LEVEND BEGRAVEN WORDEN, EEN EEUWENOUDE VREES

In de tentoonstelling R.I.P. - 200 jaar begrafeniscultuur in Vlaanderen, die nog tot en met 14 juni 2015 in het Gentse Caermersklooster loopt, wordt ook aandacht geschonken aan een bizar randaspect van de begrafeniscultuur: de eeuwenoude vrees om levend begraven te worden.

ontwerpen van veiligheidskisten tegen schijndood

Al sinds de 17de eeuw was men in een aantal westerse landen gefascineerd door de schijndood. Medici, maar ook allerlei kwakzalvers, publiceerden traktaten vol met methoden om de dood vast te stellen of de schijndood te detecteren. Er heerste een vaak irrationele angst voor een "vroegtijdige begrafenis".

Bij schijndood, in het latijn mors putativa genoemd, lijkt het alsof de persoon in kwestie overleden is. Het is een staat van bewusteloosheid waarbij er onvoldoende en onwaarneembare ademhaling en bloedsomloop is. Het lichaam gaat ook een blauwe kleur vertonen. Daardoor lijkt het alsof de dood is ingetreden.

De angst voor schijndood werd nog groter telkens er epidemieën uitbraken, zoals in de 19de eeuw, toen onze contreien geteisterd werden door cholera. Uit vrees voor besmetting werden de lichamen dan zo snel mogelijk begraven, waarbij de vrees ontstond om té snel begraven te worden. Ook in de 19de-eeuwse literatuur en pers waren de voortijdige begrafenis en de schijndood dankbare onderwerpen, met als bekendste voorbeeld het klassieke horrorverhaal The premature burial van Edgar Allan Poe (1809-1849).

affiche van film Premature Burial

Om het levend begraven te voorkomen, gingen sommigen heel ver in het nemen van allerlei voorzorgsmaatregelen. De ene beperkte zich tot een eenvoudig verzoek in het testament om de begrafenis uit te stellen tot ten minste drie dagen na het overlijden. Hiervoor werden op sommige begraafplaatsen zelfs speciale schijndodenhuisjes opgericht.

Anderen lieten nog een jaar lang de krant aan het graf bezorgen om zeker te zijn dat hun noodkreten vanuit het graf gehoord zouden worden. Vaak werden ook speciale veiligheidskisten ontworpen, waarin de ontwaakte schijndode te allen tijde lucht zou kunnen krijgen en een noodsignaal zou kunnen geven via een vlag of een belletje. Deze constructies lijken vandaag lachwekkend, maar ze kregen destijds aandacht.

Vandaag is levend begraven worden nog steeds een dankbaar onderwerp in menige horrorfilm, en van de recente literatuur onthouden we vooral Het gouden ei van Tim Krabbé. Of je vandaag ook nog écht levend begraven kunt worden? Die mogelijkheid lijkt volgens dokters en uitvaartondernemers zo goed als uitgesloten sinds de uitvinding van de stethoscoop, waardoor in het menselijk lichaam het minste geluid kan waargenomen worden.

top