EEN ZWAARGEWICHT - ERNEST SOLVAY

Het zwaarste boek uit de bibliotheek van het Liberaal Archief weegt bijna 10 kilo. Het gaat om een album dat uitgegeven werd naar aanleiding van de viering van het vijftigjarig bestaan van het chemische bedrijf Solvay & Cie in 1913. Het bevat vooreerst de teksten van de twintig toespraken die op deze plechtigheid gehouden werden, onder meer door de liberale politicus Paul Hymans, toen ondervoorzitter van de beheerraad van de ULB. Ook een meestergast uit de oudste fabriek van dit industriŽle imperium kwam "monsieur Ernest" namens het personeel bedanken voor zijn sociale houding tegenover zijn werknemers en vooral voor de beslissing om het pensioen van werknemers van 60 jaar met dertig trouwe dienst vanaf 1 januari 1914 te verhogen tot 2 frank per dag.

Vervolgens krijgt de lezer een overzicht van de diverse vennootschappen van de groep, hun beheerraden en hun fabrieken. Deze waren tot in Rusland en de Verenigde Staten te vinden. Het derde deel van het album bestaat uit een reeks van negentig foto's op groot formaat van de gedenksteen uit 1913, de feestzaal, het borstbeeld van de stichter, de hoofdzetel, de fabrieken en hun personeel.

Ernest Solvay werd op 16 april 1838 geboren in Rebecq (Waals-Brabant) als zoon van een groothandelaar in olie, zeep en koloniale waren. Door gezondheidsproblemen moest hij zijn studie vroegtijdig stopzetten. Na een stage in Antwerpen kon hij aan de slag in de gasfabriek van een oom. Daar ontdekte hij een nieuw procťdť om soda (natriumcarbonaat) te vervaardigen. Samen met zijn jongere broer Alfred en een vriend probeerde hij zijn uitvinding op industriŽle basis te produceren en te commercialiseren, maar dat lukte niet al te best. Tot ze in 1863 een commanditaire vennootschap oprichtten met als geldschieters Eudore Pirmez, een liberale advocaat uit Charleroi, en diens familie. Er kwam een nieuwe fabriek in Couillet, een industriegebied ten zuiden van die stad langs de Samber. Van daaruit werd een imperium uitgebouwd dat zich over een groot deel van Europa en de Verenigde Staten verspreidde en dat van de gebroeders Solvay schatrijke burgers maakte.

Als autodidact met een ruime belangstelling had Ernest Solvay uitgesproken ideeŽn over de industriŽle maatschappij van zijn tijd, haar problemen en hun oplossing. Hij zocht naar een uitweg voor de tegenstelling tussen de oude liberale vrijheidsidee en het illusoire collectivisme van de socialisten. In zijn eigen bedrijven toonde hij zich alvast een voorbeeldig werkgever. Hij voerde de achturendag, betaalde vakantie en een arbeiderspensioen in voor dit verplicht werd. Een tijdlang dacht hij dat hij zijn sociale idealen kon realiseren via de politiek. Hij liet zich door de Brusselse progressist Paul Janson overtuigen om zich als liberaal senator te laten verkiezen. Hij zetelde van 1892 tot 1894 en keerde in 1897 nog voor een paar jaar terug als opvolger.

Zijn fortuin gebruikte Solvay ook om het wetenschappelijk onderzoek te stimuleren, vooral aan de ULB. Hij betaalde onder meer de bouw en werking van nieuwe instituten voor fysiologie en sociologie. Hij had steeds goede relaties met een paar socialistische kopstukken, zoals Emile Vandervelde en Edward Anseele. Zo sponsorde hij de oprichting van een centrale voor arbeidersopvoeding in het Brusselse Volkshuis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde hij een leidende rol in de bevoorrading van het bezette BelgiŽ. Tien dagen na de wapenstilstand werd hij tot minister van Staat benoemd.