EEN MISLUKTE VERZOENINGSPOGING

Cyriel Buysse, zoon van een liberale fabrikant uit Nevele, maakte in juli 1891 kennis met Rosa Rooses. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was toen 31 jaar en had zijn eerste novellen gepubliceerd, zoals De biezenstekker in het Nederlandse tijdschrift De Nieuwe Gids. Zij, twaalf jaar jonger, was de dochter van Max Rooses, conservator van het Antwerpse Plantin-Moretusmuseum en aanvoerder van de liberale flaminganten in de Scheldestad. Ze schreven heel wat brieven naar elkaar, maar daar kwam in mei 1893 een einde aan. Vader Rooses was immers niet opgezet met Cyriel Buysse. Onder meer van zijn Gentse vriend Paul Fredericq, hoogleraar aan de Gentse universiteit en kopman van de liberale flaminganten in de Arteveldestad, kreeg hij een negatief advies over de levenswandel en toekomstperspectieven van zijn kandidaat-schoonzoon. Blijkbaar hoorde Buysse van Fredericqs tussenkomst en nam hij het zijn neef bijzonder kwalijk. Even overwoog hij zelfs hem uit te dagen voor een duel.
In Nederland maakte Cyriel Buysse enige tijd later kennis met Nelly Dyserinck, weduwe van Theodoor Tromp, moeder van drie kinderen en fan van zijn literair werk. Ze trouwden in 1896 en vestigden zich in Den Haag. Rosa trouwde hetzelfde jaar met de Antwerpse arts Paul de Gottal. Op een bepaald ogenblik leerde Nelly dat er “brouille” was tussen haar man en Paul Fredericq, maar of ze de finesse van het verhaal kende, is niet bekend. In elk geval maakte ze op 1 mei 1901 van een reis van Cyriel naar Vlaanderen gebruik om stiekem een brief naar Gent te schrijven met het voorstel die oude ruzie bij te leggen.

Zeer geachte heer,
U zijt waarschijnlijk hoogst verbaasd van mij een schrijven te ontvangen. Maar nu Cyriel in Vlaanderen is, dacht ik goed te doen een kort schriftelijk onderhoud met u te hebben. Maar vooraf verzoek ik u dit briefje stipt geheim te houden. Zo niet, dan zou deze stap tot niets goeds leiden en mij zeker verveling geven als b.v. Logeman of tante Virginie zich erin moeiden.
U weet misschien dat ik het zo heel jammer vind dat er tussen ontwikkelde mannen als u en Cyriel brouille blijft bestaan en ik zou ’t toejuichen als er een verzoening kon plaats hebben. Cyriel kennende weet ik dat hij nooit de eerste stap zou doen en ik ken u niet genoeg om van uw kant daarop te durven hopen. Maar wel ken ik Cyriel zo dat ik zeker weet [dat], als de gelegenheid zich eens voordoet en u hem b.v. zoudt vragen ons hier of te Afsnee te mogen bezoeken, hij u beleefd zal ontvangen en dan misschien langzamerhand de oude vriendschappelijke betrekkingen weer aangeknoopt zouden kunnen worden.
Het spijt mij meer dan ik u kan zeggen dat er zo’n wanklank is ontstaan. Nu weet ik in ’t geheel niet of ook u, zoals ik, zou wensen elkaar weer te zien. Is dat niet het geval, dan moet de verhouding maar blijven zoals zij nu is. In alle geval vertrouw ik op uw stilzwijgen.
Uw antwoord tegemoet ziende, met vriendschappelijke groeten,
Nelly Buysse-Dyserinck

Cyriel Buysse
Cyriel Buysse
Cyriel Buysse met kleindochter Blanca-Maria
Cyriel Buysse met kleindochter Blanca-Maria in 1929


Paul Fredericq ontving de brief op 2 mei – al was de Priorzegel toen nog niet uitgevonden – en antwoordde per kerende post. Van zijn repliek bewaarde hij zorgvuldig het klad. Hoewel hij bijzonder positief op het gebaar van Nelly reageerde, wees hij een verzoening resoluut van de hand. Toch was hij zo attent geen details over de aanleiding van de ruzie mee te delen.

Zeer geachte mevrouw,
In uw lieve brief, die ik heden morgen ontvangen heb, hebt gij de goedheid mij te melden dat gij het zo heel jammer vindt dat er tussen ontwikkelde mannen als Cyriel en mij brouille blijft bestaan en dat gij ’t zoudt toejuichen als er een verzoening kon plaatshebben.
“Cyriel kennende – voegt gij erbij – weet ik dat hij nooit de eerste stap zou doen en ik ken u niet genoeg om van uw kant daarop te durven hopen. Maar wel ken ik Cyriel zo dat ik zeker weet [dat], als de gelegenheid zich eens voordoet en u hem b.v. zoudt vragen ons hier of te Afsnee te mogen bezoeken, hij u beleefd zal ontvangen, en dan misschien langzamerhand de oude vriendschappelijke betrekkingen weer aangeknoopt zouden kunnen worden”.
Dit aanbod is lief en tekent uw edelmoedigheid. Het spijt mij, meer dan ik zeggen kan, dat ik er geen gevolg kan aan geven.
Ik beeld mij in dat ik aan Cyriel, met wie ik als een oudere broer leefde, enkele diensten van enig gewicht heb bewezen in vroegere jaren. Eens moest ik tegenover hem een houding aannemen die mijzelf griefde, maar mij door mijn plicht werd voorgeschreven. Ik heb gehandeld naar de ingeving van mijn geweten en zou morgen nog doen wat ik alsdan heb gedaan, zo zeer ben ik overtuigd gehandeld te hebben als een man van eer.
Cyriel integendeel beschouwde mijn daad als een eerloosheid. Zonder dat wij daarover ooit de minste uitleggingen hadden, betoonde hij mij in woorden en daden dat hij voor mij noch genegenheid noch zelfs achting bewaard had. Alzo dwong hij mij mijn genegenheid en mijn achting voor hem te verliezen. Genegenheid en achting zijn tengere bloemen, die niet weer bloeien als de stam eens verdord is. Daarom schijnt mij een verzoening onmogelijk en nutteloos. In de gegeven omstandigheden zou zij een louter komediespel zijn en het leven is te kort om onoprecht te zijn.
Intussen ben ik diep geroerd door uw minzame edelmoedigheid en ik bied u mijn eerbiedige groeten aan.
Paul Fredericq

Vader Louis Buysse
Vader Louis Buysse
Moeder Pauline Loveling
Moeder Pauline Loveling


De brief van Nelly Buysse-Dyserinck en het klad van Paul Fredericq bleven bewaard in de correspondentie van Paul Fredericq (Gentse Universiteitsbibliotheek, handschrift III/77).
De liefdesbrieven van Rosa Rooses aan Cyriel Buysse werden uitgegeven door Ada Deprez onder de titel Een idylle in de late negentiende eeuw (Gent 1982). Een exemplaar van dit boek bevindt zich in de bibliotheek van het Liberaal Archief.
In de Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap XIX (2003) – ook aanwezig in onze bibliotheek – publiceerde Joris Van Parys een bijdrage over het leven van Cyriel Buysse in de jaren 1888-1893, inclusief de liefdesperikelen.
De foto’s zijn afkomstig uit een collectie over de families Buysse en Verschoore die Nicole Verschoore onlangs aan het Liberaal Archief schonk.

Daniël Vanacker

Personeel fabriek Buysse-Loveling, Nevele
Het personeel van de chicoreifabriek Buysse-Loveling te Nevele
Klik hier voor meer foto's van de familie Buysse.
Bezoek ook de website van het Cyriel Buysse Genootschap.