DE ONVERWACHTE FIN-DE-CARRIERE VAN GUSTAVE ROLIN-JAEQUEMYNS

rolin-jaecqemynsOp het moment dat Karel Buls zijn Siamese expeditie ondernam, was zijn Gentse partijgenoot Gustave Rolin-Jaeqemyns (1835-1902) een van de topadviseurs en meest gewaardeerde medewerkers van de Siamese koning Rama. Het verhaal van een onverwacht carrière-einde van een bijzonder veelzijdige Gentenaar.

Gustave Rolin werd geboren in 1835 in Gent en was een van de zonen van de stichter van de Gentse Liberale Associatie, Hippolyte Rolin. Hij studeerde aan de Gentse rechtsfaculteit, waar hij lid werd van de Vlaamsgezinde studentenvereniging ’t Zal Wel Gaan. Samen met Julius Vuylsteke was hij actief in de redactieraad van de almanakken van ’t Zal Wel Gaan. Hij was medeverantwoordelijk voor het feit dat die wegens hun antiklerikalisme op de pauselijke index terecht kwamen. In 1857 haalde Rolin zijn bul en werd hij advocaat aan het Gentse Hof van Beroep. Buiten het gerechtsgebouw profileerde hij zich als een gematigd Vlaamsgezind en sociaalvoelend liberaal. Dit bracht hem in het Willemsfonds (waarvoor hij onder meer een reeks voordrachten over de grondwet schreef), de Vlaamse Liberale Vereniging, het Vlaamsch Verbond, de Nederlandsche Taal- en Letterkundige Congressen en in het Van Crombrugghe’s Genootschap. Van dit laatste was hij voorzitter van 1863 tot 1877. Hij liet voor hen op eigen kosten een schitterend liberaal volkshuis bouwen in de Jakob Van Caeneghemstraat. Van 1866 tot zijn overlijden in 1902 stond Rolin eveneens aan het hoofd van de coöperatieve Gentsche Volksbank en via milde giften aan de Société Callier steunde hij het stedelijk onderwijs en de werking van de Laurentkringen.

Ook buiten de grenzen maakte hij intussen naam, onder meer als organisator van het tweede congres van de Association internationale pour le progrès des sciences sociales, dat in 1869 in Gent doorging. Het wekt dan ook geen verwondering dat Rolin in de jaren 1870 een van de belangrijkste spreekbuizen werd van de progressieve vleugel binnen de liberale beweging. In 1878 werd hij volksvertegenwoordiger, en regeringsleider Frère-Orban benoemde hem tot minister op de sleutelpost van Binnenlandse Zaken. Na de liberale verkiezingsnederlaag van 1884 verdween hij uit de regering. Twee jaar later moest hij ook zijn parlementszetel afstaan.

Graf Gustave Rolin-JaecqymynsHij plooide terug op zijn vele activiteiten in Gent. Maar een débacle in het bedrijf van een van zijn broers voor wie hij borg had gestaan, dwong hem eind jaren 1880 om opnieuw uit te kijken naar een betaalde baan. Hij overwoog eerst een aanbod uit Egypte, maar koos uiteindelijk voor Siam waar koning Rama naar een snelle modernisering streefde. In 1892 werd Rolin als bijzonder adviseur van de koning in dienst genomen en na een jarenlange pendeldiplomatie tussen de Fransen en de Britten, die beiden hun oog hadden laten vallen op het land, slaagde hij erin om beide naties in 1896 een verdrag te laten tekenen waarin de Siamese soevereiniteit werd erkend. Hierdoor werd Siam het enige land uit de regio dat nooit door het Westen zou gekoloniseerd worden. Rolin verwierf in Siam de titel van hertog of Chow Phya Abhai Raja en werd de belangrijkste edelman van Siam buiten de koninklijke familie. Hij maakte zich nuttig bij de planning van de openbare werken, vooral wat betreft de spoorwegen. Zijn expertise als grondwetspecialist en internationaal jurist bleek erg waardevol bij de modernisering van de staat.

Voor dit laatste kon hij ook steunen op een van zijn andere verwezenlijkingen: het Institut de Droit International. Deze prestigieuze instelling, die de studie van de verschillende rechtssystemen, de ontwikkeling van een internationale rechtscode en het actief bemiddelen tussen staten tot doel had, werd in 1873 tijdens een plechtige zitting in het Gentse stadhuis gesticht op initiatief van Rolin, de Italiaan Mancini en de Zwitser Moynier. Rolin, sinds 1869 ook hoofdredacteur van de Revue de Droit International, werd de eerste secretaris-generaal en later erevoorzitter van de organisatie. De instelling verwierf op korte tijd een stevige reputatie en kreeg in 1904 de Nobelprijs voor de Vrede.

In 1901 keerde Rolin om gezondheidsredenen terug uit Siam. Hij bleef actief als adviseur van Leopold II, voornamelijk wat zijn Congobeleid betreft, en als buitengewoon hoogleraar recht aan de Université Libre de Bruxelles. Hij overleed korte tijd na zijn terugkomst, op 9 januari 1902, en werd begraven op het kerkhof van Laken.