HET “KIESEXAMEN” VAN EDWARD PECHER



Edward Pecher en Emilie Speth - 1912

Begin 1912 ging het Liberaal Werkersverbond (LWV) van Antwerpen op zoek naar een nieuwe kandidaat-volksvertegenwoordiger. Het LWV was een van de vier “corpsen” die samen de Verenigde Liberalen vormden. Omdat parlementsleden in die tijd slechts een relatief bescheiden vergoeding kregen, was het vinden van kandidaten niet altijd eenvoudig. Uiteindelijk deed het LWV een beroep op de jonge advocaat Edward Pécher (26). Het was geen evidente keuze. Was die jongeman niet de kleinzoon van Charles Pécher en een neef van Frédéric Delvaux, twee notoire vertegenwoordigers van de francofiele bourgeoisie? De Vlaamsche Gazet ging de man opzoeken om zijn democratische en vooral zijn Vlaamsgezinde overtuiging te testen. Het interview verscheen op 15 maart 1912. Pécher slaagde met glans in dit “kiesexamen” en werd op 2 juni 1912 verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij bleef het, met een korte onderbreking, tot zijn vroege dood in 1926.

Edward PECHER: Toen mijn naam in het bestuur van het Werkersverbond als mogelijke kandidaat werd voorgebracht, werd besloten mij een afvaardiging te zenden om mijn gevoelens op politiek en maatschappelijk gebied te kennen. Die heren legden mij hun programma uit, dat ook “mijn” programma is, zodat ik zonder aarzeling mij te hunner beschikking kon stellen. Het liberalisme van deze tijd is niet meer het liberalisme van voor dertig jaar. Onze partij heeft zich ontwikkeld en een gezonder geest van democratie heeft de behoudsgezindheid van vroeger vervangen. Zonder dus van enige denkwijze te moeten afstand doen, kan ik mij met het programma van het Werkersverbond eens verklaren.
Trouwens, reeds jaren ijver ik met mijn vrienden Godding en Kreglinger voor de verspreiding der liberale democratische gedachten op den buiten. Tien jaar geleden stichtten wij de Bond der Liberale Jeugd, die voornamelijk tot doel had het liberalisme op den buiten te doen ingang vinden. Wij waren van mening dat de liberale werking in de stad in bekwamere handen dan de onze was en dat we buiten de stad een groter veld tot onze beschikking hadden om een doeltreffende Vlaamse liberale propaganda te maken.

Op welke wijze werd deze propaganda voornamelijk gevoerd?

– Bij middel van meetingen, uitdelen van vlugschriften en door het verspreiden der liberale bladen. Toen wij begonnen, werd ons van alle zijden herhaald: meetingen dienen tot niets op den buiten. Wij hebben de ondervinding opgedaan dat dit niet waar is. Sedert één tiental jaar hebben wij – de optelling werd er onlangs nog van gedaan in de Bond der Liberale Jeugd – ongeveer 140 meetingen ingericht en meer dan 250.000 vlugschriften verspreid.
Ja, in den beginne ging het niet altijd allerbest. Ik herinner mij vooral hoe wij in 1906 te Wommelgem en te Broechem ontvangen werden. Toen wij – Paul Vekemans, Vermeulen, Kreglinger, Godding, Joris, ikzelf en nog enige vrienden – in de eerste gemeente aankwamen, vonden wij daar al de schoolkinderen, met de schoolmeester aan ’t hoofd, aangehitst om ons uit te fluiten. En die troep onthaalde ons op de kreten: “Weg met de duivel, leve God!” Slijk en stenen werden ons toegeworpen.
Te Broechem was het nog veel erger. Onze twee automobielen waren niet zodra aangekomen of uit de kerk zagen wij drie onderpastoors komen, een bende van bij de tweehonderd jongelingen leidende. Twee uren lang werden wij belegerd in het lokaal waar de meeting moest plaatshebben, zonder dat onze automobielen ons konden afhalen. Eindelijk werden wij verwittigd dat zij ons op een tiental minuten afstand verwachtten; langs een achterpoort, tussen haag en hof, waren wij verplicht te vluchten, achtervolgd door een driehonderdtal opgehitste dorpelingen die huilden en tierden. Wij sprongen in onze auto’s die aanstonds voortreden, niet spoedig genoeg om te voorkomen dat enige kasseien twee van ons wondden en onze automobielen zwaar beschadigden.

En hoe is nu de toestand in die gemeenten?

– Opperbest! Twee jaar geleden werden ons twee lokalen aangeboden te Broechem en onze meeting gelukte ten volle. Dit jaar, toen onze propagandisten te Wommelgem aankwamen, werden zij opgewacht door de fanfare.

Dit is inderdaad kenschetsend! En de liberale drukpers voor den buiten?

– Vier jaar geleden hebben wij het weekblad DeVrije Stem overgenomen (dat toen slechts in het kanton Kontich verspreid was) en over heel het arrondissement uitgebreid. Thans drukken wij wekelijks op meer dan 4.000 exemplaren. En dat onze propaganda doeltreffend is geweest, moge blijken uit de volgende cijfers. In 1902 behaalden de liberalen te Brecht 688 stemmen, in 1910 1.304. Te Ekeren klom het aantal van 2.122 tot 4.392, te Zandhoven van 691 tot 1.295. Deze buitengewone aangroei mag ongetwijfeld toegeschreven worden aan de propaganda, die daar jaar in, jaar uit gemaakt werd.
Sedert ongeveer één jaar hebben enige vrienden en ikzelf een komiteit tot stand gebracht met het doel maatschappijen van onderlinge bijstand op den buiten te stichten. Wij hadden vastgesteld dat in schier al de buitengemeenten de klerikalen zulke maatschappijen hadden ingericht, doch met een zuiver politiek en confessioneel inzicht. Daartegen hebben wij tot nu toe reeds vijf ziekenkassen ingericht, zonder politieke kleur, en die, zoals de ware geest van de mutualiteit het gebiedt, voor iedereen toegankelijk zijn. De tot nu toe ingerichte maatschappijen verkeren in de bloeiendste toestand. Hun ledental groeit bestendig aan en wij zijn vastbesloten op dit gebied met ijver voort te werken.
Men kan er mij toch geen verwijt van maken dat mijn grootvader, die voor veertig jaar aan het hoofd van ’t Antwerps liberalisme stond en waarvoor ik met al onze politieke vrienden een ware verering koester, zich steeds in het Frans uitdrukte. Als mijn enige verdienste moest zijn een grootvader gehad te hebben die te Antwerpen aan het hoofd van de liberale partij stond, dan zou dat stellig niet voldoende zijn om mijn kandidatuur te rechtvaardigen. Ik wil mijzelf zijn en het is niet van vandaag dat ik de Vlaamse taal eerbiedig en liefheb. Het is niet met in ’t Frans in een salon over politieke kwestiën te redetwisten dat men doeltreffende wetten voor het volk kan bekomen. Men moet tot het volk gaan en de taal van het volk spreken.
Het is sedert de dag dat onze liberale gekozenen en propagandisten de taal van het volk gesproken hebben dat de liberale partij de weg van herwording en heropbloeiing is tegemoet gegaan. Het is sedert de dag dat ik overal met de Vlaamse bevolking in voeling ben gekomen dat ik begrepen heb dat geen zuiver democratisch liberalisme kan tot stand gebracht worden dat niet gebouwd is op de eerbiediging van de taal van het volk.
En dat brengt mij ertoe te verklaren dat ik een warm voorstander ben van de wetten die de eerbied voor de Vlaamse taal in de programma’s van het middelbaar onderwijs verzekeren. Het is nodig dat iedere Vlaming in staat gesteld wordt zijn kinderen te laten opvoeden in de Vlaamse taal.

En de vervlaamsing der Gentse hogeschool, zult ge die ook stemmen indien ge gekozen wordt?

– De eisen der Vlamingen zijn niet meer dan billijk. En daar het nodig is dat de Vlamingen een eigen hogeschool bezitten en de vervlaamsing der Gentse hogeschool alleen onmiddellijk die rechtmatige eis kan verwezenlijken, zal ik het wetsontwerp Franck-Van Cauwelaert-Anseele stemmen.


Illustraties
Boven: Op 2 juni 1912 werd Edward Pécher (26) verkozen als volksvertegenwoordiger. Hij was toen het jongste lid van de Kamer. Vier maanden later trouwde hij met Emilie Speth, een telg uit een andere bekende Antwerpse familie. Het jonge koppel ging op huwelijksreis naar Frankrijk en Italië met “la splendide limousine Minerva que leur ont livré les sympathiques agents de la Compagnie MM. A. Flamand & C°”. (Fragment uit Le Courier d’Anvers van 4 oktober 1912).

Onder: Na de Eerste Wereldoorlog werd Edward Pécher ook voorzitter van de Liberale Partij en minister van Koloniën. Hij overleed onverwacht eind 1926, net 41 jaar oud. De Liberale Volkspartij Help U Zelve uit Antwerpen liet toen een marmeren borstbeeld maken uit erkentelijkheid voor de diensten die hij aan de arbeidende klasse bewezen had. Deze buste wordt thans op het Liberaal Archief bewaard. (Foto’s Liberaal Archief)

Hulde van Help U Zelve aan Edward Pécher Borstbeeld Edward Pécher

top