OP EEN HOEKJE MET EEN BOEKJE - 175 JAAR BOEKENTEMPEL

Op de hoek van de Veldstraat en Voldersstraat, in volle centrum Gent, bevond zich van 1824 tot 2000 één van de belangrijkste boekhandels van Vlaanderen. Waar nu trendy mannequinpoppen en anonieme confectiepakken de vitrines vullen, stond 175 jaar het 'Betere Boek' in de etalage.

De eerste uitbater was Ignace De Vigne die het pand in 1824 had gekocht van de familie Schamp. Het bleef een bescheiden etablissement en de De Vignes, die zwaar hadden moeten lenen voor hun aankoop, slaagden er met moeite in om de eindjes aan elkaar te knopen. Ignace overleed in 1840 en zijn weduwe zette de zaak alleen voort. Hun twee zonen hadden immers intussen naam gemaakt als kunstschilder en beeldhouwer en waren niet geïnteresseerd in een overname van de boekhandel.

Weduwe De Vigne verhuurde de winkel twee jaar later aan Hendrik Hoste, een drukker/uitgever en boekhandelaar uit de Mageleinstraat die in 1859 voor de ronde som van veertigduizend frank eigenaar van het gebouw werd. De boekhandel werd op korte tijd een verzamelpunt voor de liberale flaminganten. Die vonden er, naast het traditionele Franstalige aanbod, een ruime keuze werken van Nederlandstalige auteurs onder wie Jan Frans Willems, Ferdinand Snellaert, Karel Ledeganck en Jacob Heremans, die er zelfs enkele jaren op kamers woonde.

Zoon Adolphe Hoste studeerde aan de Gentse universiteit waar hij samen met Alphonse Prayon voorzitter was van het vrijzinnige studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan. Adolphe sloot zich aan bij het Willemsfonds en behoorde in 1867 tot de initiatiefnemers van het liberale weekblad Volksbelang. In 1877 nam hij de familiezaak over en vanaf dan breidden de activiteiten in sneltempo uit. Door zijn huwelijk in 1881 met Elodie Taminiau, de erfgename van de firma Annoot-Braeckman, verwierf hij de controle over een drukkerij en een uitgeverij die al zestig jaar lang stevig verankerd waren in de liberale perswereld.

Adolphe Hoste lanceerde tijdschriften zoals Nederlandsch Museum en het onderwijzersblad De Toekomst, publiceerde teksten van onder anderen Prudens Van Duyse, Rosalie en Virginie Loveling, Anton Bergmann, Paul Fredericq, Julius Vuylsteke en Cyriel Buysse en gaf tal van Willemsfondspublicaties uit. Hij slaagde er zelfs in om Albrecht Rodenbach los te weken uit de katholieke uitgeverswereld en verwierf de rechten op de uitgave van het in 1878 bekroonde toneelstuk Gudrun. Hoste beperkte zich als uitgever uiteraard niet tot de literatuur. Zo publiceerde hij ook politiek geëngageerde werken van onder anderen François Laurent en Louis Varlez.

Op zijn zestigste trok hij zich gedeeltelijk terug. Hij verkocht de boekhandel in 1909 aan zijn vriend Adolf Herckenrath en in 1914 werd Hostes uitgeverij en drukkerij omgevormd tot een nv. Deze kwam na de oorlog onder leiding te staan van zijn dochter Jenny en zijn schoonzoon Adolphe Hebbelynck, wiens nazaten tot op heden actief zijn in de bedrijfsgebouwen op de Galgenberg.

Brief van Herckenrath aan Van Crombrugghe's Genootschap

Onder de germanist Adolf Herckenrath kreeg de winkel een tweede leven. Tijdens zijn studententijd had die een vriend voor het leven gevonden in Karel Van de Woestijne die zijn Laethemsche brieven over de lente uit 1901 aan hem zou opdragen. Zelf publiceerde hij zijn eerste gedichten in de studentenalmanak van 't Zal Wel Gaan en in literaire tijdschriften zoals Van Nu en Straks en De XXe Eeuw. Na onvoltooide studies vestigde Herckenrath zich in Ledeberg waar hij een kleine uitgeverij begon en actief werd in het bestuur van de plaatselijke Willemsfondsafdeling. Drie jaar later verhuisde hij naar Gent en nam de boekhandel van Julius Vuylsteke in de Koestraat over. Nog eens twee jaar later, in 1909, bracht hij zijn activiteiten over naar de Veldstraat waar hij de winkel van Hoste overnam. Ook de ‘tradities van het huis’ nam hij over en de winkel bleef een trekpleister voor vrijdenkende Vlaamse schrijvers.

Hij gaf het literaire blad Nieuw Leven uit, schreef essays voor het Tijdschrift van het Willemsfonds, werd korte tijd hoofdredacteur van het Kunstblad en publiceerde zijn eerste dichtbundel onder de titel Stille Festijnen. Intussen bracht hij ook literair werk van onder anderen Cyriel Buysse, Virginie Loveling, Gustaaf De Mey en Albrecht Rodenbach op de markt. Tijdens het interbellum focuste hij zich in zijn boekhandel steeds meer op Franstalige literatuur. Zelf bracht hij een aantal nieuwe dichtbundels uit evenals zijn bekendste toneelstuk, De Pestilentie van Katwijk. In 1938 was hij samen met Johan Daisne en Paul Rogghé betrokken bij de oprichting van de Kring van Oostvlaamse Letterkundigen Pan, in 1945 werd hij voorzitter van de Vereniging tot Bevordering van de Boekhandel en hij zette zich in voor de jaarlijkse Vlaamse Poëziedagen in Merendree. Adolf Herckenrath overleed in 1958 na een ongelukkige val in de boekhandel en werd net als Hoste begraven op de Westerbegraafplaats.

Intussen - kort na de oorlog - had zoon Walter het beheer over de winkel en uitgeverij overgenomen. In 1947 bezorgde de bekende architect Geo Henderick de winkel nog een grondige facelift en Parijse architecten ontwierpen in 1960 de mooie mezzanine. Na Walter stapten de kleinkinderen Guy en Helga in het familiebedrijf. In 2000, 175 jaar nadat Ignace De Vigne er met een boekenwinkel startte, sloot Herckenrath definitief de deuren en verdween een cultuuricoon uit het Gentse stadsbeeld.