echter dat daardoor het gebed voor het eten in het gedrang zou komen. Daarom stelde de katholiek Aloïs Van de Vyvere voor beurtelings van die refters gebruik te maken. Zo lag de bal weer in het kamp van de liberalen. In hun begrotingsvoorstel 1909 schreven ze een bedrag van 5.000 frank in voor schoolsoep… in het stedelijk onderwijs. Dat konden de katholieken niet slikken: prompt keurden ze de begroting af. Daarop nam de liberale bestuursploeg ontslag. Op oudejaarsdag 1908 stelden de burgemeester en de vijf schepenen hun mandaat ter beschikking.

Desondanks maakten de liberalen zich niet meteen zorgen. Zij wisten uit ervaring dat een samengaan van katholieken en socialisten in een gemeentelijke coalitie nog in de politieke taboesfeer zat en waren ervan overtuigd dat ze alle plooien zouden kunnen gladstrijken op de eerste raadszitting van 1909. Op 6 januari kwamen de raadsleden opnieuw samen… en schreven geschiedenis. De socialisten legden andermaal hun voorstel op tafel om een evenredig samengesteld college te vormen. Tot verbijstering van velen ging de katholieke fractie daarop in. Hun gezamenlijke poging om met de liberalen een "tripartite" te vormen, mislukte echter. De liberalen kozen resoluut voor de oppositie.

Uiteindelijk bezetten katholieken en socialisten elk twee schepenzetels en lieten ze de vijfde onbezet in de hoop dat de liberalen nog zouden bijdraaien. Toen de koning het ontslag van burgemeester Braun weigerde en deze bij zijn beslissing bleef om naar de oppositiebanken te verhuizen, werd de katholiek Alfons Siffer waarnemend burgemeester.

Het jaar 1909 werd een politiek kwakkeljaar waarin iedereen halsstarrig aan zijn groot gelijk vasthield. In de loop van 1910 werd de druk op de liberalen opgevoerd. In de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen namen katholieken en socialisten de mandaten van enkele liberale zwaargewichten over; de vijfde schepenzetel werd in april toegewezen aan de katholiek Gustave Eylenbosch. De liberalen gaven zich uiteindelijk gewonnen en halfweg 1911 gordde Braun zijn burgemeestersjerp opnieuw om. De liberaal Maurice De Weert verving schepen Aloïs Van de Vyvere, die minister werd. De eerste Gentse tripartite was een feit.

Voor de katholieken zou de vreugde echter maar van korte duur zijn. Na de perikelen rond het katholieke wetsontwerp-Schollaert inzake het lager onderwijs stonden de gemeenteraadsverkiezingen van 22 oktober 1911 opnieuw in het teken van de schoolstrijd. In diverse steden werden antiklerikale bondgenootschappen gesloten. Zo vormden ook Braun en Anseele een kartel. De Gentse katholieken kregen klappen. In de nieuwe gemeenteraad zetelden zeventien liberalen, vijftien socialisten en zeven katholieken. Braun en Anseele vormden het eerste paarse stadsbestuur.

  • Klik hier voor de tekst van het lied Van de koord in de ketel.

top