LOUIS FRANCK OVER LOUIS STRAUSS
"Eerlijk, maar kies is toch anders"

Een compleet vergeten figuur uit de geschiedenis van het Antwerpse liberalisme is Louis Strauss (1844-1926). Deze briljante econoom was een donkerblauwe liberaal, een manchesteriaan heette dat in zijn tijd. Hij verdedigde voluit het privť-initiatief en stond sceptisch tegenover elk overheidsoptreden in de economische sector, maar pleitte ook voor het afschaffen van alle privileges. Desondanks werd hij in 1903 gemeenteraadslid als kandidaat van het Liberaal Werkersverbond en begin 1908 zelfs schepen van sociale zaken. Na de oorlog promoveerde hij, intussen 75 jaar oud, tot volksvertegenwoordiger en bleef dit tot zijn dood.

Op het einde van de Eerste Wereldoorlog voerde de Duitse bezetter Louis Strauss en zijn collega-schepen Louis Franck naar Duitsland. In de gevangenis van Bonn leerden ze elkaar beter kennen. Op donderdag 28 maart 1918 schetste Franck een genuanceerd portret van zijn lotgenoot in zijn dagboek (AMVC, F443D).

"Mijn collega Strauss wandelt nu alle dagen 's morgens en 's middags met ons en praat veel, maar nog niet eens, tenzij bij gelegenheid in een gedachtewisseling door een ander opgeworpen, heeft hij over iets anders gesproken dan over zichzelf. Hij doet het overigens lief en aardig, zonder te veel aanstoot te geven."
"Er zijn eigenschappen bij hem die eerst bij nadere kennismaking aan het licht komen: hij is een liefhebbend echtgenoot en hartelijk vader en hij heeft een goed hart. Hij heeft een schrandere geest, redeneert vlug en gemakkelijk, en werkzaam is hij zeker. Maar hij is in het leven als een schitterend scholier begonnen. Zijn examen als licentiaat in de handelswetenschappen, zijn benoeming tot consul, alles heeft hij gedaan voor de jaren daartoe gesteld, door zijn vlugheid van geest, en sedertdien heeft hij het leven als een prijsuitdeling aanzien. Alles wat hem vleiends is te beurt gevallen, hoe klein ook, heeft hij vergaard als de lauweren op het atheneum en op het handelsgesticht. En hoe minder hij erin gelukt is in het leven een plaats te veroveren die enigszins in betrekking stond tot zijn gaven en zijn schitterend begin, hoe meer hij in zichzelf de bloem der ijdelheid is blijven bewonderen."

Tijdens hun gesprekken vernam Franck meer over Strauss' houding tegenover de Duitse bezetter. Hij was het er helemaal niet mee eens. Vooral de stelling van zijn collega dat het Nationaal Hulp- en Voedingskomiteit de bevoorrading van BelgiŽ niet in handen had moeten nemen, vond hij hoogst bedenkelijk.

"In het praten over zichzelf gaat hij zo op dat hij ook minder de mooie dingen bemerkt. Zo hoor ik dat de Duitse journalist Binder, die destijds over Antwerpen en Antwerpse toestanden een tamelijk vreemd artikel schreef waarin hij Strauss opgehemeld had, inderdaad van hem een interview heeft genomen, terwijl de regel was alle persgesprekken af te slaan, laat staan met Duitsers. IJdelheid, alles ijdelheid!"
"Dan vertelt hij hoe hij de Duitsers het recept heeft gegeven waar wij destijds last genoeg hebben mee gehad: verander de wetgeving, of vermits wij in Antwerpen in een vesting leven en de [militaire] gouverneur daar heer en meester is, geef ons een militair bevel! Beide zijn gevaarlijke thesissen en bewijzen met hoeveel reden het college hem niet heeft willen toelaten zich in de hogere leiding der onderhandelingen met de Duitsers te mengen."

"Nog erger is dat hij vertelt hoe hij te Londen tegenover sir Samuel Marcus [de oprichter van Shell] de thesis heeft ontwikkeld dat de inrichting van het Nationaal Komiteit een fout was. De Duitsers hadden anders de Belgen moeten voeden en waren tot inschikkelijker gevoelens gebracht door de grotere nood! Wanneer men bedenkt wat zuivere landbouwlanden, die zichzelf in normale toestanden voeden, hebben uitgestaan aan ellende, gebrek en honger, zoals Noord-Frankrijk, ServiŽ en Polen, kan men zich een denkbeeld vormen van wat er van BelgiŽ, met zijn industriŽle bevolking, nog zou overblijven vandaag zonder de 2 miljard franken voedsel door het Nationaal Komiteit ingevoerd!"

"Hij werd altijd voor een eerlijk man aanzien, maar kies is toch anders. Zo vertelt hij dat de Duitsers hem 400 kg aardappelen als staal van de Luxemburgse oogst hebben gezonden. Dit gebeurde voor het geval dat Antwerpen uit Luxemburg zou moeten bevoorraad worden. Het afgesproken gewicht was ťťn zak, 100 kg. Maar vier stellen tegelijk hebben de opdracht uitgevoerd. Niet alleen heeft M. Strauss die vier zakken aanvaard en behouden, maar ze voor zijn persoonlijk gebruik bestemd, wanneer hij ze als schepen en leider van de bevoorradingsdienst had ontvangen! Hoe klein!"

"Ikzelf ben tegen mijn collega wel hard geweest. Nu is hij een oud man, die arm is en hier onder deze toestanden lijdt. Hij slaapt niet, is ongerust over zijn vrouw die ziek is. Ik moet trachten hem op te beuren en het hoofd boven water te houden".

top