|
DE FLORALIËN EEN EEUW GELEDEN
In april 2005 begeeft de bloemenliefhebber zich naar het glas en beton van de tentoonstellingsruimte op Flanders Expo, waar de beroemde vijfjaarlijkse Gentse Floraliën sinds 1990 plaatsvinden. Honderd jaar geleden ging dit evenement echter nog door in de toen nog landelijke rand van Gent, met name in en rond het eerste Gentse Casino. Dit was gelegen aan het huidige Casinopleintje, tussen de Coupure en de Holstraat.
Het gebouw was in 1835-1836 op aanvraag van de
Gentse burgerij opgetrokken op een terrein van net geen drie hectaren groot en werd gefinancierd door de Société d’Horticulture et de
Botanique, een Gentse vereniging van tuinbouwers en bloemenliefhebbers van in hoofdzaak liberale signatuur. Het Gentse stadsbestuur deed
onder ‘zachte dwang’ van burgemeester Joseph Van Crombrugghe eveneens een duit in het zakje en stond de gronden rond de Molenberg af aan de
nieuwe maatschappij. Het Casino, dat gebouwd werd naar een ontwerp van Louis Roeland en verbouwd door Adolphe Pauli, herbergde gedurende vele
decennia de grootse activiteiten die de fine-fleure van de Gentse liberale burgerij met de regelmaat van de klok organiseerde, waaronder vanaf
1839 de internationale floraliën. Hiervoor werd gesteund op de inzet van zowel liberale tuinbouwkundigen als Van Houtte, Van Geert, Pynaert en
Verschaffelt als de Gentse liberale beau monde, gaande van ondernemers als Joseph Kerfyser en Gustave Carels en wetenschappers zoals Julius Mac Leod tot politici als Alexis Callier, Hippolyte Rolin en Alfred Vanderstegen. De meest prominente rol in de organisatie van de Floraliën was en is echter weggelegd voor de familie de Kerchove, die van 1859 tot op heden een vertegenwoordiger heeft in het permanente bestuur van deze organisatie. Naast de twintigste-eeuwse voorzitters gouverneur André de Kerchove de Denterghem en later Jacques en André de Kerchove de Denterghem, springen vooral de twee negentiende-eeuwse zwaargewichten in het oog, met name burgemeester Charles de Kerchove de Denterghem (wiens reusachtige wintertuin zich net aan de overkant van de Coupure bevond) en diens zoon Oswald de Kerchove de Denterghem, die zich ontpopte tot een internationaal erkende autoriteit op het vlak van de studie van de palmen en de orchideeën.
In 1908 gingen de Floraliën voor de laatste keer in het oude Casino door. Ondanks regelmatige uitbreidingen was het complex te klein geworden en de Floraliën verhuisden naar het Citadelpark waar het Gentse gemeentebestuur een nieuwe multifunctionele tentoonstellingsruimte had gebouwd. Dit Floraliënpaleis huisvestte tot 1985 de vijfjaarlijkse tentoonstelling, waarna het gebouw werd gerenoveerd en sindsdien het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst of SMAK herbergt. Het oude Casino, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog nog dienst had gedaan als krijgshospitaal, werd daarna sterk verwaarloosd en verviel tot een ruïne, die in 1945 uiteindelijk werd afgebroken.
Bart D'hondt
Illustraties
(boven) Zicht op het Gentse Casino in 1908.
(rechts) Interieur van het Gentse Casino tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het door de Duitse bezetter als krijgshospitaal werd gebruikt.
|