150 JAAR GELEDEN - DE GENTSE LIBERALEN HEROVEREN DE MACHT

"Wij zijn aan de heuglijke dag van 27 oktober 1857 gekomen. Al de kiezers zijn op hun post. De opgewondenheid in de stad bereikt haar hoogtepunt, de troepen zijn geconsigneerd. De kiesoperaties duren lang; het wordt donker", zo noteerde Willem Rogghé, een Gents journalist, boekhandelaar en liberaal politicus in zijn Gedenkbladen. "Opeens gaat uit de grote zaal van het stadhuis een ontzaglijk gejuich op: de 'verraders' liggen onder met 1.200 stemmen minderheid. Het was de verlossingskreet der Gentenaren, hun triomflied was 'Hebde niet gezien baas Kimpe en zijn peerd?' dat heel de nacht werd aangeheven".

De Gentse liberalen waren erg opgetogen met hun verkiezingsoverwinning van dinsdag 27 oktober 1857, net 150 jaar geleden. Drie jaar eerder waren ze de burgemeesterssjerp immers kwijtgeraakt. Judocus Delehaye, die als gematigde liberaal campagne gevoerd had, was kort na zijn aanstelling tot burgemeester overgelopen naar het klerikale kamp. Voor dit wapenfeit bedachten de Gentse liberalen hem met de spotnaam "Dok de draaier". De oppositie tegen zijn bestuur kreeg binnen het jaar de allure van een totale oorlog. Onder leiding van Charles de Kerchove, zoon van de vorige burgemeester, voerden de liberalen onafgebroken campagne binnen en buiten de gemeenteraad.

Een jaarlijks hoogtepunt waren de carnavalstoeten. Deze cavalcades - in die jaren georganiseerd ten voordele van de kas van de menslievende kring Zonder Naam - staken op ongezouten wijze de draak met het stadsbestuur. Op de Kouter ontstond een volkstoeloop aan het lokaal van de liberale Société La Concorde en dat van de klerikale Association Electorale Bourgeoise, in de volkstaal het Verkenskot resp. het Hondenkot genoemd. De massa koos, nogal voorspelbaar, voor de ludieke actie van de liberalen. De politie die in opdracht van Delehaye de orde moest herstellen, moest onverrichter zake rechtsomkeer maken.

Een vast onderdeel van de politieke strijd was de verspreiding van spotprenten. Een ervan toont hoe een (liberale) marktzanger het verhaal van de (klerikale) paljassen brengt, terwijl burgemeester Delehaye (met baard en windhaan op het hoofd) en bisschop Joseph Delebecque (met trechter of kaarsensnuiter op het hoofd) het Hondenkot betreden, waar ze opgewacht worden door een gemaskerde inquisiteur.

Over het carnaval van 1857 werd een fel antiklerikaal lied geschreven. Daarin brengt een cafébaas verslag uit over de recente gebeurtenissen op vraag van de ouwe dooie Pier, die even uit zijn graf opgestaan is om te horen of er nieuws is in Gent. Pier vindt het relaas zo spannend dat hij beslist nog tien dagen te blijven. In een volkse en kluchtige taal gaat het over "Dok de draaier" en de nefaste invloed van de kerk op de Arteveldestad. Het lied spot met de zeven ezelachtige volksvertegenwoordigers uit Gent, die door het onevenwichtige kiesstelsel allemaal van klerikale huize zijn. De tiende strofe verwijst naar de beruchte anekdote van de "koevoet", een volkse historie over de gescheiden werelden van arm en rijk, die nog verder leeft in het repertorium van de Gentse stadszanger Walter De Buck ("Koevoet es beter dan boelie"). De gewraakte gravin uit dit onverkwikkelijke verhaal prijkt trouwens op de spotprent (ze staat net achter de burgemeester).

Naarmate de verkiezingen naderden, nam de campagne toe in kracht en omvang. De polarisatie tussen klerikalen en antiklerikalen zou in Gent nog zelden zo hoog oplaaien. Dat blijkt onder meer uit het weekblad Baes Kimpe, dat enkele liberalen, onder wie Willem Rogghé, uitgaven in de aanloop naar die verkiezingen. De liberalen wonnen de stembusslag met glans. Delehaye kon een streep trekken onder zijn politieke ambities. Charles de Kerchove de Denterghem nam de sjerp over.

Klik hier (deel 1) en hier (deel 2) voor het originele carnavalslied uit 1857. Klik hier voor een hedendaagse versie van het lied.